Recensie

Een dichter zal de nazi Mengele niet vergeten

Olivier Guez Met het observatievermogen van een reporter en de techniek van een romancier brengt journalist Guez het after-life in kaart van de gevluchte nazi Mengele. Afschuw, verbijstering en instemming wisselen zich af.

‘Jij die een gewone man onrecht hebt aangedaan/ En in lachen uitbarstte om zijn onrecht,/ Voel jezelf niet veilig./ Een dichter vergeet niet.’ Deze regels van Czeslaw Milosz vormen het motto van De verdwijning van Josef Mengele, het met de prix Renaudot bekroonde boek van Olivier Guez (1974). Het motto is de routekaart van wat je te wachten staat: onderwerp is Josef Mengele, de ‘engel des doods’ van de nazi’s, die duizenden mensen naar de gaskamers stuurde en verschrikkelijke experimenten uitvoerde op gevangenen. In juni 1949 slaagde hij erin naar Zuid-Amerika te ontkomen en er een luizenleven te leiden, tot de Mossad hem opspoorde.

De dichter uit het motto – dat moet Guez zelf zijn. Eerder schreef hij mee aan een filmscenario over de Joodse jurist die ervoor zorgde dat SS’er Adolf Eichmann in Argentinië werd opgespoord. In die tijd raakte Guez gefascineerd door het verdwijnen van Mengele, en wijdde hij zich drie jaar aan het indrukwekkend nauwkeurig in kaart brengen van diens ‘after-life’, zoals Guez het noemt.

Huwelijksgeluk

Het resultaat is een boek waarbij je als lezer van de ene in de andere emotie verzeild raakt. Afschuw bij de gruwelen van zijn laboratorium (‘injecteren, meten, aderlaten, snijden, doden, lijkschouwen’), verbijstering bij het huwelijksgeluk van Mengele op een steenworp afstand van de gaskamers (‘De vlammen sloegen uit de crematoria; Irene pijpte Josef en Josef nam Irene’). Ongeloof bij het fijne leventje in rijkdom dat Mengele in Buenos Aires leidt. Instemming en leedvermaak als de Mossad hem op de hielen blijkt te zitten en hij onderduikt bij een stel dat hem financieel uitkleedt. Gedeeltelijke genoegdoening als hij eenzaam sterft.

Guez brengt het koel en helder in kaart. Hij beschikt over het observatievermogen van een reporter en de techniek van een romanschrijver. Hij toont meer dan dat hij oordeelt. Gaten in het historische verhaal dicht hij met zijn verbeelding. Als Mengele’s vrouw weigert zich bij hem te voegen en hij de weduwe van zijn gehate overleden broer trouwt, laat Guez hem de triomf voelen: ‘toen hij haar met bloemen geborduurde beha had uitgetrokken, had hij het heerlijke gevoel dat hij hem een tweede keer begroef’.

Genereus asiel

Guez’ boek is journalistieker dan L’ordre du jour, het met de Goncourt bekroonde relaas van Eric Vuillard, over de Anschluss. Guez, dat voel je, moet drie jaar volledig geobsedeerd zijn geweest door zijn onderwerp. Hij ging naar Günzburg, waar Mengele’s familie fortuin maakte met de productie van landbouwmachines, naar Argentinië en Brazilië en vond de boerderij waar de SS’er zich lang verborg. Hij verdiepte zich in biografieën, las wat er beschikbaar was van Mengele’s dagboeken. Hij spitte in de regeringsperiode van het echtpaar Perón, om te begrijpen waarom er zo genereus asiel werd verleend aan gevluchte nazi’s.

Mengele werd niet gepakt, hij werd verlaten door zijn vrienden, raakte zijn wetenschappelijke titels kwijt, zijn zoon zocht hem één keer op en keerde zich daarna definitief van hem af. Zijn straf was dat hij ‘ontdaan werd van alle plezier in het leven’, citeert Guez Kierkegaard. Een publiek proces, een veroordeling ten overstaan van de wereld wist hij te ontlopen.

Maar dan is daar de dichter en ‘een dichter vergeet niet’.

    • Margot Dijkgraaf