Column

Rotlui, die van Air France

‘Goh”, zegt de senior purser, 33 jaar in dienst van KLM, terwijl ze neerploft achter het stuur van haar autootje. „Dus Air France is weer van zins te gaan vliegen.”

Ik zoek haar wel eens op als er nieuws is uit het luchtruim. Dan wil ze alleen anoniem spreken, omdat ze anders haar baan kan verliezen. Ze is net terug uit Canada. We staan in de avondzon op de personeelsparkeerplaats in het weiland naast de A4, zij leest eerst haar berichten. Een stoïcijnse dame, drie intercontinentale vluchten per maand, haar hoge hakken nog aan. „Sukkels”, zijn de collega’s van Air France. „Ondermijnende rotlui. En wij maar buffelen.”

Twee jaar geleden staakten jullie zelf, zeg ik. Grondpersoneel klaarde anderhalf uur geen koffers in en cabinepersoneel vertrok tien minuten of een half uur te laat. „Wij zijn zo correct”, zegt de purser. „Die stiptheidsacties waren voor ons al a shame. Dat een passagier net een begrafenis zou missen.” Bij de draaideur stond het management opgesteld. ‘Doe het niet!’ „Sommigen zagen er alsnog van af.”

Je staakt niet, je praat. „Zo’n verschil met ons.” Die ochtend op het hotelterras hadden de piloten op hun iPad nerveus de aandelenkoersen van Air France-KLM gevolgd. Dat telt natuurlijk ook mee.

Als de purser in een Air France-toestel zit of Franse collega’s ontmoet bij de immigratiecontrole ziet ze de verschillen. De stewardessen zijn „beeldig hoor”. „Fier rechtop, mannequins. Nee, dan wij met onze uit de kluiten gewassen figuren.” Zij zijn correct en formeel, afstandelijk en arrogant. De purser heeft zelf jarenlang invloed gehad op de werving van KLM-stewardessen. „Een dwarsdoorsnee uit de Nederlandse maatschappij”, noemt ze die. Efficiënt – vijftig passagiers per stewardess tegenover zo’n veertig bij de Fransen. Empathisch. „Je zórgt voor je passagiers.”

En dus luistert ze naar een Surinaamse zakenman die huilend vertelt dat hij op ziekenbezoek gaat bij zijn zus. Ze troost een paniekerige moeder tijdens turbulentie. Ze zet een dronken man apart. „Airbussen naar Canada of Paramaribo zijn vliegende dorpen. Mensen kennen elkaar. Het lijkt alsof ik op de markt loop. Samen zijn we een paar uur weg van de werkelijkheid.”

Volgend jaar bestaat KLM honderd jaar. Toenmalig president-directeur Camiel Eurlings keek vijf jaar geleden al uit naar de feestelijkheden, maar de huidige, Pieter Elbers, heeft op het intranet laten weten dat hij daar geen ruchtbaarheid aan wil geven. Je moet er nooit van uitgaan dat we dat redden, zei hij. Die ochtend op het hotelterras in Edmonton was de vraag geweest: kunnen we nog los van Air France? De gezagvoerder had zijn hoofd geschud. „We passen niet bij elkaar, maar we hadden het niet alleen gekund.”

(j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.