Katheter

Anne Hermans is huisarts in Nieuw-Zeeland. Ze schrijft columns op basis van haar ervaringen.

Net als ik mijn tanden sta te poetsen, gaat mijn pieper. Het is Neil, de locale ambulancebroeder. „Ha Anne, sorry dat we zo laat bellen. We zijn bij meneer E. Hij heeft een vergrote prostaat, kan al sinds vanmiddag niet meer plassen en ik vroeg me af of je…” „Een verblijfskatheter? Ik kom eraan!”

Onderweg naar meneer E. stop ik bij de praktijk. Mmm… wat is er ook alweer nodig voor een katheter? Overdag legt meestal de assistente alles netjes voor me klaar: pijnstillende gel, steriele handschoenen, katheterzak, ontsmettingsmiddel… En wat voor maat katheter ook al weer? Snel google ik op mijn telefoon: 14 of 16 charrière is standaard voor mannen. Gelukkig heeft de assistente de maten met zwarte stift op de verpakkingen geschreven, zodat ik niet naar kleine letters hoef te zoeken. Ik grijp een maat 14 en 16 en rij naar zijn huis.

Het is al bijna middernacht als ik daar aankom. Nadat ik meneer E. kort heb nagekeken, leg ik de spullen klaar. Om de kans dat hij verstopt raakt zo klein mogelijk te maken, besluit ik eerst de grootste maat te gebruiken. Als de 16 niet past, kan ik altijd nog de 14 proberen.

Neil assisteert en geeft de spullen aan. Arme meneer E. kreunt even bij het inbrengen, maar als de katheterzak volloopt, kijkt hij opgelucht. Met een zucht legt hij zijn handen op zijn onderbuik. „Pffoe… Dank je wel!” Een half uur later rij ik euforisch door het pikdonker naar huis.

Sommige dagen gaat alles mis, of lijkt het vak te bestaan uit een eeuwige reeks van recepten schrijven en administratie. Maar vandaag was een dag waarop ik volledig besef waarom ik ooit dokter wilde worden. Vanochtend een spiraaltje geplaatst bij een patiënt van een collega, die het de week ervoor niet gelukt was. Vanmiddag een paar moedervlekken weggesneden en daarna twee patiënten gezien met reuma, met wie het veel beter ging door de medicatie. Net voor ik naar huis ging lag er in mijn postvakje een zelfgebreide sjaal, van een patiënt die ik de laatste maanden voor depressie behandeld heb.

Als zes uur later mijn wekker gaat, ben ik nog steeds in opperbest humeur. Op weg naar mijn werk zet ik de radio op vol. Neuriënd wandel ik de praktijk binnen, zie opeens een bekend gezicht naar zijn auto strompelen, ondersteund door zijn zoon.

„Hij heeft de hele nacht wakker gelegen, omdat zijn katheter zo’n pijn deed”, verklaart mijn collega. „Ik heb hem net verwijderd en hij voelt zich een stuk beter. Die katheter leek wel wat groot, trouwens…” Zonder te antwoorden storm ik de voorraadkamer in en grijp de katheters uit de kast. Ik lees de kleine lettertjes op het pak, slik en kijk dan opnieuw naar de met viltstift geschreven cijfers: Het bovenste lusje is inderdaad wat slordig, maar het is toch echt een 8 en geen 6.

    • Anne Hermans