Opinie

    • Frits Abrahams

Een dag vol verwarring

De dag had een merkwaardig verloop met een onverwacht einde. Eerst moesten we naar de Treinreiswinkel voor het regelen van een vakantie. We werden efficiënt geholpen door een jonge man met een paardenstaart, die in een half uur een volledige reis uit zijn computer rammelde, inclusief tickets, reistijden en hotels, waar we thuis zelf minstens een halve dag over zouden hebben gedaan.

Even later konden we op het terras van Café Luxembourg in het zonnetje bijkomen van de vermoeienissen die we ons hadden bespaard. Als toegift mochten we ook nog genieten van de aanblik van Ilja Leonard Pfeijffer, die in een keurig kostuum met een vrouw aan zijn zijde over het Spui schreed. Het was zo’n waardig tafereel dat de vraag rees of men hem ’s avonds in het Amstel Hotel nog wel de Libris Literatuur Prijs zou durven weigeren.

Na een uurtje gingen we de zaak binnen om af te rekenen. Mijn vrouw liep met haar pinpas naar de kassa bij het buffet en ik bleef bij de leestafel achter om staande enkele kranten in te kijken. Véél Waylon, van wie ik vurig hoop dat hij met zijn afgrijselijke lied al in de halve finale deerlijk mag sneuvelen.

De Telegraaf had uitgepakt met een reportage over de Syriër die drie mensen had neergestoken. Verward, niet verward, terrorist of toch niet? Meer vragen dan antwoorden. Verder berichtte De Telegraaf over de perikelen bij Ajax, waar de sfeer te snijden zou zijn, omdat veel spelers niet meer met coach Erik ten Hag willen werken. Mijn indruk is dat ook enkele voetbaljournalisten bij De Telegraaf niet meer met Ten Hag willen werken.

Zo stond ik een minuut of tien te peinzen boven die artikelen toen tot mij doordrong dat mijn vrouw zich niet meer in het café ophield. Althans, ze was nergens te bekennen. Ik zocht de hele zaak af, tot in de dames-wc, waar ik argwanend door enkele vrouwen werd bekeken toen ik haar naam riep.

Een serveerster dacht dat ze meteen vertrokken was nadat ze afgerekend had, maar ik kon dat moeilijk geloven – we zouden immers sámen naar huis gaan. Het was evenmin aannemelijk dat ze zonder groeten zou zijn weggegaan, want we hadden geen ruzie gehad of iets anders wat de zogeheten ‘kwaaie kop’ kan veroorzaken. Had ze misschien niet gezien dat ik aan de leestafel stond? Maar dat was slechts twee meter achter haar toen ze afrekende!

Ik liep nogal ontheemd naar huis. Je kon als echtpaar uit elkaar gaan, maar dan hoefde je toch niet meteen te verdwijnen? Mijn fantasie raakte over haar toeren en ik versnelde mijn pas. Had ik niet beter bij die wc’s moeten rondkijken? Misschien was ze wel overmeesterd door een verwarde Syriër die geld nodig had voor een aanslag. Of was ze zelf verward geworden, iets wat op zekere leeftijd vaker voorkomt? Ik zag de koppen in de krant al voor me: ‘Vrouw columnist opeens vermist’. Het rijmde, maar daarmee hield de pret wel op.

Mijn hart begon te bonzen en ik stormde nu op huis aan.

Daar trof ik haar rustig achter haar laptop aan. „Waar bleef je nou?”, vroeg ze een tikje wrevelig. Ze legde uit dat ze mij niet meer in het café had gezien en buiten een poosje de omgeving had afgezocht. „Hoe lang?” vroeg ik wantrouwig. „Lang genoeg”, zei ze.

Dit antwoord stemde me niet helemaal tevreden.

    • Frits Abrahams