Kanal Brussel scoort met kunst én met gebouw en locatie

Kanal Centre Pompidou Dit weekeind opende in Brussel een nieuw centrum voor kunst. Het trok meteen 22.000 bezoekers. „De gemiddelde toerist kwam hier niet zo snel, nu is hier steeds meer te zien.”

Bezoekers tijdens het openingsweekend van Kanal Centre Pompidou in Brussel bij de installatie L’enfer, un petit début (1984) van Jean Tinguely uit de collectie van Centre Pompidou. Foto Veerle Vercauteren

Aan de oever van het normaal weinig sfeervolle Kanaal Charleroi-Brussel, in het noorden van de Belgische hoofdstad, zijn zaterdagavond terrasstoelen en tafeltjes uitgestald. De geur van hamburgers hangt in de lucht, er klinkt muziek, langs de kade genieten mensen van de zon met een glas bier in de hand. Een rij loopt langs dranghekken een gebouw in. De opening van een café? Een hip festival? Nee, het nieuwe museum voor moderne en hedendaagse kunst Kanal opende dit weekend zijn deuren.

Het is nog maar een voorproefje van wat het museum uiteindelijk te bieden zal hebben – vanaf 2019 gaat het minstens vier jaar in verbouwing – maar aan grote namen en ambitie geen gebrek. Veel werken zijn in dit proefjaar afkomstig uit de collectie van het Parijse Centre Pompidou waarmee Kanal, voluit Kanal Centre Pompidou, samenwerkt. In de entree vinden bezoekers een gigantische installatie van Jean Tinguely, verderop onder meer werken van Marcel Duchamp, Dan Flavin en Marcel Broodthaers. Tien Brusselse kunstenaars mochten voor de gelegenheid iets maken.

Toch is er één ding dat hogere ogen gooit dan de kunstwerken. Op de vraag wat bezoekers én recensenten het mooist vinden, is het antwoord veelal: het gebouw. Luc Huysmans (55) is uit Leuven gekomen voor de opening: „Op sommige plekken raakte ik, sorry, zelfs afgeleid van de kunst, zo overweldigend vind ik het.”

Toyo Ito , Pao II: A Dwellings for the Tokyo Nomad Women (1989-2017) in Kanal.

Foto Veerle Vercauteren

Kanal is gevestigd in de oude Citroëngarage van Brussel. Jarenlang was het indrukwekkende bouwwerk uit de jaren dertig gesloten en vormde het een verlaten plek aan het water. Voor het eerst kunnen alle Brusselaars het 16.500 vierkante meter grote bouwwerk van glas, beton en ijzer nu van binnen aanschouwen. Parkeerplekken, borden, stellages – zelfs oude evacuatierichtlijnen zijn behouden.

Dat hoeft niet af te leiden. „Op sommige plekken zie je dat kunst en pand elkaar heel mooi aanvullen”, vindt bezoekster Saskia Hendriks (35). De Nederlandse, die sinds zes jaar in Brussel woont, is blij „dat het pand na al die jaren zo weer een functie krijgt”.

Franz West, Auditorium (1992) in Kanal.

Foto Veerle Vercauteren

In een hoge open ruimte speelt het licht met de kleuren in een kunstwerk van Raffaella Crispino, de donkere hellingbanen met laag plafond zijn juist geschikt voor de onheilspellende aanzwellende geluiden van een installatie van Anthony McGall. Sommige werken passen dan weer zo goed bij het geheel dat bezoekers er bijna aan voorbij lopen.

Breed publiek

Het resultaat: een informeel en speels museum. De bezoeker maakt deel uit van een werk als Walk The Chair door op de stoelen plaats te nemen. In De Filmfabriek kan men zelf een film maken. Kinderen rennen rond, een ouder stel kijkt stiekem in een afgelegen hoekje wat daar nog te ontdekken is. Beneden is het druk op de food market, die een ‘gastronomische ontmoetingsplaats’ moet worden, en ’s nachts wordt een van de ruimtes van het museum, dat dit weekend 36 uur achter elkaar open was, omgebouwd tot danszaal.

Ross Lovegrove, Pavillon Lasvit Liquid Kristal (2012) in Kanal.

Foto Veerle Vercauteren

Minstens zo belangrijk als het tot zijn recht brengen van kunst en gebouw, was voor de makers het bereiken van een breed publiek. Het museum is niet alleen een prestigeproject voor het gewest Brussel, dat wel behoefte had aan zo’n toonaangevend museum voor moderne kunst, het maakt ook deel uit van een grootschalig project om de omgeving te transformeren. Aan de overkant van het kanaal, een symbolische breuklijn in Brussel, ligt de moeilijk te ontsluiten gemeente Molenbeek. Bezoekster Hendriks denkt alvast dat de komst van het museum goed voor de buurt zal zijn: „De gemiddelde toerist kwam hier niet zo snel, nu is hier steeds meer te bieden.”

Jean Tinguely, L’enfer, un petit début (1984)

Foto Veerle Vercauteren

De opening was niet onomstreden. Een Belgische collectie kunst die ergens in een kelder ligt, zal niet worden tentoongesteld als gevolg van politiek gesteggel. De samenwerking met Parijs zou te veel geld kosten en sommigen vreesden dat de Fransen Brussel zouden „koloniseren”. In de nacht van vrijdag op zaterdag, nog voor de opening, werden bovendien protestboodschappen achtergelaten: „Stop de gentrificatie”, „Onze stad is niet te koop”. Maar na de eerste dagen lijkt de kritiek verstomd. Haast 22.000 bezoekers kwamen op het openingsweekend af, recensies waren collectief lovend. Bezoeker Huysmans: „Wat ik zou adviseren voor de renovatie? Verander er zo weinig mogelijk aan.”

    • Anouk van Kampen