Foto Schore Mehrdju

Deze Nederlander vluchtte naar de DDR: ‘De Stasi wilde me niet’

Jan Stoops (75) deserteerde als achttienjarige soldaat omdat hij tegen het Nederlandse militaire optreden in Nieuw-Guinea was. Hij vertrok naar de DDR, maar was ook daar niet bijster loyaal aan het regime. „Ieder volk moet over zichzelf kunnen beslissen.”

Zeg niet dat Jan Stoops een overloper is. „Ik ben een deserteur”, zegt de 75-jarige nuchter, in zijn huiskamer in het Duitse stadje Wilthen, niet ver van de Tsjechische grens. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog, toen de Berlijnse Muur net was gebouwd maar er nog steeds mensen naar het Westen probeerden te ontkomen, vluchtte Stoops, militair in het Nederlandse leger, de andere kant op. Naar de DDR.

„Een overloper is iemand die naar de vijand toegaat en met hem gaat meewerken. Dat heb ik nooit gedaan. Dat kan je nalezen in mijn Stasi-dossier.” Stoops wijst op de dikke stapel documenten van de Oost-Duitse geheime dienst, die hij heeft klaargelegd op tafel. „Ze wilden me niet eens, want ik was niet goed genoeg. Ik was te westers.”

Stoops heeft een cake gebakken, voor bij de koffie tijdens een lang gesprek over zijn bijzondere leven op de breuklijn van het Oost-West-conflict. Als hij een kleine rondleiding door het huis geeft, laat hij niet alleen de foto’s van familieleden zien die aan de muur hangen, en de tekeningen die zijn dochter maakte, lachend toont hij ook, achter een gordijntje, een grote doos met koffiepads van de Hema. „Ik vraag bezoekers uit Nederland altijd om die mee te nemen.”

‘Ik wilde niet naar Nieuw-Guinea’

In april 1962 was Stoops achttien jaar. Een jongen uit Etten-Leur die de ambachtsschool had gedaan en had gevaren bij de Rotterdamse Lloyd. Hij zat een paar maanden in militaire dienst toen hem werd opgedragen een paspoort aan te vragen. Dat had hij al, uit zijn tijd bij de koopvaardij. Maar hij begreep: straks word ik uitgezonden naar Nieuw-Guinea, het laatste stuk Nederlands-Indië waar Nederland nog aan vast hield ten koste van een hoogoplopend conflict met Indonesië.

„Ik wilde daar niet heen. Ik ben geen pacifist, om het maar even heel patriottisch te zeggen: als mijn land wordt aangevallen zou ik meevechten. Maar ik vind, en vond toen al, dat heel dat koloniale verhaal in 1945 had moeten eindigen. Wij waren vrij geworden, en die mensen daar wilden ook vrij zijn.”

De Stasi wilde me niet, ze vonden me maar naïef

Jan Stoops

Stoops was niet verbonden aan enige politieke organisatie, maar hij wist goed wat er in de wereld speelde. „Wij waren nooit anti-Duits, maar wel antifascistisch. Mijn vader was een vakbondsman en een hele goeie katholiek. Hij had, als een van de weinigen bij ons in de buurt, een abonnement op de Volkskrant. Hij wilde dat ik iedere dag de krant las. Vanaf mijn elfde of twaalfde deed ik dat, het werd gewoon een hobby.”

Een week voor Pasen, toen Stoops en zijn eenheid na een oefening vijf dagen vrij kregen, dacht hij: nu moet ik een beslissing nemen. „’s Morgens vroeg om een uur of zeven ben ik weggegaan. Ik heb thuis niks gezegd. Ook met vrienden heb ik er niet over gesproken. Ik wist dat de landen van het Oostblok Indonesië ondersteunden en ik sprak een beetje Duits, dus ik ging naar de DDR.

„Met een weekendtas ben ik liftend dwars door Duitsland gegaan. ’s Avonds om een uur of negen ben ik vlak voor de grens met West-Berlijn uitgestapt. Daar heb ik politiek asiel aangevraagd. Twee weken hielden ze me vast in een opvangkamp. Daar zaten Duitsers die terugkeerden naar de DDR en ook buitenlanders, veel mensen die gevlucht waren uit het Spanje van Franco”, de dictator die in Madrid met harde hand regeerde.

Een DDR-burger werd hij niet echt

Een militair uit een NAVO-land die in de communistische DDR asiel aanvroeg, het gebeurde een enkele keer, maar het was uitzonderlijk genoeg om Stoops goed aan de tand te voelen. „Ik moest steeds maar weer mijn verhaal vertellen en mijn levensloop opschrijven. Nóg een keer en nóg een keer en nóg een keer. Typisch Duits. Want dan kijken ze of het nog hetzelfde is als wat je de dag ervoor hebt verteld. Bij mij werd het verhaal iedere keer korter, haha. Ze vroegen me van alles over het Nederlandse leger – maar daar bleek mijn ondervrager meer van af te weten dan ik. Ze begrepen wel dat ik pas een half jaar in dienst was, ik kende geen geheimen.”

Op 30 april („ik herinner het me omdat het Koninginnedag was”) werd Stoops opgehaald door twee mannen, die hem in de auto naar de stad Bautzen brachten, helemaal in het oosten van Saksen, dichtbij Polen en het toenmalige Tsjechoslowakije. Hij werd ondergebracht in een grote jugendstilvilla, midden in de stad, waar al sinds de jaren vijftig gedeserteerde NAVO-militairen en -overlopers werden opgevangen en in de gaten gehouden. Drie dagen later kon hij aan de slag in een fabriek.

Binnen het repressieve systeem van de DDR kon Stoops, als Nederlander, zich meer veroorloven dan zijn Duitse vrienden

Een DDR-burger is de eigengereide Stoops nooit geworden, ook al heeft hij, voor hij later terugkeerde naar Nederland, dertien jaar in de arbeiders- en boerenstaat gewoond. In een fabriek voor machineonderdelen werd hij opgeleid tot bouwer van houten modellen. Hij trouwde met een Duitse vrouw, Helga, die in dezelfde fabriek bij de administratie werkte, en ze kregen twee kinderen.

Binnen het repressieve systeem van de DDR kon Stoops, als Nederlander, zich meer veroorloven dan zijn Duitse vrienden en collega’s. Toen in 1968 de landen van het Warschaupact de ‘Praagse Lente’ met militaire macht de kop in kwamen drukken, zag Stoops de Poolse tanks op weg naar Praag door Bautzen rijden.

„Kort daarna was er een bijeenkomst van de vakbond, waar gezegd werd dat die inval in Tsjechoslowakije zo’n goede zaak was, we moesten toch het socialisme redden. Ze wilden dat we onze steun zouden uitspreken. Ik ben opgestaan en zei: dat kan ik niet, ieder volk moet over zichzelf kunnen beslissen, om precies die reden ben ik uit het Nederlandse leger weggegaan. Ter plekke zegde ik mijn lidmaatschap van de vakbond op.

Lees ook het interview met hoogleraar Jan Konst. Vier generaties van zijn Duitse schoonfamilie wisten zich te handhaven in turbulente tijden: ‘Je politiek afzijdig houden, dat was hun overlevingsstrategie.’

„Om te weten wat er in de wereld gebeurde hoefde ik niet af te gaan op de Oost-Duitse pers. Ik had een postabonnement op de Britse en de Franse communistische kranten The Daily Worker, en de L’Humanité Dimanche, de editie voor Elzas-Lotharingen, want die was in het Duits. Zelfs de communisten in de Engeland en Frankrijk, zei ik, zijn tegen de inval in Tsjechoslowakije. Maar, wierpen ze tegen, ‘de Fransen hebben geen idee van de klassenstrijd’. Stel je voor, met alles wat er in 1968 in Parijs gebeurde!”

De alomtegenwoordige Stasi was er via informanten achter gekomen dat Stoops „niet loyaal genoeg is aan de DDR” om voor de dienst gerekruteerd te worden. Het werd geweten aan zijn „politieke naïveteit”. Dat las de Nederlander vele jaren later in zijn 541 pagina’s dikke Stasi-dossier, dat hij na de val van de Muur mocht inzien en kopiëren.

Opnieuw beginnen in Nederland

Het leven in de DDR was voor Stoops goed uit te houden. Maar omdat het misdrijf desertie in Nederland na twaalf jaar verjaart, ging hij in 1974 voor het eerst een keer terug naar Etten-Leur. Als buitenlander kon hij, anders dan de meeste DDR-burgers, het land vrij makkelijk verlaten.

De Nederlandse welvaart stak scherp af bij de schrale grauwheid in de DDR, en terug in Bautzen wist hij zijn Duitse vrouw Helga te overtuigen om samen naar Nederland te verhuizen en daar hun leven opnieuw te beginnen. Ook zij en de kinderen kregen toestemming om te vertrekken, en zo reed Stoops in de zomer van 1975 met zijn gezin in een volgepakte Trabant terug naar het Westen.

Dat hij nu toch weer in het oosten van Duitsland woont, vlakbij Bautzen, heeft deze keer niets met de wereldgeschiedenis te maken, maar alles met zijn persoonlijke lot en de liefde. In de jaren zestig was Stoops in Bautzen bevriend geraakt met een Amerikaanse militair die ook gedeserteerd was. Ook deze Bruce Filkins trouwde met een Duitse vrouw, Hannelore. Beide echtparen hielden contact, ook toen eerst Stoops en zijn vrouw naar Nederland verhuisden, en later Filkins en diens vrouw naar Florida en weer terug naar Duitsland kwamen.

Nadat de vrouw van Stoops aan kanker was overleden, en ook Filkins was gestorven, besloten de Stoops en Hannelore te gaan samenwonen. In Duitsland, in de streek waar de Nederlander zich altijd heeft thuis gevoeld.

Nieuw-Guinea is sinds 1963 deel van Indonesië. De DDR bestaat sinds 1990 niet meer. En in Bautzen is de Villa Weigang, waar de ‘NAVO-deserteurs’ werden ingekwartierd, schitterend opgeknapt en te huur voor bruiloften en partijen.

Als we er een kijkje gaan nemen, laat de huidige eigenaar de ene na de andere kamer zien die in de oorspronkelijke staat is teruggebracht, met sierlijke schilderingen, beelden, reliëfs en jugendstilramen. Maar Stoops is weer even terug in 1962. „Hier was mijn kamer.”