De tegencultuur van nu is op rechts actief

Nieuw rechts Een hekel aan de generatie van mei ’68? Nieuw rechts is er eerder een spiegelbeeld dan een tegenpool van.

Forum voor Democatie-leider Thierry Baudet na afloop van het uitbrengen van zijn stem voor de gemeenteraadsverkiezingen en het raadgevend referendum voor de inlichtingenwet. Foto Remko de Waal / ANP

Deze maand is niet alleen de bezetting van de Sorbonne een halve eeuw oud, maar ook de vernietiging van onze cultuur. Althans, als je het aan Thierry Baudet vraagt. Multiculturalisme, moderne kunst, ‘cultuurmarxisme’, de EU, waardenrelativisme, allemaal zijn ze terug te voeren op ‘de geest van 68’.

Baudet is niet de enige die er zo over denkt. Praktisch elke politicus of intellectueel die vindt dat de natie, het gezin, de moraal en/of de hele beschaving wordt bedreigd, verwijst naar het jaar des onheils. „De massa-immigratie is het gevolg van mei ’68”, benadrukte PVV’er Martin Bosma vorige maand nog maar eens op Twitter. Steve Bannon gaf in zijn film Generation Zero de babyboomers de schuld van de kredietcrisis. De Antwerpse burgemeester Bart De Wever noemde zijn N-VA onlangs een antwoord op „het individueel nihilisme van mei ’68-beweging”.

Toch staat nieuw rechts niet zo ver af van de 68’ers als deze kopstukken suggereren. De beweging is eerder een spiegelbeeld van ’68 dan een tegenpool: ze wil de erfenis van ’68 omkeren, maar is evengoed zelf een erfgenaam.

Op inhoudelijk gebied zijn er opvallende overeenkomsten. In het oog springt allereerst de roep om meer democratie. Rellende studenten eisten vijftig jaar geleden inspraak in de universiteit, D66 wilde voor meer democratie zelfs het hele politieke systeem van binnenuit ‘opblazen’. Wij worden niet gehoord, was de gedeelde roep van de jongeren van ’68.

Vijftig jaar geleden trokken jeugdige babyboomers vol idealen ten strijde tegen het oude establishment. Wat is er over van hun idealen? En waarom zit het revolutionair elan anno 2018 vooral op rechts? Deze maand besteedt NRC aandacht aan revolutiejaar 1968. Lees de verhalen hier.

Die roep klinkt opnieuw, maar nu aan de andere kant. Door het multiculturalisme en de EU hebben wij steeds minder te zeggen over waar het heen gaat met ons land, zeggen Wilders, Baudet en hun geestverwanten elders. Met meer directe democratie willen ze dat oplossen: referenda om ‘de stem van het volk’ te laten klinken. Ironisch genoeg wil D66, aartsvader van het referendum, dit nu juist graag kwijt.

Vrijheid van godsdienst

De vraag is wel wat nieuw rechts precies verstaat onder democratie; het is in elk geval niet de liberale democratie zoals we die kennen. Aan ‘de stem van het volk’ hecht nieuw rechts veel waarde, aan de rechtsstaat minder: Wilders wil de vrijheid van godsdienst afschaffen, de door veel nieuw rechtse politici bewonderde Viktor Orbán probeert de persvrijheid aan banden te leggen, en de Belgische regeringspartij N-VA voerde een campagne tegen „wereldvreemde rechters”.

Verwant aan de roep om democratie is de strijd voor vrijheid die nieuw rechts zegt te voeren – zowel de vrije samenleving als het vrije woord vallen hieronder. In de jaren zestig moest die vrijheid veroverd worden op de conservatieve, regenteske elites; nu op de Europese Unie, de islam, en de linkse instituties. Dolle Mina’s wilden baas in eigen buik zijn, nieuw rechts baas in eigen hoofd. Met name op universiteiten, in de media en online staat het vrije woord onder druk, aldus nieuw rechts: universiteiten trekken uitnodigingen voor sprekers in, Twitter en Facebook verwijderen kwetsende content. Vooral dat laatste is een reële zorg voor de extremere vleugel van nieuw rechts. De Vlaamse cultuurwetenschapper Ico Maly beschrijft in zijn pas uitgekomen boek Nieuw rechts hoe na de demonstratie met nazivlaggen in Charlottesville verschillende websites van de Amerikaanse alt right werden geboycot door grote bedrijven zoals Facebook en PayPal.

Een deel van nieuw rechts, vooral in Nederland (denk bijvoorbeeld aan Pim Fortuyn en Geert Wilders) verdedigt daarnaast vrijheden zoals homorechten en de gelijkheid tussen man en vrouw. Hiermee werpen zij zichzelf op als de échte hoeders van westerse waarden, die zij beschermen tegen de niet-verlichte islam. Grappig genoeg werden juist deze vrouwen- en homorechten door de 68’ers bevochten. Het meer conservatieve deel van nieuw rechts zul je over deze strijd dan ook niet horen. Vooral veel jonge rechtse mannen noemen zich trots ‘anti-feminist’.

Inhoudelijke echo

Minstens even duidelijk als de inhoudelijke echo’s zijn de overeenkomsten in stijl. Pim Fortuyn werd door zijn kiezers als verfrissend ervaren, Thierry Baudet werd vanwege zijn „verbale sterkte, frisse uitstraling en het nieuwe geluid” zelfs tot politicus van het jaar gekroond. Bij partijbijeenkomsten van Forum voor Democratie is dit een vaak gehoorde reden om de partij te steunen: ‘Er hangt verandering in de lucht.’

Nieuw rechts als de brenger van radicale verandering – ook daarin lijkt de beweging op haar linkse voorganger. Vergelijk Trumps ‘Drain the swamp’ en Baudets ‘Breek het partijkartel’ met Van Mierlo’s ‘Doorbreking van het oude, vastgeroeste partijpatroon’. Ook Van Mierlo werd destijds nieuw, anders, verfrissend genoemd. En niet toevallig riep Baudet op tot een ‘mars door de instituties’: de Duitse studentenleider Rudi Dutschke had in 1967 tot precies hetzelfde opgeroepen.

Deze boodschap slaat aan bij mensen die zich tegen het establishment willen keren; vaak zijn dat jongeren. Die hebben „van nature behoefte aan een tegencultuur”, zei Frederik Jansen, de voorzitter van de jongerenpartij van Forum voor Democratie, afgelopen zomer in Trouw. „In de jaren na 1968 zat die op links. Op dit moment zit hij op rechts.”

Precies dit komt ook naar voren in Trollen, Trump en Thierry, de Tegenlicht-documentaire van regisseur Mea Dols de Jong die komende zondag op tv is. Een Baudet-aanhanger zegt daarin dat links en rechts van positie zijn gewisseld. „Toen was de linkerkant de kant van de free speech, vrijheid, taboes doorbreken. Nu is het andersom!” Ook Jordan Peterson, beschermheilige en inspirator van met name rechtse jonge mannen, komt in de documentaire aan het woord. Rechts is de nieuwe avant-garde, zegt hij. Aanstootgevende spandoeken en memes moet je zien als een vorm van „creatieve expressie”.

Ook die creativiteit doet denken aan de jaren zestig. Het protest had toen vaak een ludieke vorm, denk aan de provo’s met hun ‘happenings’, die leidden tot een ziedende politie. De provocatie blijkt vijftig jaar later nog steeds een probaat middel voor escalatie: kijk naar GeenStijl, of een beroepsprovocateur als Milo Yiannopoulos. Wanneer verontwaardiging ontstaat, beroepen de provocateurs zich op ironie. Dat maakt mensen als Thierry Baudet en Milo voor hun tegenstanders zo moeilijk te grijpen: de grens tussen ernst en ironie is moeilijk te bepalen. Net als Provo, dat na alle politierellen een Vereniging Vrienden van de Politie oprichtte.

De boodschap luidt: wie wil lachen, moet bij rechts zijn. Daar zijn „meer onderwerpen om grapjes over te maken. Omdat mensen minder snel op hun teentjes getrapt zijn”, aldus een andere Baudet-fan uit de Tegenlicht-documentaire. Kritiek en non-conformisme, van oudsher eigenschappen van links, eigent rechts zich nu toe. „De linkse mens is buitengewoon eenkennig en niet bereid iets van iemand aan te nemen als diegene niet bij de „goede mensen” hoort”, twitterde Baudet onlangs. Subtekst: de vrijdenkers zitten op rechts.

Humorloze progressieven

En zo is in vijftig jaar ook de conformistische massa van kleur veranderd. Bestond het ‘klootjesvolk’ waartegen Provo ageerde nog uit conservatieve, aan consumeren verslaafde burgers, de ‘normies’ tegen wie nieuw rechtse jongeren op online fora als 4chan strijden zijn juist de humorloze progressieven. Maar de kern is hetzelfde: zowel het klootjesvolk als de normies zijn saaie groepsdieren.

Als je er zo naar kijkt, worden ze bijna identiek, de beweging van ’68 en die van de rechtse opvolgers. Je zou zo vergeten dat de wereld waarnaar zij streven een hele andere is. De 68’ers wilden ‘de spreiding van kennis, macht en inkomen’, nieuw rechts hoor je over sociaaleconomische thema’s nauwelijks. De beweging is gefixeerd op identiteit, en dat terwijl het de ‘68’ers juist die obsessie met identiteit verwijt. Ook dat is weer prachtige ironie.