Bezoekers moeten het museum wel overleven

Grunberg in het Stedelijk #8

De hele maand mei ‘woont’ en werkt Arnon Grunberg in het Stedelijk Museum Amsterdam, met een groep kunstenaars. Hij schrijft daar dagelijks over.

Zoals varkens naar het slachthuis worden getransporteerd, zo wordt kunst naar het museum vervoerd. Het verschil tussen slachten en tentoonstellen is weliswaar aanzienlijk, afgezien van die enkele keer dat een bezoeker zich misdraagt. In 1986 bewerkte in het Stedelijk een bezoeker een schilderij van Barnett Newman met een mes. Er wordt af en toe nog over gesproken.

Tegenover mij zitten Annette en Hadewych, zij zijn registrar bij het Stedelijk, dat wil zeggen dat ze zich bezighouden met zoals Annette dat noemt logistics, oftewel inkomende en uitgaande kunst. Net als menig mens is ook veel kunst een migrant.

Annette is aan het woord, ze draagt een bruin truitje en kijkt vreugdevol. „Voor tentoonstellingen worden werken geleend en uitgeleend. Een lening kan lang duren, we hebben hier een werk dat we al vanaf de jaren tachtig in bruikleen hebben. Ik heb Museumstudies gestudeerd en heb daarna vijf jaar bij Christie’s gewerkt.”

„Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd”, zegt Hadewych.

We kijken hoe een transport met schilderijen van Günther Förg uit Berlijn arriveert. De vrachtwagen gaat in een vrachtwagenlift. Ik moet weer denken aan het slachthuis waar varkens in de lift vergast worden. (In de zomer van 2016 werkte ik twee weken in verscheidene slachthuizen, waarover ik voor NRC schreef.)

Annette plakt na het uitladen groene stickertjes op de goed verpakte schilderijen. „We hebben allemaal ons eigen kleurtje”, zegt ze. „Hadewych heeft blauw.”

Hier neemt lange Hans het van haar over, hij is verantwoordelijk voor de opbouw van tentoonstellingen. Hij heet lange Hans omdat er ook een middelgrote Hans is.

„Ik studeerde medicijnen”, vertelt lange Hans, „maar toen ik coschappen liep merkte ik dat ik het museum leuker vond dan het ziekenhuis.”

„Begrijpelijk”, zeg ik.

Lange Hans neemt ons mee naar beneden, genaamd Stedelijk Base, waar een deel van de permanente collectie te zien is. Deze ruimte is ontworpen door Rem Koolhaas. „Veel kunsthistorici vinden het te vol hier”, zegt lange Hans. Hij voegt eraan toe: „Die stalen platen hebben we gekregen van Tata Steel, we moesten testen dat ze stabiel zijn, dus zijn we er met een elektrische rolstoel tegen aan gereden. Ik heb er een filmpje van.”

Lees ook hoe de eerste bezoekers reageerden op Stedelijk Base: ‘Alsof je nooit klaar bent met kijken’

Hij laat me het filmpje zien. „Het is niet de bedoeling dat de bezoeker zo’n stalen plaat op zich krijgt”, zegt lange Hans.

Een belangrijke taak van het museum: de bezoeker dient bij voorkeur levend het museum te verlaten. Iets soortgelijks geldt voor het personeel.

(Wordt vervolgd.)

    • Arnon Grunberg