Het gehate IMF is weer terug in Argentinië

In Argentinië wordt het IMF gehaat vanwege de rol die het speelde bij de vorige financiële crisis. Toch moet het land bij het fonds opnieuw aankloppen voor noodhulp.

Hulp van het gehate IMF is nodig omdat de Argentijnse peso forse verliezen boekt ten opzichte van de sterke Amerikaanse dollar Foto JUAN MABROMATA/AFP

In een poging de instortende koers van de eigen peso te stutten, heeft Argentinië dinsdag de hulp van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) moeten inroepen. De Argentijnse regering is met IMF-directeur Christine Lagarde in gesprek over een voorlopig noodkrediet van 30 miljard dollar, maakte president Mauricio Macri dinsdag bekend.

De hervormingsgezinde, rechtse president neemt daarmee een economisch wellicht noodzakelijk, maar binnenlands-politiek zeer gevoelig besluit. Het IMF wordt in Argentinië diep gewantrouwd vanwege de rol die het speelde in de opmaat en nasleep van de vorige grote financiële crisis in het Zuid-Amerikaanse land, begin deze eeuw.

Hulp van het zo gehate ‘Fondo’ is onvermijdelijk „om een crisis te voorkomen zoals we die eerder in onze geschiedenis hebben meegemaakt”, bezwoer Macri in een korte tv-toespraak van 2,5 minuut. De afgelopen weken zakte de peso steeds verder weg ten opzichte van de dollar - een lot dat momenteel de munten van meer opkomende landen treft doordat de Amerikaanse munt zeer sterk staat. Dinsdag piekte de dollarkoers hierdoor tot boven de 23 peso. Begin dit jaar lag de koers rond de 18 peso.

Wrang

Dat juist Macri deze noodhulp moet inroepen, is wrang voor hem. Zijn regering trof de afgelopen jaren juist verschillende marktvriendelijke maatregelen, bedoeld om het vertrouwen van buitenlandse investeerders te vergroten. Macri volgde eind 2015 president Cristina Kirchner op die - net als haar voorganger en echtgenoot Néstor Kirchner - een links-nationalistisch economisch beleid had gevoerd. Voor zijn zogenoemde ‘graduele’ aanpak van Argentinië’s economische problemen, kreeg Macri bij parlementsverkiezingen, in oktober 2017, ook nog overtuigende steun van de kiezer.

Dat het land ondanks deze liberale hervormingsagenda nu toch weer slachtoffer wordt van een valutacrisis, wijt Macri vooral aan externe factoren. „Tijdens de eerste twee jaar was de wereldwijde context zeer gunstig. Maar dit is vandaag de dag aan het veranderen. De mondiale situatie wordt met de dag complexer. Door verschillende factoren: de rentes lopen op, de olie wordt duurder, de munten van opkomende landen devalueren.”

Lees ook dit achtergrondverhaal over waarom Argentinië een risicoland is

Maar de valutacrisis is óók het gevolg van de structurele zwaktes van de eigen economie. Het land voert meer in dan het exporteert. Er gaan meer Argentijnen naar het buitenland op vakantie dan dat er buitenlandse toeristen naar Argentinië komen. Dit leidt tot een tekort op de lopende rekening, waarvoor het buitenlandse schulden moet aangaan. Die drukken door de stijgende rentes en sterke dollar steeds zwaarder op de peso.

In reactie hierop brengen Argentijnen hun geld naar het buitenland of wisselen hun pesos in voor dollars. Die kapitaalvlucht is begrijpelijk, zeker sinds de vorige crisis van 2001. Toen ging Argentinië failliet: het besloot zijn buitenlandse schuld van 93 miljard dollar niet langer af te lossen bij wat tot op heden als het grootste staatsbankroet in de wereldgeschiedenis geldt.

Neoliberale shockdoctrine

Argentinië had - mede op advies van het IMF - zijn peso jarenlang één-op-één aan de dollar gekoppeld. Een kunstmatige overwaardering, die eind 2001 uiteindelijk onhoudbaar werd. De regering sloot, daags voor Kerstmis, alle banken. De staat legde beslag op alle banktegoeden. Argentijnen moesten tijdens deze ‘corralito’ machteloos toezien hoe hun spaargeld met 75 procent devalueerde. De middenklasse werd in een paar weken goeddeels weggevaagd.

Nog altijd staan de straten van Buenos Aires vol graffiti tegen het ‘FMI’, (de Spaanse afkorting van het IMF). De Argentijnen zijn getraumatiseerd door de neoliberale shockdoctrine die het IMF op hun land losliet. In ruil voor leningen moest het land bezuinigingen, hervormingen, belastingverhogingen en privatiseringen doorvoeren. De linkse Kirchners bouwden hun politieke succes op de weerzin tegen dit IMF-beleid.

De Argentijnse muren staan ook nog steeds vol met slogans tegen de zogenoemde ‘fondos buitres’ (de gierenfondsen). Dit zijn de zeer speculatieve hedgefondsen die tijdens de financiële crisis de allang onhoudbaar geworden Argentijnse staatsschuld tegen bodemprijzen opkochten. Na jaren procederen wisten zij hun vordering op de Argentijnse staat met succes te verhalen. In 2016 trof Macri - met goedkeuring van het IMF – uiteindelijk een schikking met deze speculanten. Dit in de hoop zijn land te verlossen van de pariastatus die het had op de financiële markten.

Ook die omstreden concessie kon deze week niet voorkomen dat de markten - opnieuw - het vertrouwen in Argentinië verloren.

Correctie (11 mei 2018): In een eerdere versie van dit artikel stond dat de voorganger en echtgenoot van Cristina Kirchner Ernésto Kirchner was. Dat moet Néstor Kirchner zijn, en is aangepast.