opinie

    • Maxim Februari

Welkom nieuws voor de prinses op de erwt

Op de avond van de dodenherdenking viel het plein langzaamaan stil. Na twaalf seconden diepe stilte begon de kerkklok te slaan. „We waren te vroeg begonnen”, zei de man naast me geschrokken tegen de vrouw in zijn gezelschap, en toen bleven ze nog precies twaalf seconden lang luid met elkaar doorpraten, kennelijk omdat ze nog recht hadden op die seconden. Twee minuten zijn twee minuten. Eerlijk is eerlijk.

Het is grappig hoe mensen de gekste gebeurtenissen soms in termen van rechtvaardigheid duiden. Je kunt over twaalf onbedoeld stille seconden een oordeel vellen, en die seconden dan met veel gevoel voor rechtvaardigheid opeisen en inhalen. Maar niet alles hoeft moreel te worden gewogen: je kunt ook gewoon van de stilte genieten. Als je tenminste tot het mensentype behoort dat wel wat stilte kan gebruiken.

En hier scheiden zich de wegen. Sommige verschillen in gedrag hebben meer te maken met temperamentsverschil dan met verschil in waarden en normen, en voor het gemak kun je twee mensentypen onderscheiden. De prikkelgevoelige mensen, die liefst zo snel mogelijk beginnen te zwijgen, en de prikkelbehoeftige mensen, die graag zo lang mogelijk praten. En ja, natuurlijk, naast de extremen heb je ook nog allerlei middentypes ertussenin. Eigenlijk zijn juist die wel zo interessant – omdat ze veranderen met de tijd.

Dit jaar leggen bijvoorbeeld de middentypes opeens hun smartphone weg. Ze ruilen hem in voor een telefoon die niet verbonden is met het internet. Lange tijd konden ze de prikkels van nieuws, sociale media, vriendennetwerk en werkgevers best aan, maar opeens is het ze allemaal te veel geworden. Ik word soms „gek van mijn eigen gedrag”, zegt de een. „Om te kunnen werken heb ik stilte nodig”, zegt de ander. Na een week zonder smartphone „voelde het alsof ik mijn verstand weer terug had”.

Tegelijk beginnen die middenmensen de steden te verlaten. De prikkelgevoeligsten waren er al lang weg, of trokken er nooit naar toe. Het platteland is een open gesticht, zei een vriend van me ooit; een toevluchtsoord voor de zenuwzwakken. Maar ook mensen die de stadsprikkels tot nu toe prima konden verdragen, die moeiteloos door het verkeer laveerden en geen problemen hadden met het lawaai van de medebewoners, vinden dat tegenwoordig een grens wordt overschreden. Sieradenontwerper Ted Noten heeft 35 jaar graag in Amsterdam gewoond, maar mist er nu een „bepaalde relaxtheid”, zegt hij in NRC. Hij wil er niet langer wonen. „Iedereen is aan het bellen, er wordt hard gefietst en scooters rijden je omver.”

Deze diverse gradaties in prikkelgevoeligheid kunnen veel verklaren over gedrag in je omgeving dat je anders niet snapt. Je legt ergens met veel zorg een erwt neer en sommigen merken hem niet eens op. „Waar gaat dit helemaal over? Ik snap niet waar je heen wilt.” Maar degenen die lijden aan het prinses-op-de-erwt-syndroom zijn danig aangeslagen. „Ocharme. Wat een indringende boodschap. Ik heb er nachten niet van kunnen slapen. Ik ben over mijn hele lichaam bont en blauw!”

Het is, zoals gezegd, een temperamentskwestie waarover je geen oordeel hoeft te hebben. De ene groep is niet moreel voortreffelijker dan de ander. Het is een kwestie van aanleg. De afgelopen vier maanden bivakkeerde ik noodgedwongen in een vakantiehuisje waarin alles rood was en de kasten geen deuren hadden, en ik had er geen dag langer moeten blijven of er was iets in me geknapt. De erwt was geen erwt, er lag een heel kiezelstrand in mijn bed.

Maar heel tevreden maakte me dat niet over mezelf. Ik dacht bij voortduring aan de film Interiors van Woody Allen, waarin een neurotische familie leeft in een omgeving van aardetinten, en waar de gevoeligheid zo hoog oploopt dat je blij bent als de pater familias eindelijk een verhouding begint met een vrouw in een rode jurk.

De verschillen in prikkelgevoeligheid bepalen niet alleen ons geduld met stilte of de kleur rood; ik denk dat ze onze appreciatie bepalen voor allerlei verschijnselen in het leven. Van tabascosaus tot privacy, van neonlicht tot autonomie. Daphne Deckers, columnist van De Telegraaf heeft zojuist geklaagd dat er te veel zout in de hamka’s zit. Anderen halen over zoiets hun schouders op, want nou en, wat maakt het uit, zolang alles maar draait.

We kunnen daar verwoede gevechten over hebben, maar je kunt je ook realiseren dat er verschillende mensentypen zijn, met verschillende mate van prikkelgevoeligheid. En dat degenen die zeggen van iets last te hebben geen aanstellers zijn. En dat degenen die nergens last van zeggen te hebben geen barbaren zijn. Althans, dat laatste houd ik mezelf tegenwoordig streng voor.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.
    • Maxim Februari