‘Verenigde Staten winnen steeds minder Nobelprijzen’ – maar wat betekent dat?

Hoogleraar Claudius Gros turfde alle natuurwetenschappelijke Nobelprijzen voor vier landen in een poging de Nobelproductiviteit te bepalen. Nadert het einde van het tijdperk van de Amerikaan als Nobelprijswinnaar bij uitstek?

Nobelmedaille voor scheikunde uit 1979 Afbeelding Heritage Auctions

De piek lag in 1972. Sindsdien winnen de Verenigde Staten steeds minder Nobelprijzen. Dat wil zeggen, omgerekend per 100 miljoen inwoners.

„Nadert het tijdperk van de VS zijn einde?”, vraagt Claudius Gros zich deze woensdag daarom af in het tijdschrijft Royal Society Open Science. Hij is hoogleraar Theoretische fysica aan de Goethe Universität in Frankfurt am Main.

Is de neergang van de VS reden voor alarm, vraagt Gros? Of is het eerder een teken van verschuivende belangstelling? Gaat er in dat land steeds meer onderzoeksgeld naar andere disciplines dan scheikunde, natuurkunde en geneeskunde? Naar computerwetenschappen bijvoorbeeld.

Gros turfde alle natuurwetenschappelijke Nobelprijzen (voor Natuurkunde, Scheikunde en Geneeskunde) voor vier landen: de VS, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk. Via een model berekent hij vervolgens wat hij de Nobelprijsproductiviteit noemt – het aantal ontvangen Nobelprijzen per jaar, per 100 miljoen inwoners. Bij de VS stijgt die vanaf 1901, piekt in 1972 (op 0,83) en daalt sindsdien. Duitsland en Frankrijk hadden hun piek begin 20ste eeuw, en liggen sinds ongeveer 1960 constant, op respectievelijk 0,24 en 0,2. Het Verenigd Koninkrijk ligt al een eeuw constant, en hoog, op 0,98. Met een rare, diepe dip tussen 1980 en 2010.

Maar klopt de berekening van Gros wel? Vergeet hij niet dat de bevolking van met name de VS hard is gegroeid. Dus moeten de VS, om hun productiviteit op peil te houden, steeds meer Nobelprijzen binnenslepen. Maar het jaarlijks te vergeven aantal natuurwetenschappelijke Nobelprijzen is begrensd.

„Goed punt”, laat Gros via e-mail weten. Maar, schrijft hij verder, de bevolking van de VS nam tussen 1972 en 2017 met een factor 1,5 toe, terwijl de productiviteit daalde met een factor 2,4.

„Dit artikel maakt in ieder geval één ding duidelijk”, laat bibliometrist Ludo Waltman van het Centrum voor Wetenschap en Technologie Studies aan de Universiteit Leiden weten. „Het idee dat de VS de rest van de wereld domineren in termen van Nobelprijzen is te simpel.”

Maar Waltman heeft kritiek op het model van Gros. Volgens hem zijn er „vele andere modellen” te bedenken die de empirische data net zo goed reproduceren als dat van Gros, maar wellicht met een andere uitkomst.

Daarbij, zegt Waltman, heeft de auteur geen duidelijke verklaring voor de sterke dip die het Verenigd Koninkrijk maakt. „Dit versterkt mijn gevoel dat het door de auteur voorgestelde model niet zo interessant is.”

    • Marcel aan de Brugh