De man die een schoen op Bush gooide is nu kandidaat in Irak

Parlementsverkiezingen in Irak

Komt er verandering in Irak? Velen zijn sceptisch. Maar de journalist die in 2008 zijn schoenen naar Bush gooide, gaat ervoor.

Muntadhar Al-Zaidi, vorige week vrijdag op een verkiezingsbijeenkomst in Bagdad. In 2008 gooide hij zijn schoenen naar president George W. Bush. Foto’s Ahmad Al-Rubaye /AFP en AP

Alleen in de Arabische wereld doet zijn naam nog een belletje rinkelen, maar 9,5 jaar geleden ging zijn daad de hele wereld over. Op 14 december 2008 gooide Muntadhar Al-Zaidi op een persconferentie in Bagdad zijn twee schoenen naar de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush. „Ziedaar je afscheidskus van het Iraakse volk, jij hond!”, riep hij in het Arabisch. En bij de tweede schoen: „Dit is voor de weduwen en de weeskinderen en iedereen die in Irak is gedood.”

Beide schoenen misten nipt doel. Maar Al-Zaidi’s daad miste zijn effect niet, en het gooien van schoenen naar politici is een wereldwijd fenomeen geworden. Het merk van de schoenen die hij naar Bush gooide, werd een tijdlang verkocht onder de naam ‘ByeByeBush’. In Tikrit staat een bronzen standbeeld van de schoen.

Het was geen spontane opwelling, vertelt Al-Zaidi, nu 39, in zijn huis in een buitenwijk van Bagdad, van waaruit hij campagne voert voor de verkiezingen van 12 mei. „Ik was het al heel lang van plan. Al in 2004 had ik een video opgenomen waarin ik zei dat het een leugen was dat de Irakezen de Amerikaanse troepen met bloemen hadden ontvangen. Dat wij hen juist met onze schoenen verwelkomden.”

Het bezoek van Bush aan Bagdad kwam in de laatste maand van zijn tweede mandaat – Obama was al verkozen. Vijf jaar eerder had Bush vanaf een vliegdekschip voor de kust van Californië zijn beruchte ‘Mission accomplished’-speech gegeven. Dat bleek op zijn zachtst gezegd voorbarig.

Optimisme

Maar eind 2008 was er opnieuw reden tot optimisme. Door Amerikaanse troepenopbouw (de surge) en het co-opteren van de sunnitische stammen (de ‘Sahwat’) had men Al-Qaeda in Irak op de knieën gekregen. IS moest nog komen.

„Ik wilde het Bush niet gunnen dat hij alsnog de geschiedenisboeken zou ingaan als de redder van Irak”, zegt Al-Zaidi. „Ik wilde dat als mensen in de toekomst aan Bush en Irak denken, dat zij altijd ook aan mijn schoen zouden denken. Want Irak is geen Amerikaans succesverhaal. Alle problemen die Irak sindsdien heeft gekend – Al-Qaeda, IS, de corruptie, de Iraanse invloed – zijn terug te brengen tot de Amerikaanse invasie en bezetting.”

Die bewuste dag had Al-Zaidi Bush overal gevolgd waar hij ging in Bagdad. Als journalist had hij de nodige vergunningen. Pas op de persconferentie in het paleis van premier Al-Maliki zag hij zijn kans schoon. De reactie van Bush – hij ontweek met succes de tweede schoen door snel te bukken – heeft hij pas achteraf gezien: hij werd onmiddellijk tegen de grond gewerkt.

Al-Zaidi heeft een zware prijs betaald: hij werd veroordeeld tot een jaar cel, waarvan hij negen maanden uitzat. Hij werd gefolterd. Spijt heeft hij nochtans niet. „De rechter heeft mij dat ook gevraagd”, snoeft hij. „Ik heb gezegd dat ik het zonder nadenken weer zou doen.”

Na zijn vrijlating verhuisde hij om veiligheidsredenen naar Libanon, waar hij sindsdien heeft gewoond. Tot hij besloot terug te keren om mee te dingen in de parlementsverkiezingen. „Ik ben teruggekeerd om te vechten tegen de corruptie”, zegt hij. „Dé uitdaging waar Irak nu voor staat is afkomen van de generatie politici die na 2003 dankzij de Amerikanen aan de macht zijn gekomen.”

In 2008 zei president Bush achteraf dat het schoenincident het bewijs was dat er zich in Irak „een vrije samenleving aan het ontwikkelen was”. Is het dan toch niet een beetje dankzij de Amerikanen dat hij vandaag de dag kan meedoen aan vrije, democratische verkiezingen?

Bekijk hieronder de video van het ‘schoenenincident’:

„De Amerikanen hebben ons geen democratie bezorgd”, zegt hij, „ze hebben ons een bende dieven gegeven waaruit wij kunnen kiezen. Ja, de mensen zijn vrij om te gaan stemmen, maar wij staan machteloos tegen de corruptie.”

Dat mag populistisch klinken maar in Irak is het ook gewoon waar: het land staat op de 169ste plaats (van de 180) op de corruptie-index van Transparency International.

„Veel Irakezen zien corruptie als een even groot probleem als terrorisme”, schrijft analist Renad Mansour van de Britse denktank Chatham House, „en de kloof tussen de elite en de gewone man is groter geworden dan de kloof tussen sunnieten, shi’ieten en Koerden.”

Ook de in Irak vaak gehoorde verzuchting dat het toch ‘altijd dezelfde gezichten zijn’ is geen verzinsel. De Iraakse onderzoeker Hisham Al-Hashimi berekende dat meer dan 90 procent van de politieke partijen en lijsten bij deze verkiezingen onveranderd zijn gebleven sinds 2003.

„Eerder dan de instellingen of de politieke cultuur te versterken lijken Iraks buitenlandse partners, van Washington tot Londen en Brussel, meer te geven om behoud van de status quo, en daarvoor leunen zij eens te meer op de vertegenwoordigers van de oude elite”, schrijft Mansour.

De kans dat Al-Zaidi straks premier van Irak wordt is nogal klein. Hij staat in Bagdad 95ste op de lijst Sayiroun (‘Zij gaan ervoor’), die de steun heeft van zowel de communistische partij als van Muqtada al-Sadr, de shi’itische religieuze leider die in 2004 de heilige oorlog uitriep tegen de Amerikaanse bezetter. Het is een van de weinige nieuwe partijen, en volgens Al-Zaidi zijn bijna alle kandidaten nieuwe gezichten.

„We hebben een ex-minister en twee parlementsleden. Maar dat zijn juist mensen die hard gestreden hebben tegen de corruptie”, zegt hij. „Makkelijk wordt het niet, maar we zijn het verplicht aan de jeugd om eindelijk verandering te brengen.”

‘Alles is toch al geritseld’

Maar het is zeer de vraag of veel jongeren zaterdag gaan stemmen. Bij een kleine rondvraag in een park en een winkelcentrum in Bagdad onder jongeren die voor het eerst mogen stemmen, komen steeds dezelfde opmerkingen terug. Ja, de veiligheid is geweldig verbeterd sinds IS militair is verslagen. En ja, de mensen zijn het sektarische gedachtengoed beu. Maar wij zijn er zeker van dat de politici het straks opnieuw gaan verknoeien.

Ahmed, een jongeman in Mosul die zichzelf atheïst noemt, vertolkt de mening van veel leeftijdsgenoten wanneer hij zegt: „Ik ga niet stemmen want het is toch allemaal op voorhand geritseld.”

Veel hoop is momenteel gericht op premier Al-Abadi, die een veel gematigder toon aanslaat dan zijn voorganger en partijgenoot Al-Maliki, die met zijn sektarisch beleid veel sunnieten in de armen van IS heeft gedreven.

Al-Abadi is de man die IS heeft verslagen én de Koerdische separatisten op de knieën heeft gekregen. Uit die zeges is een nieuw soort Iraaks nationalisme ontstaan waarvan Al-Abadi de vruchten hoopt te plukken.

In Mosul probeert hij momenteel het onmogelijke te doen: als shi’itisch politicus gekozen te worden in een overwegend sunnitische stad waar tot voor kort IS de baas was. Op Al-Abadi’s lijst (Nasr, ‘overwinning’) staan behalve shi’itische ook sunnitische, christelijke en Yezidi-kandidaten.

Lees ook de reportage uit Mosul van Gert Van Langendonck: Mosul na IS: literaire cafés en Nutella-zaken

Dat is mooi en inclusief. Maar het is ook berekenend. Sunnitische politici hebben Al-Abadi gesmeekt om deze verkiezingen uit te stellen: de helft van hun electoraat zit in vluchtelingenkampen. Op een shi’itische lijst gaan staan, is mogelijk de enige manier voor sunnieten om een stem te hebben.

Muntadhar Al-Zaidi denkt er het zijne van. „Al-Abadi is diplomatieker dan Al-Maliki, dat klopt. Maar ze zijn allebei van Dawa, een fundamentalistische partij die ‘shia power’ nastreeft. Die religieuze partijen zijn precies waar wij in Irak vanaf moeten.”

    • Gert Van Langendonck