De ‘hockeynerd’ die vergroeid is met Den Bosch

Met de Bossche hockeyvrouwen gaat Raoul Ehren vanaf donderdag tegen Amsterdam voor een nieuwe landstitel. Over de rol van de bescheiden ‘hockeynerd’ wordt soms laatdunkend gedacht.

Coach Raoul Ehren tijdens een training van de hockeyvrouwen van Den Bosch. Aanvoerder Marloes Keetels: „Hij ziet ook de persoon naast het hockey.”

Zijn teamgenoten noemden hem vroeger ‘Zuurtje’. Als er een looptraining was, dan kreeg Raoul Ehren altijd als eerste last van zijn kuiten, hij was de eerste die verkrampte. Een degelijke linksachter, geen bijzonder talent. Ehren groeide snel en werd de lange slungel van het team. Hij was een slimme speler, de koning van de tip-in bij Den Bosch, zeggen oud-medespelers. Dan sloeg Jeroen Delmee zoals zo vaak de bal de cirkel in en stond ‘Roeltje’ altijd op de juiste plek om de bal een laatste tikje te geven.

Ehren (45) maakte als speler in de jaren negentig de gloriedagen van Den Bosch bij de mannen mee, de opkomst vanaf de promotie uit de overgangsklasse tot de top in de hoofdklasse. Hij was erbij toen de mannen in 1998 de eerste van de twee landstitels in de clubgeschiedenis behaalde en won twee Europacups. Nu is hij al veertien jaar onderdeel van de uitzonderlijke hegemonie van de Bossche vrouwen: vijf seizoenen als assistent, negen als hoofdcoach.

Vergroeid met Den Bosch

Twaalf landstitels en tien Europese bekers is hij de club als coach trouw en dat is wederzijds. Ehren en Den Bosch zijn met elkaar vergroeid. Iemand vinden die zo aansluit bij de club als hij wordt lastig, mocht hij ooit besluiten te vertrekken.

Hij is de rustige hockeynerd, verslaafd aan de sport. Naast zijn werkzaamheden bij Den Bosch, leidt hij met zijn beste vriend Sjoerd Marijne, oud-teamgenoot en oud-bondscoach van het Nederlands vrouwenteam, een hockeyschool. Geen idee eigenlijk of Ehren andere hobby’s heeft, zegt Marijne. Ja, zijn drie dochters, vertelt zijn vriendin Susanne Boselie – die geven rust. Tuinieren, zo af en toe. Maar in hun achtertuin in Den Bosch hebben ze een veldje aangelegd waarop ze met hun kinderen kunnen hockeyen. Thuis gaat het gewoon door.

Al tijdens zijn spelerscarrière coachte Ehren. Eerst jeugdteams, daarna werd hij assistent bij de vrouwen van MOP in Vught – vervolgens bij de mannen. In 2003 keerde hij terug bij Den Bosch, als assistent van latere bondscoach Herman Kruis.

Ehren begon afwachtend, weet Kruis nog. Hij zocht nooit de confrontatie. Hij was de rustige analyticus, met wie Kruis geregeld aan de bar op bierviltjes tactieken zat uit te kienen. Na wedstrijden sloot Ehren thuis de laptop aan op de tv om de wedstrijden nauwkeurig nog eens te bekijken. Dat doet hij volgens zijn vriendin nog steeds.

„Hij weet dat het belangrijk is de balans te behouden.”

Marloes Keetels, aanvoerder HC Den Bosch en Nederlands team

Bovenal had Ehren een goede klik met de speelsters, vertelt Kruis. En dat werd alleen maar sterker toen hij in 2009, na een tussenjaar als coach bij Push in de Overgangsklasse, als hoofdcoach begon bij Den Bosch. Steeds meer is hij onderdeel van de groep geworden, vertellen (oud-)speelsters. Altijd weet hij wat er speelt, ook buiten het hockey. „Mijn spel is heel afhankelijk van hoe ik me voel”, zegt oud-aanvoerder Maartje Paumen. „Ik deelde alles met hem. Hij is heel betrokken, vindt het oprecht belangrijk hoe het met iedereen gaat.”

„Hij ziet de persoon naast het hockey”, zegt huidig aanvoerder Marloes Keetels. „Ik heb mijn studie altijd heel belangrijk gevonden. Als dat botste met het hockey, voelde ik me door Raoul begrepen. Hij weet dat het belangrijk is de balans te behouden.” Paumen: „In mijn laatste seizoen, vorig jaar, gaf ik in de winterstop aan dat het voor mij zwaar was, zo na de Olympische Spelen. Ik had moeite alle veldtrainingen te doorstaan. We maakten de afspraak een veldtraining in te wisselen voor een individuele looptraining. Hij geeft je die ruimte.”

Ehren staat vaak in de groep, niet erboven, zo voelt het voor zijn speelsters. Hij wordt door iedereen omschreven als heel rustig en beheerst. Maar als hem iets niet zint, kan hij ontzettend kwaad worden.

Zoals afgelopen zaterdag, in de tweede wedstrijd van de halve finale in de play-offs om het landskampioenschap tegen SCHC (4-2 winst). Den Bosch komt net met 3-1 voor, SCHC speelt zonder keeper – niets aan de hand. Tot het na een slordigheid 3-2 wordt. Het flesje water dat Ehren in zijn handen achter zijn rug had, smijt hij op de zijlijn. Een paar flinke vloeken volgen. „Hier zijn we het hele jaar mee bezig! Over mijn lijk dat zo’n bal de cirkel in komt! Hóé moeilijk kan het zijn om druk te zetten? We geven gewoon een goal weg!”

Inwisselbaar

Het is de perfectionist in Ehren, zeggen de mensen om hem heen. Ook omdat winnen nu eenmaal bij Den Bosch hoort. Achttien van de laatste twintig seizoenen kampioen. In de twee jaar waarin Amsterdam won in ieder geval finalist. Dit jaar kwam een einde aan een reeks van vijftig wedstrijden waarin Den Bosch niet verloor. Tweeënhalf jaar.

Maar ja, klinkt het ook al jarenlang buiten Brabant: met een team als Den Bosch kan elke willekeurige coach kampioen worden. Kijk naar die groep vrouwen: in de Nederlandse selectie voor de finale van de Hockey World League eind vorig jaar waren zeven van de achttien speelsters van Den Bosch. Maar volgens Ehrens oud-collega’s en speelsters wordt zijn rol ondergewaardeerd. Onderschat vooral.

„Het moet toch heerlijk zijn om met zoveel talent en topspelers te werken, hoor je dan”, zegt Paumen. „Maar dat zo’n groep vervolgens zomaar in elkaar past, dat is gelul.” Een groep met haantjes, met zoveel ervaring; het is de kunst om die allemaal tevreden te houden, iedereen het gevoel geven dat ze gehoord worden. Paumen: „En Den Bosch wint niet voor niets al zo lang.”

Ehren is als de docent met wie je buiten de les om best wat zou gaan drinken. Binnen de lijnen is hij stabiel, zorgt hij voor rust bij zijn speelsters. Hij is ook enorm goed voorbereid, overdenkt alles. Als plan A niet lukt, is er meteen een plan B en zo nodig ook C.

Verrassen

Ehren kan in het hoofd van coach van de tegenstander kijken, zegt Keetels. Nog steeds weet hij ze te verrassen. Ze herinnert zich een wedstrijd tegen Oranje-Rood, vorig seizoen. „Hij kwam toen met een nieuwe cornervariant, had goed geanalyseerd wat Toon [Siepman, coach van Oranje-Rood] wilde bereiken. Het was zo simpel, maar het lukte. We juichten alsof we kampioen waren geworden.”

Daar kan Ehren ook blij van worden. Het zijn dit soort kleine uitdagingen die ervoor zorgen dat hij, na al die jaren, Den Bosch nog steeds niet zat is, en de club hem ook nog niet. Wat is er nou leuk aan elk jaar met zo’n groep alleen maar winnen, zeggen de critici dan. Omdat winnen niet verveelt, volgens Paumen. De beste móéten zijn, is ook een uitdaging. En dat elk jaar met een team waar boegbeelden vertrekken, zoals vorig jaar Paumen. Waar jeugdspeelsters ingepast moeten worden, want dat hoort bij clubcultuur. Bij Den Bosch kunnen en durven ze nee te zeggen tegen internationals die bij de club willen komen.

„Hij zou weleens wat trotser mogen zijn.”

Herman Kruis, voormalig bondscoach Nederlands vrouwenhockeyteam

Zijn lange erelijst ten spijt, is Ehren nog nooit gevraagd voor een bondscoachschap van welk land dan ook. Hij leidde Jong Oranje van 2011 tot 2013 en werd wereld- en Europees kampioen met die ploeg. Tijdens de Hockey World League vorig jaar was hij assistent van Marijne bij de mannen van India. Maar verder? Niet in beeld, zegt hij zelf.

Kwestie van charisma, te veel bescheidenheid? Volgens oud-collega Kruis is dat nu eenmaal Ehrens stijl. Maar als je niet af en toe schreeuwt, word je lang niet gezien. Kruis: „Hij zou weleens wat trotser mogen zijn.”

Ehren wacht het rustig af, zegt hijzelf. Geen haast. Om hem heen weten ze niet of hij ambitie heeft om bondscoach te worden. Hij houdt niet zo van verandering, zegt zijn vriendin. Hij heeft alles in Den Bosch, woont vijf minuten van de hockeyclub, zijn bedrijf is er gevestigd, zijn dochtertjes hockeyen en tennissen er. Binnen het team zeggen ze gekscherend dat hij het liefst niet buiten de stadsgrenzen komt. „Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?”, zegt oud-teamgenoot Jeroen Delmee. „Hij zit bij de beste club, heeft niet zo’n bewijsdrang. Als het goed is, is het goed.”