In de war of een terrorist?

Incidenten Het onderscheid tussen verwardheid en radicalisering is niet altijd duidelijk bij geweldplegers. „De vraag is wat overheerst.”

Het Joodse restaurant HaCarmel in Amsterdam dat in korte tijd meerdere keren is belaagd. Foto Evert Elzinga/ANP

„Slim hoor gewoon verwarde man van maken krijgt hij lagere straf waardoor het voor terroristen nog aantrekkelijker wordt mensen juist in dit land neer te steken.”

Een willekeurige opmerking, een uit talloze op sociale media, naar aanleiding van de drievoudige steekpartij zaterdag in Den Haag. Of liever: naar aanleiding van wat de politie erover schreef. Zij bracht naar buiten dat de verdachte bij haar en hulpinstanties bekend was vanwege eerder verward gedrag en stelde „geen signalen” te hebben „dat er meer speelt”.

Op sociale media en in De Telegraaf werd die verklaring direct in twijfel getrokken. Is de Syriër, die „Allahu akbar” riep toen hij was neergeschoten, niet een terrorist, in plaats van een ‘verwarde man’? Zo ging het ook bij de man die bijna een jaar geleden in Amsterdam met een auto zes mensen aanreed op het Stationsplein: had die wel een lage suikerspiegel door zijn diabetes, zoals de politie verklaarde? Of reed hij doelbewust op voetgangers in? Deze en soortgelijke incidenten leiden steevast tot de vraag: was dit terrorisme of niet?

De vraag is vooral of het onderscheid wel zo duidelijk te maken is. De Belgische psychiater Geert Dom schreef in een artikel voor de Universiteit Antwerpen dat psychische stoornissen de gevoeligheid voor radicaliseren beïnvloeden. Mensen die erg ontevreden zijn met hun huidige leven, weinig veranderingsmogelijkheden zien, machteloosheid ervaren, zijn „kwetsbaarder” voor „radicalisering of sympathieën met gewelddadige acties”. Uit onderzoek van de Nederlandse politie bleek al dat veel Syriëgangers kampen met psychiatrische klachten.

Hoe dun de grens is tussen geweld dat voortkomt uit verwarring of uit radicalisering, blijkt uit een incident met een Syrisch-Palestijnse man in Amsterdam. Op 7 december legde een beveiligingscamera aan de Amstelveense weg in Amsterdam-Zuid vast hoe een man met een sjaal om zijn hoofd en een Palestijnse vlag in de ene en een knuppel in de andere hand, met geweld een Joods restaurant binnendrong en naar buiten kwam met de Israëlische vlag. Hij werd door de politie tegen de grond gewerkt.

Een „agressieve man”, meldde de politie die ochtend in een persbericht. Met een „terroristisch oogmerk”, dacht de advocaat van de restauranthouder. Hij probeerde via een procedure bij het gerechtshof het Openbaar Ministerie te dwingen niet alleen vervolging in te stellen wegens vernieling en diefstal, maar ook wegens een terroristisch misdrijf. Het hof wees zijn eis af. De rechtbank, die in een regiezitting in december oordeelde dat de man „zorgelijk verward” was, moet nog steeds een zittingsdatum voor de inhoudelijke behandeling vaststellen. Er is inmiddels wel onderzoek naar zijn gedrag gedaan, maar dat is (nog) niet openbaar.

Gemeente was gewaarschuwd

De gemeente Amsterdam blijkt niet lang vóór het incident bij het restaurant te zijn gewaarschuwd voor de man, die al enkele jaren met verblijfspapieren in de stad woont. Een ambtenaar van de dienst werk, participatie en inkomen had het Meld- en adviespunt Radicalisering laten weten dat ze vermoedden dat de man zou zijn geradicaliseerd.

Lees ook: Amsterdam gewaarschuwd voor belager Joods restaurant

Specialisten van het meldpunt bogen zich over de tip, zeggen bronnen rond de gemeente anoniem tegen NRC, en kwamen tot de conclusie dat hij niet hoefde te worden opgenomen in de persoonsgerichte aanpak – vergelijkbaar met de behandeling van criminelen uit de Top-600. Deze Syriër was in hun ogen vooral geestelijk in de war. De GGD zou zich over hem ontfermen, aldus de bronnen.

Toen de man niet veel later de ruiten insloeg bij het restaurant, zagen de specialisten hun vergissing in. Nu is hij alsnog opgenomen in de ‘integrale persoonsgerichte aanpak’ voor geradicaliseerden, zo bevestigt zijn advocaat, Willem van Vliet. Hij is door het Openbaar Ministerie op de hoogte gebracht. De advocaat betreurt dat de steekpartij in Den Haag „afstraalt” op zijn cliënt. „Hij heeft geen mensen aangevallen.”

Grijs gebied

De gang van zaken rond de Amsterdamse Palestijn toont volgens een ingewijde aan dat de aanwijzing van een persoon als hetzij ‘radicaal’, hetzij ‘verward’ een arbitrair element heeft. Was een vergelijkbare melding over de man gedaan op een moment dat de sfeer in de stad gespannen was, bijvoorbeeld doordat in Palestina een nieuwe Intifada was uitgebroken, dan had het eerste oordeel al anders kunnen uitvallen – zo illustreert deze ingewijde welke elementen worden meegewogen.

Hetzelfde geldt voor inschattingen die de politie maakt. Het rapport Politie en ‘verwarde personen’ uit 2014, geschreven in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie, spreekt van „een grijs gebied waarbinnen het op het oordeel van de politiefunctionaris aankomt of sprake is van een verward persoon of niet”. Henk van Dijk, bij de politie landelijk programmaleider mensen met verward gedrag, zegt: „Politiemensen kijken alleen naar het gedrag, ze stellen geen diagnose.” Hij is niet erg gelukkig met de manier waarop de term ‘verwarde man’ nu wordt verstaan: alsof het géén terrorist is.

Dat beaamt Jelle van Buuren, terrorismewetenschapper van de Universiteit Leiden. „Kan iemand die verward gedrag vertoont, ook politieke ideeën hebben? Natuurlijk kan dat. De vraag is wat dan overheerst. Vanuit welk perspectief bekijk je dit? Is meneer toerekeningsvatbaar voor wat hij gedaan heeft? Dat komt pas in de rechtszaak aan de orde.”

Hij benijdt de politie niet, die de bevolking over dat niet scherp te krijgen onderscheid moet voorlichten.

    • Andreas Kouwenhoven
    • Bas Blokker