Column

Durft de ‘blauwe familie’ de gok aan?

De architecten van de fusies van de euro en Air France-KLM hadden iets gemeen – ze dachten dat schaalvergroting en innige samenwerking de beste antwoorden waren op de moderne tijd. Nu is de vraag: wat breekt eerder?

Wat breekt eerder, de fusie van Air France-KLM of de euro? Beide zijn de uitkomst van ambitieuze grensoverschrijdende fusies. Maar nu ondermijnen tegenslagen en interne controverses het vertrouwen in de goede afloop.

Bij Air France-KLM heerst een bestuursvacuüm na het vertrek van voorzitter Jean-Marc Janaillac. Hij moest rust brengen in de gespannen personele relaties binnen Air France én met KLM. Janaillac verloor een loonconflict met het Franse personeel. Iedereen schrok zo dat er nu een soort van gewapende vrede heerst. De spanning is ook gegroeid omdat de kleinere KLM financieel de boventoon voert.

En de euro? Als er niet ergens in Europa een crisis dreigt of al is uitgebroken, dan is sprake van stabiliteit, hoe bedrieglijk de rust ook is. Het economisch ‘groeiwonder’ van vorig jaar, de euroboom verliest kracht. Dat is zorgelijk, want extra koopkracht verbetert de stemming onder de mensen en verlost politici van lastige bezuinigingskeuzes.

Politiek heerst een patstelling. Frankrijk en Duitsland, de politieke machers, die de Europese beweging leiden, doen een surplace. Niet vooruit, niet achteruit, stilstand.

Italië, de zieke man van Europa dankzij z’n astronomische staatsschuld én een stagnerende economie krijgt een regering van populisten óf van technocraten. Beide uitkomsten verstoren de euro-rust. De technocraten passen op de zieltogende winkel tot nieuwe verkiezingen. Met populisten is een euroreferendum een kansrijker optie dan hervormingspolitiek.

Lees ook deze column over de nieuwe Chinese en Amerikaanse aandeelhouders. Kan Air France-KLM de rivaliteit de baas?

De architecten van de fusies van de euro en Air France-KLM dachten dat schaalvergroting en innige samenwerking de beste antwoorden waren op de moderne tijd, zoals de economische mondialisering.

Ze wilden werkende weg hun doel bereiken. Daarom was het wel zo praktisch om niet in één klap alle nationale grenzen en scheidslijnen te schrappen, maar met wat hoofdlijnen te beginnen. Dus kwam er wel een Europese Centrale Bank als hoedster van de euro en kwamen er wel Europese begrotingsregels, maar bleven nationale belastingstelsel in tact. Air France en KLM gingen wél samen, maar zij bleven ook bestaan als aparte nationale entiteiten, met eigen directies en lokale eigen arbeidsvoorwaarden.

Nog een overeenkomst. De euro is een politiek project, waarin het bedrijfsleven (één markt, goedkoop arbeidspotentieel) nooit ver weg is. Air France-KLM is een ondernemingsproject, waarin de politiek nooit ver weg is. Frankrijk is grootaandeelhouder (14 procent). Landingsrechten zijn nog altijd een politieke zaak. En Air France en KLM zijn elk grote werkgevers, ‘identiteitsbedrijven’ die de nationale vlag voeren.

Wie breekt eerder? Juist het politieke karakter van de euro is z’n kracht. Er is zoveel politiek kapitaal geïnvesteerd, het bedrijfsleven heeft er zoveel profijt van én de geldpers van de ECB werkt zo volautomatisch, dat de euro het ook strompelend en hinkend nog wel even volhoudt.

Het politieke kapitaal in Air France-KLM verdampt. De Franse nationale kampioen is een brekebeen. Het economisch kapitaal is overzichtelijk: het bedrijf is ‘maar’ 3,2 miljard euro waard. Het KLM-personeel, de ‘blauwe familie’, kan de Brexiteers zijn van de luchtvaart. Overtuigd van hun eigen gelijk, durven zij de gok van uittreding uit de fusie wel aan.

Menno Tamminga schrijft over economie en ondernemingsbestuur