Column

Jeff en Walter verzoenen Amerika

Coen van Zwol Is het toeval dat de wederopstanding van die ene film, die twintig jaar geleden uitkwam, begon na 9/11 toen Amerika troostrijke verzoening nodig had? Coen van Zwol denkt toch echt van niet.

Wanneer valt bij u het kwartje?

1) We’ll brace the kid, should be a pushover. 2) I can get you a toe. 3) This is what happens when you fuck a stranger in the ass. 4) The bums will always lose. 5) Tomorrow we come back and cut off your johnson. 6) Lotta ins, lotta outs, lotta what-have-yous. 7) It really tied the room together. 8) Nobody fucks with the Jesus. 9) Shut the fuck up, Donny. 10) The Dude abides.

Als u bij nummer 5 nog niet wist dat het hier om citaten uit The Big Lebowski gaat, bent u geen ‘Achiever’, geen fan die verkleed als The Jesus of Maude naar Lebowski Fests zou gaan met jaren-zestig-coverbands, bowlen en White Russians. En zeker geen priester van het dudeïsme, de kerk die zich baseert op wijsheden van The Dude.

Voor u dan het volgende: The Big Lebowski, de Raymond Chandler-spoof van de gebroeders Coen, viert dit jaar zijn twintigjarig jubileum. De held is een oude hippie, The Dude, die in Los Angeles anno 1991 domweg gelukkig is met bowlen, blowen en White Russians tot hij een intrige binnensukkelt rond een miljonair in rolstoel, diens trofeevrouw, een pornoboer, Duitse nihilisten en een ‘vaginale’ kunstenares. Zijn beste vriend, de opgefokte Vietnamveteraan Walter, maximaliseert de chaos met idiote plannen.

The Big Lebowski is een bonafide cultfilm. De gebroeders Coen, die net twee Oscars hadden gewonnen met Fargo, zagen hun komedie in 1998 na lauwe recensies floppen, waarna een wederopstanding volgde via dvd en internet. Ook Nederland viert nu op 14 mei Dude Day met speciale vertoningen; een enkele gulle bioscoophouder deelt gratis White Russians uit aan bezoekers die in kamerjas komen opdagen.

De flop was noodzakelijk: een beetje cultus begint met een onbegrepen profeet. Met zijn doodkalme, go with the flow-attitude bleek The Dude op termijn de ideale antiheld in deze goudmijn van hilarische types en oneliners. De basisformule is die van elke Coen-komedie: sukkels + snode plannen = chaos. Maar hun sardonische humor maakt The Big Lebowski nooit wrang of neerbuigend; het is een feelgoodfilm die na twintig keer kijken nog altijd verkwikt.

Waarom? Mijn favoriete theorie: The Big Lebowski verzoent Amerika met zichzelf. Walter en The Dude zijn Don Quichot en Sancho Panza, met de laatste in de hoofdrol. En tevens een pastiche van kibbelend links en rechts Amerika: The Dude die alles accepteert, de narcistische streber Walter die alles in zijn gareel dwingt. In de finale, bij hun berenknuffel – „Fuck it, Dude” – besef je dat ze yin en yang zijn.

Dus is het toeval dat de wederopstanding begon na 9/11, toen Amerika zulke troostrijke verzoening nodig had? Dat het eerste Lebowski Fest in oktober 2002 plaatsvond? Dat we The Dude ontmoeten in een supermarkt, waar hij afrekent met een cheque van 69 cent, en de datum op die cheque 11 september 1991 is, precies tien jaar vóór 9/11? Dat Saddam Hoessein in zijn bowlinghal werkt? Toeval? Dat is dan, weet je, jouw opinie, man.

Coen van Zwol is filmrecensent.