De cao is er. Nu nog zorgen dat overheden gaan betalen

Nieuwe cao Zorgsector Als coalitie gaan bonden en werkgevers in de zorg nu de strijd aan met overheden en verzekeraars om geld voor de loonstijging te krijgen.

De diverse belanghebbende partijen in de zorg zijn akkoord. Nu moeten de loonsverhogingen nog worden gefinancierd, ook door gemeenten. Foto Roos Koole/ANP

Met hun maandag gesloten cao-akkoord over een flinke loonstijging voor het personeel van verpleeg- en verzorgingshuizen, wijkverpleegkundigen en thuishulpen, hebben werkgevers en vakbonden pas een eerste stap gezet. Nu rest de grote opgave: het Rijk, gemeenten en zorgverzekeraars zo ver te brengen dat ze betalen voor de afgesproken loonsverhoging, de verbetering van arbeidsomstandigheden en maatregelen om personeelstekorten te bestrijden.

De bonden en werkgeversorganisaties hebben de afgelopen maanden bewust een coalitie gesmeed die één gezicht toont bij de financiers van de zorg. Dat was nadat FNV Zorg & Welzijn de laatste jaren harde gevechten voerde met zorgorganisaties over beloning en werkdruk. Twee jaar geleden weigerde de FNV zich aan te sluiten bij de cao. „Dat was nodig. We hebben in die periode na de crisis en de bezuinigingen uit 2015 van het vorig kabinet duidelijk gemaakt dat het niet goed ging in de zorg”, zegt FNV-onderhandelaar John van Mullem.

Het onderlinge wantrouwen moest worden weggenomen om één front te maken, spraken de sociale partners af. Ook de FNV. „Dat nooit meer, hebben we tegen elkaar gezegd”, zegt Aaldert Mellema van CNV Zorg & Welzijn. „We waren niet meer geloofwaardig in Den Haag, we werden niet serieus genomen door het ministerie.”

Bij het begin van de cao-onderhandelingen besloten ze om niet – zoals gebruikelijk – direct de wederzijdse eisen op tafel te leggen. Onder begeleiding van een adviseur werd eerst diepgaand gesproken over ieders ideeën en belangen. „We hebben gezamenlijk een agenda gemaakt wat nodig is in de zorg, om het werken er aantrekkelijker te maken”, zegt Mellema. „We zijn bij elkaar in de keuken gaan kijken. Bondsonderhandelaars zijn bij onze ledenavonden geweest, als werkgevers zijn wij naar manifestaties van de FNV gegaan. We hebben hard aan de relatie gewerkt om ons over de pijn heen te zetten”, zegt Gerard Schoep van werkgeversorganisatie Actiz.

Dat is gelukt, met cao-afspraken die alle partijen gerust aan leden durven voorleggen. „Al zal dat best discussie opleveren met sommige individuele leden die met de FNV hard in aanvaring zijn gekomen. We zullen ze mee moeten nemen op de weg die wij de afgelopen maanden hebben bewandeld”, zegt Kars Hazelaar die namens werkgeversorganisatie BTN onderhandelde. „Als je veel energie steekt in het begrijpen van elkaars belangen, ontdek je dat je op basis daarvan ook kunt samenwerken.”

Water aan de lippen

De zorgorganisaties werken nu al met smalle marges. Hazelaar: „Veel organisaties staat het water aan de lippen.” Zij kunnen zich de afspraken uit de cao alleen veroorloven als de financiers van de zorg over de brug komen. Voor het personeel van verpleeghuizen lijkt dat geen probleem, omdat in het regeerakkoord 2,1 miljard is vrijgemaakt. Maar dat geld is bedoeld om nieuwe medewerkers aan te trekken en de personeelsinzet te vergroten. De bonden hebben nog twijfels over de inzet van die 2,1 miljard euro. „De minister praat er wel steeds over, maar niemand kan uitleggen waar die heen zullen gaan.”

Slaagt het kabinet erin om extra personeel aan te trekken, of wordt het extra geld uitgegeven aan ‘technologische foefjes’? Lees ook: Verpleeghuizen geven al geld uit – vraag is hoevéél

Schoep van Actiz maakt zich minder zorgen. „Die loonstijging van 4 procent kan uit de huidige financiële ruimte komen. Maar deze cao geldt voor vijftien maanden. Om aantrekkelijk te blijven op de arbeidsmarkt zullen de lonen ook in de jaren daarna moeten stijgen. Daar zal het Rijk ook geld voor moeten reserveren.”

Voor de loonsverhoging van wijkverpleegkundigen betalen de zorgverzekeraars volgens de bonden en de werkgeversorganisaties lang niet allemaal tarieven die hogere cao-lonen voldoende compenseren. „Als zij willen helpen om de zorg aantrekkelijker te maken, zullen ze een extra impuls moeten geven”, zegt Van Mullem.

Lees verder over de strijd tegen onderbetalende gemeenten in de thuiszorg

Nijpender zijn de gesprekken met de gemeenten over de vergoedingen voor thuiszorg. Een deel van de gemeenten weigert de ‘reële tarieven’ te betalen die zij volgens een bestuursmaatregel uit 2017 zouden moeten rekenen. FNV-bestuurder Van Mullem: „We zullen druk uitoefenen op gemeenten. Ik denk dat in sommige plaatsen acties zeker nodig zullen zijn. Ik verwacht al in de zomer.” De acties zullen worden afgestemd met de werkgevers. Schoep: „We zullen misschien niet allemaal in dezelfde manifestatie meelopen. Het gaat erom dat alle partijen ze onderschrijven.” Dat kan volgens hem ook bij een werkgever zijn, die zich niet aan de afspraken houdt. „Het is juist belangrijk dat wij ons allemaal als goede werkgevers opstellen. Dat vertrouwen is er nu.”

    • Daan van Lent