Online atlas herdenkt boekverbrandingen nazi’s van 85 jaar geleden

Censuur De Duitse fotograaf Jan Schenck werkt aan een online atlas om in kaart te brengen op welke 90 plekken in 20 steden 85 jaar geleden boeken in het openbaar verbrand werden door de nationaal-socialisten.

De boekverbranding op de Opernplatz in Berlijn, 10 mei 1933. Foto Bundesarchiv, Bild 102-14597/Georg Pahl

Het is donderdag 10 mei 85 jaar geleden dat in nazi-Duitsland op grote schaal in het openbaar boeken verbrand werden van joodse en linkse schrijvers die volgens de nazi’s on-Duits waren. Dat gebeurde in zo’n 20 Duitse steden, van München tot Hamburg, van Kleve tot Rostock – maar op de meeste plaatsen waar dat gebeurde, is geen gedenkteken of herinnering aan die theatrale boekverbrandingen, opgezet door geestdriftige nazi-gezinde Duitse studenten.

Om daar verandering in te brengen is de Duitse fotograaf Jan Schenck uit Meuchefitz in Neder-Saksen vijf jaar geleden een internetproject begonnen: de online atlas verbrannte-orte.de, waar alle 90 plekken op staan waar in 1933 boeken verbrand werden.

Foto’s van verbandingsplekken

De site verbrannte-orte.de: alle plaatsen waar in 1933 in nazi-Duitsland boeken werden verbrand. Foto verbrannte-orte.de

Schenck wil van alle plekken foto’s verzamelen en online zetten.

Het project, gestart met crowdfunding, is nog niet voltooid. De website met kaart is nog in een beta-fase, en het totaalbedrag is nog niet binnen.

Schenck kwam op het idee, schrijft hij op de blog bij de site, omdat hij een paar jaar geleden over de boekverbrandingen las. „Mijn passie voor sommige van de boeken die door de nationaal-socialisten verbrand werden” brachten hem tot het besluit de plekken waar dat was gebeurd fotografisch vast te leggen.

Zo ontstond het idee voor de online-boekverbrandingsatlas, om te voorkomen dat de gebeurtenis in de vergetelheid raakt. Schenck roept Duitsers op ook herinneringen en documenten die met de lokale boekverbranding te maken hebben te melden. Hij wil zo een groot, levend online monument voor de boekverbrandingen oprichten.

Schenck wist zelf niet dat bijvoorbeeld op drie plekken in Berlijn alleen al boekverbrandingen plaatshadden, en dat er in zoveel steden boeken zijn verbrand. Hij wil ook daar en in andere steden waar boeken verbrand zijn graag dat er zichtbare herinneringen komen.

Goebbels en Kästner in Berlijn

De beroemdste boekverbranding vond in de nacht van 10 mei 1933 plaats in hartje Berlijn, op de Opernplatz, het plein dat tegenwoordig de Bebelplatz heet. De nationaal-socialistische studenten waren al een maand bezig met een campagne tegen wat zij de ‘on-Duitse geest’ noemden. Joodse professoren moesten de universiteiten uit, on-Duitse boeken moesten op de brandstapel. Een door een bibliothecaris opgestelde ‘zwarte lijst’ met zo’n 130 ‘on-Duitse’ boeken was het uitgangspunt: daarop stonden werken van literaire schrijvers als Erich Kästner, Bertolt Brecht, Heinrich en Thomas Mann en Erich Maria Remarque, maar ook van wetenschappers als Sigmund Freud, Karl Marx en Albert Einstein.

Nazi-propagandaminister Joseph Goebbels was erbij in de nacht van 10 mei 1933 op de Bebelplatz in Berlijn, en hield een toespraak. Studenten die de boeken in de stromende regen in de brandende boekenhopen gooiden riepen spreuken als: „Tegen de decadentie en moreel verval! Voor tucht en zeden in familie en staat! Ik geef aan het vuur prijs de geschriften van Heinrich Mann, Ernst Glaeser en Erich Kästner.” (Gegen Dekadenz und moralischen Verfall! Für Zucht und Sitte in Familie und Staat! Ich übergebe der Flamme die Schriften von Heinrich Mann, Ernst Glaeser und Erich Kästner.)

Er was muziek bij van een nazi-blaaskapel: de Duitse elite verbandde haar boeken in stijl. Ook professoren van de Berlijnse Humboldt-universiteit hielpen hun studenten mee ‘on-Duitse’ boeken te verbranden.

Kästner, schrijver van onder meer het populaire kinderboek Emil und die Detektive en Fabian (een roman over decadent Berlijn) was op de Bebelplatz als enige van de Duitse schrijvers aanwezig bij de verbranding van zijn eigen boeken. Hij vond het gruwelijk, schreef hij later. Hij werd herkend, door iemand uit het publiek, en is weggelopen. Omdat hij zijn oude moeder en vader niet alleen wilde laten (hij was enig kind) verliet hij Duitsland niet. Veel schrijvers deden dat wel. Levende auteurs op verbrandingslijst kregen een schrijfverbod en al hun boeken werden uit de bibliotheken verwijderd.

(Erich Kästners herinneringen aan de boekverbandingen zijn gebundeld in Über das verbrennen von Büchern (Atrium, 2017); in 1965, blijkt uit de bundel, werden zijn boeken tot zijn onsteltenis voor de tweede keer in Duitsland verbrand, in Düsseldorf, door een groepje jonge christenen die zijn en andere boeken onheilig vonden.)

Op de Bebelplatz in Berlijn is wel een monument dat herinnert aan de nazi-boekverbanding van 1933, een ondergrondse lege boekenkast, door een glasplaat te zien, van de kunstenaar Micha Ullman. Er staat een tekst bij van Heinrich Heine (wiens boeken ook verbrand werden) uit 1820: „Dat was nog maar een voorspel, daar waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen.” (Das war ein Vorspiel nur, dort/ wo man Bücher verbrennt,/ verbrennt man am Ende auch Menschen.)

Op verschillende plekken in Duitsland, onder meer op de Bebelplatz Berlijn, wordt donderdag 10 mei herdacht dat 85 jaar geleden de nationaal-socialisten tienduizenden boeken verbrandden.
    • Paul Steenhuis