Column

Nederlaagje

Na twee kinderen binnen twee jaar is een conflict soms snel gevonden. De vriendin was met haar moeder naar een lezing van Herman Pleij in een dorp verderop geweest en trof mij na dit culturele hoogtepunt met de hand in een zak chips bij een zelfgestookt vuur in de tuin. De afwas stond nog op de keukentafel – „met mieren” – en er lag nog allemaal kindertroep in de tuin.

Het had gevoeld alsof ze een trailerpark in de VS opliep. Inclusief white trash, want zo zat ik er wel bij met mijn flesje bier en chips in mijn joggingbroek.

De door mij uitgestoken vinger van ‘jahaa, ik ruim het straks wel op’ was niet genoeg. Nee, van dit soort toestanden werd ze heel erg Mino Raiola: een vinger was niet genoeg, ze pakte de hand en wilde de hele arm.

Ja, dan kan ik echt Waylon zijn. Meteen gekwetst en dan verbaal uitschieten. Als het zo moest dan… Vroeger zou ik naar de kroeg zijn gegaan, maar daar doe je jezelf na elven in Wormer geen plezier mee. En dus vertrok ik heel principieel naar zolder, dekbed en kussen onder de arm.

„Misschien blijf ik er wel wonen.”

Ik hoorde haar nog net niet hardop lachen.

Op zolder met mezelf.

Eerst wat rommelen, in dozen kijken waar we na de verhuizing niet meer naar omgekeken hadden. Ik vond een gymschoen terug en fotoboeken van een jeugd in Velp. Nadat ik alles had herbeleefd, inclusief vier vakanties in hetzelfde huisje in Zwitserland, zocht en vond ik het AeroBed dat we speciaal voor de logees, die op een na uiteindelijk geen van allen waren komen opdagen, hadden aangeschaft.

Op de verpakking een man en vrouw in elkaar verstrengeld op een kniehoog luchtbed. Inflatable: je hoefde alleen maar de stekker in het stopcontact te doen en op een knopje drukken. Daarna een hels kabaal. Alsof er een vliegtuig opsteeg. De kinderen werden er wakker van, de vriendin hoorde het door haar oordoppen heen.

Ik beleefde een doorwaakte nacht, de warmte bleef goed hangen onder de dakpannen. Toen ik wakker werd was het AeroBed leeggelopen en kon ik amper bewegen van de spierpijn.

Ik trof de rest van de groep aan de keukentafel. Ik pakte de hagelslag uit het keukenkastje en het schoot er meteen in. Ik had de rug lang recht gehouden, maar brood smeren ging niet meer.

Er zat niets anders op dan te wachten tot ze zou vragen of het een beetje bevallen was op zolder.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.