Recensie

Nee, het is niks hoor, die roes van een Tinderwip

Peter Drehmanns

De 29-jarige strever in Drehmanns’ nieuwe boek is in zijn vrije tijd vooral bezig met in een roes raken, van de wereld. De schrijver voert deze ergerlijk nihilistische hollow man naar zijn val toe, en pepert dat ons flink in.

Al veel langer dan wij weet Peter Drehmanns dat zitten het nieuwe roken is, want als er iets is dat hij zijn personages niet gunt, is het een adempauze. Altijd onderweg zijn ze, altijd in beweging, als Dirkjes Kuijt op Duracell-batterijen, handenwrijvend bereid om een kei tegen een heuvel op te duwen of water naar zee te brengen. Maar die motivatie, die niet-aflatende zin om door te blijven marcheren, is best opmerkelijk. Want zo uitnodigend steekt het Drehmanns-universum niet in elkaar, eerder afstotelijk, behept met zowat alle symptomen van westers verval. De mensen zijn er bot en egoïstisch en de molensteen van de economie vermaalt alles tot eenvormige pulp. Het kan dan ook niet anders dan dat Drehmanns het hartgrondig met zijn personages onééns is. Wie zo kan voortdenderen heeft zijn ogen in zijn achterzak zitten. Zijn personages zijn dan ook antihelden, strevers die iets goed fout doen en die door Drehmanns naar hun val worden geleid.

Warm hart

Het is belangrijk om je dit te realiseren, anders zou je de 29-jarige Daan Vos in Drehmanns’ laatste roman zomaar voor een nobele ziel kunnen houden. Als gezinsvoogd spoedt hij zich naar de naarste plekken om verwaarloosde kinderen te hulp te schieten. Op die momenten betrap je hem echt op een warm hart en een gezond verstand, iets dat opeens voorbij is in zijn vrije tijd. Hij tennist, oké, maar daarmee hebben we het bewonderenswaardige deel wel gehad. De rest gaat op aan de roes – van de drank en de pillen en van de Tinderwip. Dat laatste woord heb ik zelf verzonnen, maar het vat de activiteit aardig samen. Daan maakt op de date-app goeie sier, regelt een afspraakje en voor dat hij het weet ligt hij er dan mee in bed. Het komt knap simpel op de lezer over, maar Daan krijgt er geen genoeg van. En Drehmanns krijgt er geen genoeg van om het allemaal met de nodige spot te beschrijven.

Bed-estafettes

Vlucht Daan? Dat mag je er zelf bij verzinnen, want bepaald introspectief is hij niet. En veel andere opties lijkt Daan ook niet te hebben als hij uitgewerkt is. Het is nooit: vanavond maar eens naar de opera. Daan is dus, lijkt Drehmanns te willen zeggen, ‘van de wereld’: wie roest zoals hij, geeft volledig gehoor aan wat in de mode is bij iemand van zijn leeftijd: drinken, slikken, bed-estafettes. Er moet natuurlijk weer een vrouw aan te pas komen om hem te redden.

Erg nieuw is dit ‘standpunt’ natuurlijk niet, ook niet in de literatuur. Er worden jaarlijks zoveel romans (vooral debuten) geschreven waarin een vergelijkbare hollow man wordt opgevoerd, met dit verschil dat die boeken vrijwel altijd geschreven worden door mensen die dichtbij die nihilistische leefwereld staan. Zonder Drehmanns (1960) om zijn leeftijd te willen discrimineren: hij staat er duidelijk te ver van af. Dat Daans behoeftes zo plat als een cent zijn, weten we na een paar pagina’s wel, daar hoef je niet voortdurend aan herinnerd te worden. Het is inpeperen, schrijven met de kwast, ten onrechte denken dat alleen de ergernis die iemand als Daan bij je oproept genoeg is om er urenlang over te schrijven. Drehmanns moet maar snel weer terug naar de houding die hij had bij De man die brak (2013), een roman waarin hij zich wel serieus met iemand verbond.

    • Sebastiaan Kort