Buxusmot-rups vreet struiken kaal. Wat doe je eraan?

Plaagdier De buxusmot is een rupsje-nooit-genoeg: hij knaagt in Nederlandse voortuinen buxusstruiken kaal. Waar komt ie vandaan? En wat doe je eraan?

Rups van de buxusmot (Cydalima perspectalis) Foto Getty Images

Soms lijkt de natuur het begrip ‘lentekriebels’ iets te letterlijk te nemen: muggenbulten, tekenbeten, een jeukende huid na een duik in blauwalgrijk water, een hooikoortsneus…

Ook in struiken en bomen wriemelt er momenteel van alles. In buxusstruiken bijvoorbeeld. Nadat Nederlandse tuinen vorig jaar werden geteisterd door rupsen van de buxusmot (op de website Waarneming.nl werden 31.777 exemplaren geturfd) lijkt de soort ook dit jaar een plaag te vormen: tot nu toe zijn 16.418 exemplaren waargenomen. ‘Buxusmot rukt op: Uden spuit en raapt gevreesde rupsen’ kopte het Brabants Dagbad. En in een artikel in tuintijdschrift Groei&Bloei staat te lezen: „In de zomer van 2017 raasde de buxusmot door onze tuinen. We weten niet of de buxusmot in de komende zomer opnieuw gaat toeslaan, maar wel dat het helpt als je je tegenstander kent.”

„Ik zag het afgelopen najaar bij de buxushaag in onze voortuin”, zegt Nico Voormolen uit IJsselstein. „Hele takken met kleverig wit spinsel erom, en aangeknaagde blaadjes. Op sommige plekken was er nauwelijks nog groen te zien. En blad dat nog wél intact was, kleurde algauw geelbruin.”

Voormolen dook de haag in om te zien of hij de oorzaak van de aantasting kon ontdekken. „Ik heb flink in de struiken gerommeld. Eerst stuitte ik op rupsen en toen op witte vlindertjes, een paar centimeter groot. Ze waren best fraai om te zien.” Allemaal exemplaren van de buxusmot, Cydalima perspectalis – een nachtvlinder met halfdoorschijnende vleugels met een donkerbruine rand. Toen hij nog wat langer keek, ontdekte hij ook de forse rupsen van de buxusmot, felgroen met zwarte stippen en een zwarte kop. Zij zijn het die de buxusbladeren zodanig kaal knagen dat alleen het randje van de bladeren – het bladskelet – nog over blijft; eenmaal verpopt tot vlinder doen ze de struiken geen kwaad meer. Wél leggen ze eitjes, twee of drie keer per jaar, waardoor de buxusmottenplaag voort kan duren van het vroege voorjaar tot het einde van de zomer. In het najaar gaan de rupsen in winterrust. In het voorjaar worden ze weer actief en eten zich vol tot ze verpoppen. Eenmaal volwassen leven de nachtvlinders niet veel langer dan een week.

Voormolen: „Het begint direct na de vorstperiode. Hier in de omgeving heb ik een rondje gelopen en eigenlijk is geen voortuin gespaard gebleven: tientallen kale buxusstruiken heb ik geteld.”

Spitsmuizen en naaktslakken

De buxusmot komt oorspronkelijk uit het oosten van Azië. Daar leven de rupsen vooral van de Buxus microphylla, die ook in veel Nederlandse tuinen staat. In Europa lijken ze minder kieskeurig: Zwitserse wetenschappers hebben de rupsen ook ontdekt op andere buxusvariëteiten.

Vermoedelijk is de mot in het begin van deze eeuw meegekomen met een lading buxusstruiken uit Japan of China. In Duitsland werd de soort voor het eerst waargenomen in 2006; in Nederland was de eerste waarneming al in 2007. Sindsdien is de buxusmot snel in aantal toegenomen, vanwege de snelle voortplanting en het gebrek aan natuurlijke vijanden.

Kars Veling van De Vlinderstichting: „Bij een nieuwe soort duurt het vaak een paar jaar voor er voldoende natuurlijke vijanden zijn. Zelf heb ik al meerdere mussen met buxusmotrupsen in de snavel voorbij zien vliegen. Koolmezen en kauwen lusten ze ook. Als de mezen ze straks aan hun jongen gaan voeren, dan zal het aantal rupsen snel afnemen.”

Ook spitsmuizen hebben de buxusmot wellicht al op hun menu, blijkt uit een bericht op de website van De Vlinderstichting: „Vorige zomer begonnen de rupsen driftig te vreten, maar er bleken toch natuurlijke vijanden te zijn. ’s Avonds hoorden we geritsel, gepiep en gesmak uit de buxusstruik komen. Wij houden het op spitsmuizen die daar aan het feesten waren. En ze hebben hun werk goed gedaan, want de buxus staat er nog florissant bij.”

Frans Kapteijns, boswachter bij Natuurmonumenten in Noord-Brabant, noemt ook naaktslakken als natuurlijke vijand van de buxusmotrups: „Die kun je op andere plekken in je tuin verwijderen en ze dan in de haag zetten. Vanochtend vroeg zaten er maar liefst twintig naaktslakken op mijn haag en er was geen buxusrups te zien! Ook zitten er meer huisjesslakken in dan normaal. Mussen en koolmezen zie ik af en toe aan de buitenkant pikken; de struiken zijn te dicht voor ze om ook binnenin naar voedsel te zoeken. Maar we hebben zelf denk ik de meeste rupsen eruit gehaald: 2.200 exemplaren.”

Veling: „Wat de naaktslakken betreft moet je wel oppassen dat ze niet in de buurt van andere planten komen, anders heb je straks een tuin die weliswaar vol buxus staat, maar verder helemaal is kaalgegeten door de slakken.”

Luister ook naar deze aflevering van onze wetenschapspodcast Onbehaarde Apen, over andere invasieve exoten.
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.

Wie niet durft te vertrouwen op de effectiviteit van vogels en naaktslakken, kan een feromonenval plaatsen in de tuin, zegt Veling. „Mannetjesmotten komen af op de geurlokstoffen van vrouwtjes. Vervolgens komen ze in de val terecht, en kunnen ze de vrouwtjes niet meer bevruchten. Maar makkelijker is het om de struiken gewoon te vervangen door struiken die niet gevoelig zijn voor vraat. Een ligusterhaag is ook heel mooi bijvoorbeeld.”

Niet dat de liguster helemaal vraatvrij blijft trouwens: daar komen de rupsen van de ligusterpijlstaart op af. „Maar dat is een inheemse vlindersoort, met voldoende natuurlijke vijanden. De liguster wordt wel een beetje aangeknaagd, maar de schade blijft beperkt. Nadeel van de buxusmotrups is dat het zo’n rupsje-nooit-genoeg is.” Bijkomend voordeel volgens de website van De Vlinderstichting: de liguster bloeit in de zomer en biedt dan voedsel aan vlinders en bijen.

Kapteijns: „Je kunt de rupsen er altijd nog met de hand één voor één uit de struiken plukken. Dan kun je ze vervolgens aan de slakken of de vogels voeren. Gooi ze niet bij het groenafval, want met wat pech kruipen ze zo de kliko weer uit.”

Voormolen: „Sommige mensen gebruiken ook sprays, maar daar doe ik niet aan. Die zijn bovendien niet afdoende: poppen en eitjes blijven leven. Ik heb de rupsen aanvankelijk met de hand verwijderd. Dat was onbegonnen werk. Uiteindelijk hebben we de hele buxushaag maar verwijderd. Nu komt er een stenen palissade voor in de plaats. Daar hebben we tenminste geen omkijken naar. De rupsen zorgen zo wel voor een flinke kostenpost.”

Kapteijns: „Ik zou mensen altijd aanmoedigen een andere haag te kiezen als ze een buxushaag weghalen, want er verdwijnen al teveel hagen. Het zijn mooie kleine corridors voor kleine dieren.”

De vraatsporen van de jonge rupsen zijn lastig te zien, doordat de rupsjes aan de onderzijde van het blad het bladmoes afschrapen, staat in een artikel van de Plantenziektenkundige Dienst van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: „De rupsjes beginnen echter al snel bladeren aan elkaar te spinnen waarbij de uitwerpselen zichtbaar zijn als gelige of groene korreltjes”. Tegen die tijd is de struik vaak al behoorlijk aangetast.

Buxusmot (Cydalima perspectalis)

Foto Getty Images

Showstruik

Overigens komen op de buxusstruiken soms ook schimmels voor die bladsterfte veroorzaken. Zo zorgt de schimmel Cylindrocladium buxicola voor zwarte plekken op de bladeren. Die verdrogen en vallen dan af. Toch zijn de schimmels minder bedreigend voor de struiken dan de rupsen.

Is er nog toekomst voor de buxus in Nederland? Voormolen verwacht dat veel mensen zullen overstappen op andere tuinbeplanting. „De buxus is toch wel een showstruik die in veel voortuinen een prominente plek inneemt. Dan wil je niet dat de boel op zo’n zichtplaats verkommert.”

Veling van de Vlinderstichting: „Dit jaar zal de buxusmotrups nog wel verder oprukken Nu komt hij vooral nog voor ten zuiden van de lijn Haarlem-Winterswijk, maar door het hele land wordt hij steeds frequenter gezien.” Helemaal kwijtraken zullen we de rups vermoedelijk niet. Toch ziet Veling de toekomst niet al te somber in voor de buxusstruiken: „Meestal ontstaat er na twee of drie jaar wel een soort natuurlijk evenwicht. De rupsen hebben er zelf ook geen baat bij als ze alle struiken tot het laatste blad toe leegeten. Dan zijn er binnen een paar jaar geen buxusstruiken én geen buxusmotten meer over.”

    • Gemma Venhuizen