Perfecte aardbeientaart (geen zorgen, hij is nog makkelijk ook)

Janneke kookt Het is aardbeienseizoen, laten we dat vieren met deze taart.

Foto Merlijn Doomernik

Zondag Moederdag, aardbeienseizoen, het lijkt me zomaar een mooi moment om een aardbeientaart te bakken. Ik ga u het recept geven voor een van mijn lievelingsexemplaren, eentje met een krokante bodem van bladerdeeg, een vulling van vanillerijke banketbakkersroom en een royale berg fruit. Vrees niet, hij is ontzettend makkelijk om te maken. Voor de bodem nemen we gewoon kant- en klaar deeg. Het koken van de room is een fluitje van een cent. En die berg aardbeien is natuurlijk precies wat het is: een berg aardbeien.

Hoewel. Er valt nog wel een knoopje door te hakken over de esthetiek versus de pragmatiek daarvan. Kijk, voor de eetbaarheid van zo’n taart is het verreweg het handigst om van alle aardbeien de kroontjes te verwijderen en om ze tevens enigszins te kleineren. Maar het oog wil ook wat, en daarom is er ook iets voor te zeggen om de vruchten in hun volle glorie op de taart te leggen, onaangetast, met kroon en al. Ik weet het: ik praat u nu een dilemma aan waarvan u zich toen u dit stukje begon te lezen nog niet realiseerde dat u ermee zat. Maar ik ga het ook meteen voor u oplossen, en wel met het volgende compromismodel:

U snijd driekwart van de aardbeien in tweeën (of echt grote exemplaren zelfs in vieren) en snijd de kroontjes eraf. Als het om heel kleine aardbeien gaat laat u de kwart die overblijft gewoon heel. Maar als ze wat groter zijn, halveert u die ook, maar dan ietsje schuin, zodat het kroontje aan een van de helften blijft zitten. En uiteraard zorgt u ervoor dat die bekroonde aardbeien een beetje mooi verdeeld op de taart landen. Volgt u mij nog? Nou ja, het is allemaal van tamelijk marginaal belang natuurlijk, dus versier die taart gewoon zoals u hem graag ziet. En eet.

Aardbeientaart

Voor de bodem:

1 taartbodem van bladerdeeg (zo’n rol uit het koelvak), op kamertemperatuur; een lage taartvorm met losse bodem (24 cm), ingekwast met neutrale olie; bakpapier; bakvulling (overjarige peulvruchten of keramische kogeltjes)

Voor de banketbakkersroom:500 ml volle melk; 1 opengesneden vanillestokje; 6 eidooiers; 125 g suiker; 35 g bloem

Verder: 750 g aardbeien; 150 ml slagroom

Bekleed de taartvorm met het bladerdeeg. Prik met een vork hier en daar gaatjes in de bodem en zet de vorm minimaal een halfuur in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 200 graden. Leg een vel bakpapier in de taartvorm en stort deze vol met bakvulling. Bak de taartbodem 15 minuten. Til de vulling er met bakpapier en al uit en bak de bodem in nog eens 10 minuten goudbruin en gaar. Laat afkoelen in de vorm.

Breng voor de banketbakkersroom de melk met het vanillestokje tegen de kook aan. Laat van het vuur af een kwartier trekken. Vis het vanillestokje eruit, schraap het merg er met een scherp mesje uit en roer dit door de melk.

Roer in een kom de eidooiers los met de suiker en bloem. Voeg de melk scheutje voor scheutje bij de eidooiers, terwijl u klopt met een garde. Schenk het mengsel terug in de melkpan en breng aan de kook.

Laat de vla onder voortdurend roeren 2 minuten koken op een heel laag vuurtje. Schenk in een schaal, leg (om velvorming te voorkomen) een stukje vershoudfolie op het oppervlak en laat afkoelen. Maak de aardbeien schoon (zie hierboven).

Klop de slagroom lobbig en schep deze door de banketbakkersroom. Til de taartbodem uit de vorm en zet hem op een taartschaal.

Vul hem vlak voor het serveren met de room en maak daarbovenop een mooie berg van de aardbeien.

    • Janneke Vreugdenhil