Recensie

Eerste van Mahler als Godfather-cyclus

Klassiek Gatti toont zich met het Concertgebouworkest een beeldend meesterverteller in Mahlers ‘Eerste Symfonie’ en Prokofjevs ‘Derde Pianoconcert’.

In de Russische pianist Daniil Trifonov (hier op archieffoto) vond Gatti een weergaloze evenknie. Foto Robert Ghement

Mahlers Eerste Symfonie begon haar bestaan als beeldende muziek met een dramatische verhaallijn. En naar die bron keerde chef-dirigent Daniele Gatti met zijn Concertgebouworkest terug. Wat zich aan het oor ontvouwde deed denken aan een vierdelige Godfather-cyclus. De Italiaanse maestro serveerde zijn publiek alle bestanddelen van een meeslepend epos. Vanaf de eerste strijkersnoten – konden ze nog zachter en trager? – wist Gatti al meteen een intense narratieve spanning op te roepen, een greep die nergens verslapte.

Driften

Uit het orkest doemden filmische decors en drama’s op: dreigende ravijnen doorsneden vredige landschappen, krachtige karakters en snedige dialogen rezen op uit het orkest, duistere onderstromen legden in zwierige balmuziek innerlijke verrotting bloot, in lieflijkheid verschool zich al de kiem voor een latere gewelddadige uitbarsting. Mahler verklankt in zijn Eerste Symfonie oerdriften, waar Sigmund Freud als vader van de psycho-analyse in diezelfde periode woorden voor zocht. In Gatti’s meeslepende vertelling kreeg de muziek een tijdloze dimensie: elke generatie – veel jongeren bevolkten de Grote Zaal – kon hierin de eigen mythen en archetypen herkennen.

Ook voor de pauze bewandelde Gatti in Prokofjevs grillige Derde Pianoconcert een bijna operatesk pad. Tussen solist en orkest ontspon zich een stormachtige verhouding in spannende dialogen. De contrasten waren enorm: pianist Daniil Trifonov veranderde van dromerige dichter in beukende virtuoos, die brutaal het orkest onderbrak. Het orkest antwoordde onder meer met een zangerige klarinet, gillende dwarsfluiten, een eenzame hoorn en spookachtige strijkers. Alle speelse tegenstellingen uit Prokofjevs partituur werden met overtuiging uitgebuit. En nergens in het veelkleurige mozaïek van stijlen verloor Gatti de grote lijn uit het oog. Hij hield het momentum vast en vond in Trifonov een weergaloze evenknie.

    • Joost Galema