‘College Rotterdam faalt bij opvang en hulp daklozen’

Rotterdam In Rotterdam slaapt niemand op straat, zei burgemeester Aboutaleb eerder. Die ambitie maakt het college niet waar, zegt de Rotterdamse rekenkamer.

Bezoekers van de Pauluskerk in Rotterdam, die hulp biedt aan daklozen. Foto Marco de Swart/ANP

Het Rotterdamse college van B en W slaagt er onvoldoende in daklozen te begeleiden naar huisvesting en hun situatie duurzaam te verbeteren. Ondanks een poging tot verbetering van de opvang sinds vorig jaar is de hulpverlening nog gebrekkig, constateert de Rotterdamse rekenkamer in een kritisch rapport dat woensdag is gepresenteerd.

De druk op de opvang is de laatste jaren gestegen. Het aantal volwassenen in de Rotterdamse nachtopvang is sinds 2012 met 17 procent gestegen tot 1.050 volwassenen vorig jaar. Het aantal jongeren (18-23 jaar) in Rotterdam dat gebruikmaakt van maatschappelijke opvang steeg in twee jaar tijd met 34 procent tot ongeveer 1.000 in 2017.

‘Niemand slaapt op straat’

Burgemeester Aboutaleb heeft eerder de ambitie uitgesproken dat in Rotterdam ‘niemand op straat slaapt’. „Dat lukt niet”, zegt Paul Hofstra, directeur van de Rotterdamse rekenkamer. „We zijn over de hele linie niet tevreden hoe het nu gaat.”

Een belangrijke conclusie is dat er nog te weinig woningen zijn voor mensen die uit de opvang of een zorginstelling komen. Begin dit jaar stonden er 178 mensen op de wachtlijst voor een woning.

„Ook het beleid is soms contraproductief”, zegt Hofstra. De Rotterdamwet, om mensen met lage inkomens uit zwakke wijken te weren, beperkt bijvoorbeeld het aanbod van woonruimte, constateert de rekenkamer. Het college erkent deze conclusie over de Rotterdamwet als enige echter expliciet niet.

Intensieve ondersteuning

Een andere aanbeveling is om meer te investeren in zogeheten housing first, direct zelfstandige huisvesting in combinatie met intensieve ondersteuning, voor bijvoorbeeld daklozen die én psychische én verslavingsproblematiek hebben. Ook deze aanbeveling neemt het college niet ter harte in de ogen van de rekenkamer: „Hierdoor blijven de fundamentele tekortkomingen in de opvang en begeleiding van daklozen bestaan.”

Het college erkent bijvoorbeeld wel dat er te weinig plekken zijn in de crisisnachtopvang voor dakloze jongeren tot 23 jaar, en werkt hieraan.

Verder constateert de rekenkamer dat de afstemming van de hulp na een gevangenisstraf niet goed is. De hulp van de Kredietbank bereikt daklozen maar beperkt. Tegelijk bieden wijkteams onvoldoende passende en tijdige hulp aan ‘bankslapers’: daklozen die tijdelijk bij mensen uit hun netwerk overnachten.

    • Eppo König