Recensie

Een ‘Clemenza’ met bomgordel van betoverende schoonheid

Opera De Nationale Opera brengt Mozarts ‘ La clemenza di Tito’ als eigentijds verhaal over vluchtelingen en radicaliseren. Theatraal maakt regisseur Peter Sellars met vier gekleurde solisten een politiek statement.

Foto Ruth Walz

In meerderheid gekleurde zangers stonden maandag op het podium van De Nationale Opera: een primeur in de dertig jaar dat het theater er staat. Opera is, hoewel zwaar gesubsidieerd, white business.

Alleen al daarom is het statement dat regisseur Peter Sellars maakt met de casting van zijn productie van Mozarts heel politieke opera La clemenza di Tito dus treffend en gepast. Al roept zijn keuze ook vragen op: wie cast op kleur, bedrijft zelf immers óók politiek.

En zo roept Mozarts laatste opera La clemenza di Tito (1791) eigenlijk altíjd vragen op. Over authenticiteit bijvoorbeeld. De recitatieven liet Mozart (druk met Die Zauberflöte) over aan zijn leerling Süssmayr. Vaak worden die deels geschrapt. In de vorige Amsterdamse productie (2002) werden ze vervangen door recitatieven van componist Manfred Trojahn (1949), wat toen leidde tot een keten aan disruptieve schrikeffecten.

Deze nieuwe Clemenza biedt juist méér echte Mozart dan anders, maar is er niet minder schokkend om. De verklaring heet Teodor Currentzis, dirigent van het in Perm gevestigde ensemble MusicAeterna, dat voor deze reeks 90 man sterk (orkest en koor) naar Amsterdam is gehaald.

Currentzis’ werkwijze – compromisloze toewijding, extreme opvattingen, veel repetitietijd – leidde eerder tot veelbesproken opnames van Mozarts opera’s, die zowel prijzenstormen als geheven wenkbrauwen oogstten. Alleen lauw blijven onder wat Currentzis doet - dat lukt niet.

Currentzis streepte de meeste Süssmayr-recitatieven weg, en zette daar andere stukken Mozart-op-zijn mooist voor in de plaats: delen uit Mis in c-klein, Maurerische Trauermusik en Adagio en Fuga (KV 546). De montage leidt tot voelbare cesuren tussen talen en sferen. De gewijde Mozart ademt een andere sfeer dan de theatrale Mozart, en abrupt schakelen van Italiaans naar Latijn roept óók vervreemding op. Maar wat er vervolgens klinkt is op alle niveaus - van vulkaanachtige fortepiano-uitbarstingen die momenten aan elkaar moeten lassen tot de wisselwerking tussen bak en podium - zó intens muzikaal, geëtst en eigen, dat je je toch onmiddellijk gewonnen geeft.

All melodieën – en La clemenza zit bomvol geniale, pure Mozart-invallen die instantaan ontroeren - krijgen bij Currentzis detailrijk vorm middels krullerig de lucht beschrijvende handgebaren. Stilte, bijna-stilte en bewuste lelijkheid (spugende medeklinkers en een schelle klank in het Kyrie) maken dat tederheid des te feller treft.

Illustratief zijn de aria’s van Vitellia (romige Ekaterina Scherbachenko) en Sesto’s Parto, parto (een ideale Paula Murrihy, afgelopen najaar ook dé ontdekking in de uitvoeringen van La clemenza door het Orkest van de 18de Eeuw). Met bassethoornist Florian Schuele gaan ze op het podium elk een bedwelmend duet aan; zo synergetisch kunnen stem en instrument vervloeien, hier in het klein, maar in de wisselwerking tussen orkest en bühne gedurende de hele voorstelling in het groot.

Theatraal heeft de productie, vorig jaar een hit op de Salzburger Festspiele, niet overal dezelfde vaart.

Regisseur Peter Sellars (60) is een legende om zijn actualiserende regies: Le Nozze di Figaro speelde bij hem in de Trump Tower, Pelléas et Mélisande ging over O.J. Simpson.

De Netflix-waardige kluwen van politiek, verraad en vergeving die La clemenza bepaalt, verplaatste Sellars van het Rome van 79 na Christus naar een fictief heden, waarin de barmhartige, Mandela-achtige heerser Titus vluchtelingen opneemt, maar waar zijn vriend Sextus door destructieve liefde gedreven toch een bomgordel omgespt om Titus te vermoorden.

Het decor van George Tsypin is minimalistisch: een leeg podium vormt de basis, sfeerbepalend zijn een zee aan kaarslampjes na de aanslag op Titus en wat manshoge glazen schachten als reminiscenties aan de pilaren van Rome.

Sellars – gelovige in kunst als sleutel tot een betere wereld – verkondigt een heldere boodschap. Terreur is van alle tijden, de mens is zwak en barmhartigheid heeft de toekomst (of zou die moeten hebben).

Jammer is dat door de vele coupures sommige relaties erg schetsmatig blijven. Zonder voorstudie snappen wie hier wie bemint of hekelt en waarom, is ondoenlijk als instappen in seizoen 28 van GTST.

Het decor van George Tsypin is minimalistisch: een leeg podium zonder achterwand vormt de basis, en voor kleinere stem (Jeanine De Bique als Annio) is dat een uitdaging. Sfeerbepalend zijn een zee aan kaarslampjes na de aanslag op Tito, en manshoge glazen schachten die als multi-interpretabele reminiscenties aan de machtige pilaren van het oude Rome het toneelbeeld beheersen.

Maar ondanks die bedenkingen komt de boodschap die Currentzis en Sellars willen uitdragen over – tot en met het uitbundige slotapplaus, dat de zangers als collectief, hand in hand, komen halen.

De kracht van muzikale schoonheid valt niet te onderschatten.

    • Mischa Spel