‘De kinderen naar bed brengen is een cadeautje’

Spitsuur Sinds Jolanda Jansen (31) voor zichzelf begon als pr-adviseur werkt ze ook wel eens op kantoor bij haar vriend Chris Obdam (38), die meerdere IT-bedrijven runt. „Het is ook een beetje een familiebedrijf, mijn moeder werkt er ook.” 

Chris: „Programmeren is al sinds mijn twaalfde mijn hobby. Ik vond het gewoon leuk om dingen te maken. Ik was ook altijd boomhutten en skelters aan het bouwen.”Jolanda: „In die boomhut legde je dan ook meteen elektriciteit aan.” Foto David Galjaard

Chris: „Er wordt elke dag gevoetbald op kantoor. En er is een pingpongtafel en een pooltafel. Google was niet de inspiratiebron, maar er zitten wel allemaal softwarebedrijven in ons pand. Vier stuks, die heb ik opgericht samen met mijn broer. Het is ook een beetje een familiebedrijf: mijn moeder werkt er ook. Die verkoopt pakketten voor sociale media en online marketing en dat doet ze best goed. Er werken hier nu 120 man.”

Jolanda: „Ik zit daar ook weleens op kantoor. Sinds een jaar werk ik freelance als pr- en communicatieadviseur en schrijf ik teksten en blogs voor bedrijven. Ik zit twee dagen per week op twee verschillende locaties in Amsterdam. En dan nog een dag per week bij de Statenfractie van de VVD in Haarlem. Op woensdag ben ik bij de kinderen thuis. Ik heb een half jaar in Den Haag gezeten, bij het campagneteam van de VVD. Ik zou eigenlijk na de verkiezingen terug naar de gemeente Amsterdam, maar ik wilde meer vrijheid.”

Chris: „Op kantoor hebben we gewone werkplekken, maar ook kubussen en meeting-ruimtes, zoals de woonkamer – met fluwelen fauteuiltjes. Mensen moeten er kunnen werken en leven. Werk rukt op naar privé, dus daar moet je ook wat privé voor terugkrijgen, vind ik.”

Boomhutten bouwen

Jolanda: „Vorig jaar ben ik voor mezelf begonnen met het idee van: we gaan het gewoon een jaartje proberen. Dat is goed gelukt.”

Chris: „Mijn vader is agrarisch ondernemer. Ik ging ooit met hem mee een tweedehands pc kopen en daarmee heb ik leren programmeren. Dat is al sinds mijn twaalfde mijn hobby. Ik vond het gewoon leuk om dingen te maken. Ik was ook altijd boomhutten en skelters aan het bouwen.”

Jolanda: „In die boomhut legde je dan ook meteen elektriciteit aan.”

Chris: „Als we dingen deden thuis, deden we ze serieus. Ik heb samen met mijn broer ook een radiopiraat gehad. Daar maakte ik de software voor: ik zorgde ervoor dat de nummers automatisch werden ingestart. Met software kun je alles maken. Anderen van onze generatie gingen gamen, maar daar heb ik niks mee.”

Jolanda: „Volgend jaar kennen we elkaar tien jaar, van Paasvee – een Noord-Hollands bier-vee-zuipfeestje. Ik kom uit Schagen en hij uit Obdam.”

Chris: „Mijn broer is iets minder dan drie jaar ouder dan ik. We zijn twee verschillende karakters, maar daar hebben we wel een weg in gevonden. Soms botst het nog op heel nutteloze dingetjes: of de voordeur van het bedrijf wel of niet automatisch open moet.”

Jolanda: „Jij bent meer het type dat op tafel kan gaan staan dansen op een feestje.”

Chris: „Mijn broer is meer een prater, net als onze zoon Chip. Die praat ook de hele dag. Wel op een heel leuke manier hoor.”

Jolanda: „Chip is niet vernoemd naar de computerchip, dat denken mensen wel.”

Chris: „We wilden namen die je niet zoveel hoort. Fender – de naam van onze dochter – betekent eigenlijk bumper. Fender, as in the car, vragen Amerikaanse klanten soms. Nou, meer als het gitaarmerk, zeg ik dan.”

Jolanda: „Zij gaat om zes uur aan.”

Chris: „Het is mijn taak om haar uit bed te halen en bij ons in bed te doen. Dan komt ons zoontje er om half zeven bij. Dinsdag en donderdag gaat Jolanda vroeg naar Amsterdam, dan doe ik alles.”

Jolanda: „Op die dagen zet ik ze beneden met een broodje voor de t.v. Dan ga ik douchen en om half acht de deur uit. Chris kleedt de kinderen dan aan.”

Chris: „Op woensdag is Jolanda thuis. Op maandag is het maar net wie er als eerste opstaat en naar beneden gaat. Dat ben jij meestal wel. Ik ga eerst douchen.”

Jolanda: „Ik wil eerst koffie.”

Agenda

Chris: „De kinderen breng ik een keer per week naar mijn ouders in Obdam, samen met mijn broer. Dan spreken we elkaar nog even. Negen uur ben ik op de zaak.”

Jolanda: „Als ik naar Amsterdam ga, pak ik de trein. De andere dagen ben ik veel op pad. Ik heb vrij veel freelance-klussen waar ik maar een paar uur in de week voor werk. Dan wissel ik daartussen of ga ik op een gedeelde werkplek zitten. De onzekerheid vind ik nog weleens lastig.”

Chris: „Om half negen moet Chip naar school, die breng ik lopend. Daarna ga ik op de fiets naar kantoor. Mijn agenda is een puzzel die anderen voor me leggen. Ik ben ceo, elke afdeling wil iets bespreken of er zijn klantgesprekken.”

Jolanda: „Andere mensen kunnen dingen in jouw agenda zetten.”

Chris: „Het gevoel van controle over mijn agenda is iets waar ik al langer mee worstel. Mijn dagen worden gevuld met praten, organiseren, visies neerleggen. Ik heb eigenlijk een luizenbaan, zou je kunnen zeggen. Als dit instort zou ik het leuk vinden ergens te solliciteren als programmeur.”

Jolanda: „Als ik uit Amsterdam kom ben ik niet voor zeven uur thuis. Chris haalt de kinderen dan op en gaat koken. De andere dagen is het andersom.”

Chris: „Dat zie ik als een vrijbrief om langer door te werken. Aan het eind van de dag wordt het eindelijk lekker rustig op kantoor. Vroeger bleef ik nog wel eens hangen tot elf uur, maar tegenwoordig ben ik eigenlijk altijd om half acht thuis.”

Jolanda: „Zeven uur meestal wel.”

Chris: „Je wil toch ook je kinderen zien. Het zijn van die dingen die je andere mensen vaak hoort roepen, maar die ik nu zelf ervaar. Jolanda zet de andere sociale afspraken gewoon in mijn werkagenda. Dan weet ik dat ik thuis moet blijven. In het begin dachten we: moet dit echt zo? Maar het is gewoon de slimste manier om het te regelen.”

Jolanda: „We brengen de kinderen samen naar bed. Soms doet een van beiden het.”

Chris: „De kinderen naar bed doen is wel een cadeautje op de dag.”

    • Rolinde Hoorntje