Hij geeft jaarlijks zeker 30.000 euro weg

Interview Accountant Frits Petit geeft jaarlijks een kwart van zijn inkomen aan goede doelen. „Waarom zou ik zoveel meer verdienen dan anderen?”

Als je twee ton per jaar zou kunnen verdienen, zou je daar dan nee tegen zeggen? Vermoedelijk niet, want wie kan de aantrekkingskracht van geld weerstaan? Kijk maar eens naar de financiële sector. Nu de crisis voorbij is, lijkt het taboe op excessieve beloningen weer verdwenen. Zo maakte ING onlangs bekend dat de beloning van topman Ralph Hamers met 50 procent naar 3 miljoen euro zou worden verhoogd. Door de ophef die erover ontstond werd de verhoging overigens subiet weer ingetrokken. Bij grote Nederlandse bedrijven nam de loonkloof tussen de top en de gemiddelde werknemer vorig jaar alsnog toe.

Hoe eerlijk is dat?

Het is een vraag die accountant Frits Petit (55) volop bezighoudt. Petit kent de financiële wereld van binnenuit, maar doet het anders dan veel van zijn beroepsgenoten. Afgelopen jaren gaf hij ieder jaar zo’n 30.000 euro weg aan goede doelen – een kwart van zijn totale inkomsten. Dat moet meer worden: dit jaar nog 38.000 euro, het jaar daarop 50.000 euro. „Hoe meer ik me erin verdiep”, zegt Petit, „hoe onrechtvaardiger ik het vind. Ik ben ook maar toevallig geboren met een goed stel hersens en een affiniteit voor bèta. Ik kon gaan studeren voor een beroep dat goed betaalt. Maar er zijn veel mensen die net zo hard werken als ik. Waarom zou ik dan zoveel meer verdienen dan zij?”

Petit studeerde tot registeraccountant en is bevoegd de boekhouding van klanten goed te keuren. Dat deed hij een tijd lang bij accountantskantoor Coopers & Lybrand, dat in 1998 fuseerde tot Pricewaterhouse Coopers. Op dat moment stapte hij over naar De Nederlandsche Bank (DNB), waar hij toezicht hield op de beleggingstakken van banken en verzekeraars. Maar zowel het accountantskantoor als de centrale bank bleken niks voor hem: „Het ging alleen over miljoenen méér verdienen.” Petit besloot verder te gaan als zelfstandige en helpt particulieren, van zeer tot nauwelijks vermogend, nu met hun financiën.

Nuttig werk

En nu zit hij in een café in Zeist, in de buurt van zijn woonplaats Leersum, om te vertellen over zijn inkomen en hoe hij dat besteedt. Buiten staat zijn acht jaar oude grijze Peugeot geparkeerd. Petit praat kalm, hij neemt de tijd de juiste formuleringen te vinden. Over geld spreken blijft in Nederland toch wat ongemakkelijk, misschien juist wel als je er meer dan genoeg van hebt. Dat Petit het wél doet is omdat hij hoopt anderen met zijn aanpak te inspireren.

We praten over ongelijke verdeling. Petit, getrouwd en vader van twee zonen, vindt dat accountants nuttig werk doen, vertelt hij. Het is iets wat hij voor het eerst goed besefte toen hij een vriendin hielp met het op orde krijgen van haar financiën. „Met een redelijk simpele oplossing kon ik haar helpen: leg elke week een vast bedrag opzij voor de boodschappen.” Wat hij alleen niet te rechtvaardigen vindt is dat hij met zijn financiële kennis zoveel meer verdient dan andere mensen die zich óók nuttig maken.

Is, vraagt Petit, „de meester van mijn zonen, die met hart en ziel voor de klas staat”, niet net zoveel waard? „De prijsstelling in ons systeem klopt gewoon niet.” Hij pleit daarom niet voor een geheel gelijke, maar wel voor een eerlijkere verdeling. „Ik wil de scherpe kantjes ervan af halen. Het loopt te veel uiteen.” Dat het nu eenmaal is hoe de economie werkt, vindt Petit een cynische gedachte. „Daar hoef ik me niet bij neer te leggen.”

Maximaal goed doen

Dus geeft Petit een groot deel van zijn ‘te veel’ verdiende geld weg. Dat doet hij vanuit de principes van het zogeheten effective altruism: je middelen zo inzetten dat je maximaal goed doet voor zoveel mogelijk mensen. De filosofie in het kort: geef liever geld aan projecten waarvan bewezen is dat ze werken, dan aan iets wat alleen goed voelt. Zo hebben veel ontwikkelingsprojecten ondanks goede bedoelingen maar weinig effect. Petit gaf afgelopen jaren veel geld aan een stichting die vanuit deze filosofie andere organisaties ondersteunt.

Meer lezen over effective altruism? Econoom Kellie Liket bepleit radicaal anders geven aan goede doelen. „Eerst mensen helpen die doodgaan en dan pas mensen die graag naar klassieke muziek luisteren.”

Malariapreventie wordt vanuit het effective altruism gezien als een zéér effectief goed doel, omdat het armoede helpt te bestrijden en omdat met relatief weinig geld (malarianetten zijn goedkoop) veel mensen zijn geholpen.

Het is ook het effective altruism dat hem ertoe beweegt in de meeste gevallen markttarieven te vragen voor het werk dat hij doet. Want het geld dat hij als accountant verdient, kan ergens anders goed gebruikt worden. Petit verdient tegenwoordig rond de 90.000 euro per jaar, en zit daarmee weer op het niveau van wat hij verdiende toen hij bij DNB weg ging.

Dat alles is buiten zijn huis in Amsterdam om gerekend. In de ogen van Petit nog zo’n voorbeeld van hoe welvaart ongelijk verdeeld is. Het huis, vijf verdiepingen hoog, staat in Oud-West – een populaire buurt in de hoofdstad. Hij kocht het pand in 1993 voor omgerekend 120.000 euro. Zelf woont Petit er niet meer: de bovenste verdiepingen verhuurt hij, de onderste verdiepingen verkocht hij onlangs. En iedereen die bekend is met de oververhitte huizenmarkt van Amsterdam, weet wat dat betekent. „Het pand is intussen een miljoen meer waard geworden. Daar heb ik niks voor hoeven doen. Ja, ik ben een goede beheerder geweest, maar die waardestijging is niet mijn verdienste.”

Omdat Petit zoveel geld weggeeft betaalt hij tot zijn eigen verbazing nauwelijks belasting – giften aan goede doelen zijn grotendeels aftrekbaar. „Ik ben accountant, ik weet hoe het werkt.” Dat zou helemaal niet moeten kunnen, vindt hij. „Hoge inkomens zouden juist méér belast moeten worden”. Zijn giften beschouwt hij daarom maar als belasting waarvan hij zelf kan beslissen waaraan het wordt uitgegeven. „Ik heb de vrijheid het niet aan de overheid over te laten.”

In het Zeister café benadrukt Petit dat zijn verhaal geen pleidooi tegen veel geld verdienen of zelfs voor een sober leven is. „Ik doe ook nog steeds dingen die veel geld kosten. Zo ben ik laatst met mijn familie op vakantie naar Thailand geweest.” Maar in de nieuwste auto’s rijden of in almaar grotere huizen wonen, daar haalt hij zijn voldoening niet meer uit.

Geld kan wel gelukkig maken, zegt Petit. „Het is wetenschappelijk bewezen dat het geluksgevoel van mensen toeneemt zodra ze meer verdienen.” Er zit alleen een grens aan: „Tot een bedrag van 80.000 euro neemt het geluksgevoel aanzienlijk toe. Alles daarboven maakt niet zoveel meer uit.”