Opinie

Het is een verwarde man. Gaat u maar rustig slapen

De bestuurlijke reactie na de Haagse steekpartij heeft alles weg van een depolitiseringsstrategie. Zo spelen we terroristen niet in de kaart. Maar toch: dit verdraait de feiten, vindt .

Vlnr: Máxima, Willem-Alexander, prins Maurits en prinses Annette zien vanaf hun bus hoe een auto op het publiek inrijdt. Foto Patrick van Katwijk

Hij houdt de gemoederen al dagen bezig, de 31-jarige Syriër die zaterdag drie mensen neerstak in Den Haag. Want was dit nu de eerste jihadistische aanslag op willekeurige burgers in Nederland? Was hier sprake van een terrorist? De politie twitterde direct dat de man een bekende was „in verband met verward gedrag”. Burgemeester Krikke liet weten dat er „geen signalen zijn dat er meer speelt dan dit” en zondag meldde het NOS Journaal dat de politie „uitvoerig onderzoek” gaat doen naar zijn motieven. De bestuurlijke omgang past in een lange traditie waarbij terroristische aanslagen strategisch worden gedepolitiseerd.

AIVD-directeur Rob Bertholee benadrukte afgelopen januari in College Tour „dat we in Nederland nog gevrijwaard zijn” van een aanslag. Ook andere autoriteiten refereren graag aan dat schone blazoen, want in Nederland zou er nog geen jihadistische aanslag zijn geweest. In alle landen om ons heen wel. Hoe kan dat toch? Een kwestie van samenwerking, afstemming en ‘geluk’, menen de terrorisme-experts Jelle van Buuren en Bibi van Ginkel (Algemeen Dagblad) en Rob de Wijk en Peter Nesser (NRC). Het is echter allesbehalve geluk. Er is sprake van een strak georkestreerde depolitiseringsstrategie. Het helpt om wat aanslagen van de afgelopen jaren na te gaan om te bepalen hoe er in Nederland wordt omgegaan met terroristen als persoon en met terrorisme als fenomeen.

Denk aan de aanslag van Volkert van der G. op Pim Fortuyn (2002) en Mohammed B. op Theo van Gogh (2004), de bijlmoord van Carlos H. op een student (2008), Karst T. op de koninklijke familie (2009), Erwin L. op de Gouden Koets in Den Haag (2010), Bart van U. op oud-minister Els Borst (2014) of Tarik Z. op de NOS (2015). Maar geen enkele aanslag deed afbreuk aan het ‘schone blazoen’ van een ‘terreurvrij’ Nederland.

Lees meer over de mesaanval in Den Haag: In de war of een terrorist?

Deviant gedrag

Allereerst, hoe wordt er in Nederland omgegaan met terroristen? Op het moment dat er sprake is van deviant gedrag, zoals bij terroristen, wordt de dader gemedicaliseerd, gepsychologiseerd en geïndividualiseerd. Zo is er al gauw sprake van een ‘verward persoon’, een ‘psychiatrische patiënt’ of een ‘lone wolf’. Zo stelde psychiater Hjalmar van Marle na de gijzeling door Tarik Z. dat „de gezondheidszorg extra alert moet worden op verwarde mensen” omdat hij zich zorgen maakt om „lone wolves”. Ondanks dat Tarik Z. bekend stond als slimme student die de „manipulatieve macht” van de NOS aan de kaak wilde stellen.

Verder was het voor experts snel duidelijk dat Bart van U. een ‘verward persoon’ was. Ondanks dat hij meende te handelen uit een „goddelijke opdracht” om Els Borst iets aan te doen vanwege haar euthanasiebeleid. En denk aan de laatste woorden die Karst T. sprak tegen een agent: „Willem-Alexander is een fascist, hij is een racist en ik wist dat de koningin hier zou komen.” Zijn aanslag is bewust, gepland en met een duidelijk vastomlijnd motief. Toch ontstaat het beeld van een ‘eenzame’, ‘verwarde’ jongen en stellen de autoriteiten dat „het onwaarschijnlijk is dat hij vanuit een bepaalde ideologie tot zijn daad is gekomen”.

Dit geldt ook voor Carlos H., de ‘overtuigde anti-imperialist’ die in 2007 een aanslag beraamde op een NAVO-doelwit en daarvoor naar het Korps Commandotroepen in Roosendaal rijdt. Het blijkt onmogelijk om dat terrein op te komen. Daarop besluit hij om op het treinstation een nietsvermoedende student te vermoorden met een bijl. Gedragsdeskundigen tekenen op dat hij lijdt aan ‘grootheidswaan’.

Uiteraard waren de motieven van deze aanslagen verschillend. Maar of het nu gericht was tegen het koningshuis (Erwin L. of Karst T.), politieke macht (Carlos H. en Tarik Z.) of publieke figuren (Mohammed B., Volkert van der G., Bart van U.), in alle gevallen was er een aanleiding om de aanslagplegers te individualiseren (‘lone wolf’), medicaliseren (‘patiënt’ of ‘onder invloed’) of psychologiseren (‘verward persoon’). Dat past in een trend.

Ontwrichten

Ten tweede, hoe gaat men hier om met terrorisme als fenomeen? Er is sprake van terreur als iemand „de samenleving wil ontwrichten vanuit ideologische motieven met een actie die gericht is op meer mensen dan alleen het slachtoffer om daarmee een deel van de bevolking schrik aan te jagen” aldus terrorisme-expert Beatrice de Graaf. Niet toevallig is dat ook ongeveer de definitie die de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) hanteert. Alle zojuist aangehaalde voorbeelden passen in deze definitie. En toch houden we het zelfbeeld hoog ‘dat we in Nederland gevrijwaard zijn’ van aanslagen’.

Het lijkt dus op een bewuste depolitiseringsstrategie die voortkomt uit een diepgeworteld verlangen om in Nederland deviant gedrag te normaliseren. Maar deze fixatie op een schoon blazoen vertoont enige technocratische trekjes. Waar komt die fixatie vandaan?

We weten dat de strijd tussen terroristen en hun bestrijders ook een strijd is over beeldvorming. Eén van de belangrijkste stellingen van Beatrice de Graaf is dat hoe bedachtzamer de respons op terrorisme, namelijk door „maatregelen die gericht zijn op deradicalisering, preventie van rekrutering en op zo min mogelijk maatschappelijke mobilisering”, hoe minder aanslagen en slachtoffers. Die stelling lijkt breed te zijn omarmd in bestuurlijk Nederland. Autoriteiten, media en bestuurders zijn er als de kippen bij om afwijkend gedrag in deradicaliserende of depolitiserende termen te beschrijven.

Zo was er nog geen onderzoek gedaan naar de toedracht van de Haagse steekpartij of de Haagse politie gaf al aan dat het om een „verwarde man” ging. En de Haagse burgemeester stelde dat er „geen signalen zijn dat er meer speelt dan dit”.

Het is precies deze reactie die naadloos past in een lange depolitiseringsstrategie. Het markeert de ongemakkelijke omgang in bestuurlijk Nederland met terrorisme. Zodoende durf ik me te wagen aan één voorspelling: uiteindelijk zal blijken dat er bij de Haagse Syriër geen sprake was van terrorisme. Gaat u maar rustig slapen.

Valstrik

Begrijp me goed: het is mij niet te doen om in de valstrik te stappen van de symbolische strijd die terroristen aangaan. Het is niet afkeurenswaardig dat bestuurders de politieke angel uit ideologisch en politiek geïnspireerde aanslagen halen. Het is goed dat bestuurders en media hier op een verantwoordelijke manier mee omgaan. Wat betwijfelbaar is, is de algehele ontkenning van het politiek-ideologische karakter van aanslagen en het wereldvreemde zelfbeeld dat daarmee ontstaat. Het wordt tijd dat we die depolitiserende strategie en die krampachtige definitiemacht kunnen bekritiseren. En zodoende niet langer het zelfbeeld ophouden „dat we in Nederland zijn gevrijwaard van een aanslag”.

Laten we accepteren dat Nederland niet veel afwijkt van de ons omringende landen. Wat afwijkt is de manier hoe we hier met terreur omgaan. En precies dat is tamelijk verwarrend.