Recensie

Brand je vingers niet aan Afghanistan

De VS in Afghanistan

In een zeer goed boek reconstrueert Steve Coll hoe ook gebrek aan regie leidde tot het mislukte Amerikaanse optreden in Afghanistan. Onmisbare leerstof voor de Nederlandse regering.

Amerikaanse soldaten bij een neergestorte helikopter in Afghanistan, 24 november 2003 Foto Shah Marai / AFP

In het voorjaar van 2002 verklaarde de Amerikaanse minister van defensie Donald Rumsfeld de oorlog in Afghanistan voortijdig voor beëindigd. De regering-Bush had haast: de invasie van Irak stond op het programma. De Amerikaanse oorlogsmachine was gericht op de omverwerping van Saddam Hussein in Bagdad.

Rumsfeld had nog een reden om geen energie meer te besteden aan Afghanistan. Hij wilde niet verstrikt raken in wat hij beschouwde als de val van nation building. Investeren in de wederopbouw van het land na de val van het Islamitisch emiraat van de Taliban eind 2001 was niet aan hem besteed.

Het eerste budget voor Afghanistan post-Taliban weerspiegelde die minimalistische filosofie. Amerika ruimde er aanvankelijk 151 miljoen dollar voor in. Dat bedrag werd later weliswaar verhoogd tot een miljard, maar de intentie van Washington was duidelijk. Het land moest zo snel mogelijk op eigen benen leren staan.

En toch, een jaar later was er ineens een Amerikaans plan voor Afghanistan, schrijft journalist in Steve Coll in zijn beklemmende boek Directorate S. Het plan, een PowerPoint presentatie van dertig dia’s onder de noemer ‘Versneld Succes’, was in elkaar geflanst door Zalmay Khalilzad, de nieuwe ambassadeur in Kabul.

Op 18 juni 2003 presenteerde Khalilzad het aan de Amerikaanse regering. Hij klikte door zijn dia’s, toen president Bush hem onderbrak: ‘Zal, ik wil dat je een goede politicus maakt van Karzai.’

Koning Karzai

Hamid Karzai, de latere president van Afghanistan, had geen enkele politieke ervaring. Volgens Robin Finn, de voorganger van Khalilzad in Kabul, opereerde Karzai als een tv-presentator van een praatprogramma: van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat ontving hij gasten, die na afloop van een persoonlijk gesprek op een bankstel in zijn enorme werkvertrek mochten plaatsnemen. Karzai, aldus Finn, ‘was de koning, en iedereen speelde dat spel mee, maar dat betekende niet dat hij orders kon uitdelen.’

Een opsteker voor Karzai was dat Bush vertrouwen in hem had. De Amerikaanse president sprak hem twee keer per week bemoedigend toe vanuit het Witte Huis. Als Karzai slaagde, dacht Bush, zou het automatisch goed komen met Afghanistan. Aan dia’s of een visie had Bush verder geen behoefte.

Toch vormde de PowerPoint van Khalilzad in juni 2003 een keerpunt. Zijn plan stelde inhoudelijk weliswaar niets voor, maar het ging om het gebaar: minimalisme werd omgebogen in betrokkenheid. Anderhalf jaar na de val van de Taliban werd Amerika langzaam maar zeker Afghanistan ingezogen, met verstrekkende gevolgen.

Directorate S van Coll is een uitputtend verslag van zeventien jaar knutselen aan een luchtkasteel: van Afghanistan een stabiel en terreurvrij land maken. Project Afghanistan is voor Amerika uiterst kostbaar gebleken: honderden miljarden dollars in investeringen, 2.400 doden, stapels rapporten, beleidsnota’s en strijdplannen, oeverloze vergaderingen, grensoverschrijdende corruptie – de gruwelijke hoeveelheid verspilde energie die Coll in zijn boek samenbalt put de lezer bijna fysiek uit.

Op drone-aanvallen en de spectaculaire en geslaagde operatie tegen Osama bin Laden na – beide op Pakistaans grondgebied, zonder toestemming van de Pakistaanse autoriteiten – is het allemaal voor niets geweest. Afghanistan is allesbehalve stabiel of terreurvrij. De Taliban is uit de as herrezen en controleert een aanzienlijk deel van het land.

Archipel van steden

De centrale regering onder leiding van Karzai’s opvolger Ashraf Ghani heerst in een archipel van steden, omringd door een zee van vijandig terrein. Volgens Coll, zich beroepend op een schatting van het Pentagon, zijn dertien terroristische groeperingen actief in het land, waaronder Islamitische Staat (In buurland Pakistan zijn nog eens zeven terreurbewegingen actief). De ellenlange grens tussen Afghanistan en Pakistan is poreus; strijders gebruiken het onherbergzame gebied als uitvalsbasis voor acties.

‘Als soldaten van de Taliban wilden uitrusten van het strijdperk, trokken ze zich terug in Pakistan’, schrijft Coll. Niet Afghanistan maar Pakistan vormt volgens hem de sleutel tot een beter begrip van de regio. Of beter: de Pakistaanse strijdkrachten. Directorate S – de titel van zijn boek – verwijst naar de mysterieuze afdeling binnen de schimmige Pakistaanse geheime dienst ISI die invloed heeft op de Taliban, en die mogelijk financiert.

Islamabad is officieel een bondgenoot van Washington, maar het Pakistaanse leger is op z’n best onbetrouwbaar. Coll: ‘Pakistaanse generaals hebben tegen Amerikaanse collega’s gelogen over hun steun voor de Taliban sinds het ontstaan van de beweging in 1994.’ De Pakistani’s zijn meesters in de duistere kunst van het manipuleren. Kenmerkend voor de verhoudingen tussen beide landen zijn de 27 reizen van de voormalige Amerikaanse legerchef Mike Mullen naar Pakistan voor overleg met zijn ambtgenoot Ashfaq Kayani. Ze leverden niets op.

Wikken en wegen

Directorate S is de opvolger van Ghost Wars (2004), waarmee Coll een Pulitzerprijs won. Dit boek is zeker zo goed. De inlichtingendiensten van Amerika, Pakistan en Afghanistan staan centraal, met belangrijke bijrollen voor het Pentagon en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Grote afwezigen zijn de presidenten Bush en Obama. Bush was alleen enthousiast over Karzai en een tot mislukken gedoemd plan om de papaver-oogst te verdelgen met bestrijdingsmiddelen (‘I’m a spray guy’). Obama kon niet met Karzai overweg en negeerde de dominante gezant Richard Holbrooke. Hij blonk uit in wikken en wegen. Zijn grootste wapenfeit was een halfhartige troepenopbouw, gevolgd door een flitsende afbouw.

Naar analogie van Vietnam moest het Amerikaanse leger inheemse soldaten opleiden, maar daar kwam weinig van terecht. Een fors aantal van die opgeleide Afghanen bleek onbetrouwbaar. Soms sloten ze zich ineens aan bij de Taliban, een feit dat ze dan kracht bijzetten met een aanslag.

Zoals alles werd ook deze verontrustende ontwikkeling grondig bestudeerd. Gevolg: Amerikaanse soldaten werden toegevoegd aan gemengde patrouille-eenheden, met de expliciete opdracht Afghanen uit te schakelen voordat zij dood en verderf konden zaaien.

Eind april prees voormalig CIA-directeur Michel Hayden in The New York Times de Afghanistan-speech van president Trump van augustus 2017. Hayden noemde die een ‘bijna miraculeuze’ uitzondering op diens feitenvrije presidentschap.

Jammer dat Hayden niet de moeite nam uit te leggen wat hem zo bekoorde aan dat betoog. Ja, Trump kwam erin terug op zijn eerdere ‘intuïtieve’ voornemen alle troepen terug te trekken, een unicum. En hij kondigde de integratie aan van alle diplomatieke, economische en militaire activiteiten in Afghanistan; stroomlijnen is ongetwijfeld winst.

Maar net als zijn voorgangers danste Trump om het probleem Pakistan heen. Hij eiste een einde aan de veilige havens die dat land creëert voor terroristen, maar dat was niet nieuw. De hamvraag die al zeventien jaar onbeantwoord blijft: wat zijn de gevolgen als Islamabad zich niets van die eis aantrekt? Kan Amerika het zich veroorloven atoommacht Pakistan van zich te vervreemden, met als mogelijke consequentie dat die wapens in verkeerde handen vallen? En is Washington bereid onder ogen te zien dat Pakistan baat heeft bij een instabiel Afghanistan, dat het chaos aan zijn westgrens prefereert boven een tweede vijand naast India?

Als Coll iets overduidelijk maakt is het dit: Amerika kampt in Afghanistan en Pakistan met hardnekkige vijanden en onbetrouwbare bondgenoten in een even majestueus als hels landschap. Directorate S is daarmee impliciet ook een waarschuwing: brand je vingers niet aan het gebied. Nederland overweegt een nieuwe missie naar Afghanistan op te tuigen. Lees dit boek en je weet: niet doen.

    • Menno de Galan