De partij kijkt mee, de afdeling beslist

Gemeentepolitiek Wie bepaalt eigenlijk met wie de lokale afdeling van een landelijke partij een coalitie vormt? Leden ter plaatse, of de partijtop?

Vorming colleges verloopt trager dan vorige keer

„Hoogst onverstandig.” Zo noemt ChristenUnie-voorzitter Piet Adema het besluit van de afdeling Den Helder om in een nieuw college mogelijk samen te werken met de PVV, „een partij met denkbeelden die zover afstaan van onze idealen”.

Het laatste woord is er nog niet over gezegd. Tijdens een ledenvergadering in Den Helder is „meer begrip ontstaan” voor gesprekken met de PVV, maar sommige leden zijn net als de landelijke voorzitter „verontrust”. De lokale partij belooft „concrete afspraken” te maken om het eigen „gedachtengoed te borgen”. En volgende week volgt een gesprek met de landelijke partijtop.

Het geharrewar in Den Helder roept de vraag op hoe het staat met de verhouding tussen nationale en lokale politiek bij landelijke partijen. Zijn lokale afdelingen autonoom? Kunnen zij afwijken van een landelijke koers – inhoudelijk, maar ook in de partnerkeuze bij onderhandelingen voor een college – na de verkiezingen? In hoeverre is het wenselijk, gebruikelijk en noodzakelijk dat de nationale top zich mengt in lokale afwegingen?

„Ingrijpen door landelijke politici is logisch, als het de partijlijn betreft”, vindt emeritus hoogleraar bestuurskunde Wim Derksen. „Het zou vreemd zijn als de landelijke ChristenUnie niets zou zeggen van een college van ChristenUnie en PVV in Den Helder. Anders slaat dat automatisch op hen terug: ‘Dus uw partij wil best samenwerken met de PVV.’ Wil je als lokale afdeling geen last hebben van landelijke partijleiders, dan moet je een eigen partij oprichten.” Vergeet ook niet, zegt Derksen, „dat veel burgers bij gemeenteraadsverkiezingen hun stem uitbrengen op grond van hun landelijke beeld van partijen”.

Partijen als CDA en VVD hebben de reputatie hun lokale afdelingen behoorlijk vrij te laten. „Inderdaad”, zegt een woordvoerder van het CDA-partijbureau. „Wij zullen nooit van bovenaf zeggen dat samenwerken met een partij niet mag. We coördineren en begeleiden afdelingen wel met schrijven van verkiezingsprogramma’s en bij sollicitatiegesprekken, maar we laten ze verder ontzettend vrij.”

Links Verbond

Dat ligt genuanceerder bij partijen als GroenLinks en D66. GroenLinks heeft, „in overleg met de lokale afdelingen”, afgesproken dat samenwerking met PVV en Forum voor Democratie „uitgesloten” is. Het is ook geen geheim dat veel ‘landelijke’ wenkbrauwen zijn gefronst toen in Rotterdam een tweet opdook van Nida, de islamitische partij waarmee GroenLinks, SP en PvdA een Links Verbond hadden gesloten, waarin zionisme werd gelijkgesteld met Islamitische Staat. Van een landelijke oekaze is het naar verluidt niet gekomen; de lokale afdelingen besloten zelf de samenwerking te beëindigen.

En wat gebeurde er precies in Tilburg? Daar liet de D66-afdeling enkele weken vóór de verkiezingen al weten niet te willen samenwerken met Hans Smolders, de populaire leider van Lijst Smolders Tilburg. Die LST boekte vervolgens een grote overwinning, is nu de grootste partij, maar belandt gedwongen in de oppositie. „Raar, onfatsoenlijk, schandalig”, zegt Smolders erover. „Het kan bijna niet anders dan dat bij D66 vanuit Den Haag iets is gezegd. Want het is bizar om iemand uit te sluiten, uit het niets, zonder toetsing op inhoud. Dat doe je alleen bij bewezen pedofielen of racisten.”

Het waren de Tilburgse D66’ers zélf die Smolders bij voorbaat uitsloten, laat het D66-partijbureau weten. Wel bracht de afdeling de landelijke politiek op de hoogte van het voornemen, en is erover overlegd. „We leggen er in dit soort gevallen wel altijd de nadruk op dat de uitsluiting op inhoudelijke gronden moet geschieden”, zegt woordvoerder Annelou van Egmond namens de landelijke partij.

Ook in het Brabantse Rucphen, waar de PVV altijd vrij goed scoort, is er bij D66 vooraf overleg geweest. Van Egmond: „Wij hebben gezegd: wacht op het verkiezingsprogramma voordat je tegen journalisten zegt dat je de PVV uitsluit.” Dat is gebeurd. Het wetenschappelijk bureau van D66 heeft meegelezen in het PVV-programma. „En dat was inderdaad reden om de PVV uit te sluiten.”

Het zou Marcel Boogers, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Twente, „niet verbazen” als landelijke partijen redelijk vaak „marsorders meegeven” aan lokale afdelingen. „Er is altijd veel bemoeienis geweest. Socialisten kregen vroeger de opdracht nooit met katholieken te regeren.”

Het vergt tegenwoordig „intellectuele lenigheid” van een partij om uit te leggen dat een lokale afdeling samen wil werken met, bijvoorbeeld, PVV of Forum voor Democratie. „Dan heb je iets uit te leggen.” Maar een verbod „doet geen recht aan wat lokale politiek zo bijzonder maakt, namelijk de ruimte om brede coalities te sluiten zonder partijpolitieke scherpslijperij”. Boogers: „Partijpolitieke spelletjes passen niet bij lokale politiek.”