Recensie

‘High Noon’ na de Holocaust

Oorlogsdrama Het Hongaarse ‘Homecoming (1945)’ stelt een gevoelig thema aan de orde: de kille ontvangst van joodse overlevenden na de Tweede Wereldoorlog.

‘Ze zijn terug’: twee overlevenden van de Holocaust keren terug in hun Hongaarse dorp.

De Hongaarse regisseur Ferenc Török pakt een gevoelig thema op: de kille, gevoelloze ontvangst van de joden die de Holocaust hadden overleefd in de eerste jaren na de oorlog. Dat is niet alleen een weinig glorieuze bladzijde in de geschiedenis van Hongarije, maar ook van vele andere Europese landen, waaronder Nederland.

In Homecoming (1945) stappen twee orthodoxe joden op een hete zomerdag in augustus 1945 uit de trein en beginnen aan een lange wandeling naar hun dorp. Wie de twee mannen zijn en wat ze komen doen, blijft bijna een uur lang onduidelijk. Maar de stationschef is hen op de fiets al vooruitgesneld, en hun naderende aankomst zorgt bij voorbaat voor grote consternatie. Vele dorpelingen hebben geprofiteerd van het droeve lot van hun joodse dorpsgenoten, de andere kant opgekeken, of zich zelf schuldig gemaakt aan misdaden.

Ze vrezen dat de twee mannen de voorboden kunnen zijn van meer geloofsgenoten die verloren bezittingen komen opeisen. De droevige ironie is natuurlijk dat de dorpelingen op dat moment niet weten dat het overgrote deel van hun voormalige joodse buren inmiddels is gedood.

Homecoming (1945) is gebaseerd op een kort verhaal van Gábor T. Szántó, die eveneens samen met regisseur Török verantwoordelijk is voor het scenario. De film is gedraaid in stemmig zwart-wit door de gerenomeerde 79-jarige cameraman Elemér Ragályi, die ook in Hollywood werkzaam was. Veel van zijn shots zijn hoogstandjes: Ragályi laat zijn camera liefst spieden en gluren vanachter obstakels: door de tralies van een hek of een half geopende deur, vanonder een rijdende paardenwagen of vanachter ragfijne vitrage. Zo benadrukt hij dat bijna iedereen in het dorp iets te verbergen heeft.

Regisseur Török heeft misschien iets te veel ontzag gehad voor zijn ervaren cameraman; de complexe beelden maken soms een wat gemaniëreerde indruk, waar de film baat zou hebben gehad bij minder opsmuk.

Homecoming (1945) is in veel opzichten een variatie op High Noon, de beroemde western van Fred Zinnemann uit 1952. Ook dat was een film die ging over het morele falen van een collectief. In High Noon wordt marshal Gary Cooper in de steek gelaten door zijn dorpsgenoten en moet hij het moederziel alleen opnemen tegen een bende outlaws. Veel scènes in Homecoming (1945) zijn variaties op scènes in High Noon: de aankomst van de trein op een verlaten, zonovergoten station, het vergeefse morele appèl op de burgerij, als die bijeen is gekomen in de kerk, een trouwerij die mede de loop van de gebeurtenissen bepaalt. Ook voor de hele structuur van de film heeft Török goed naar High Noon gekeken. Beide films kennen dezelfde strakke eenheid van handeling, tijd en plaats en spelen zich af in ‘real time’: de gebeurtenissen in de film nemen evenveel tijd in beslag als de film zelf. Maar wat in Homecoming (1945) ontbreekt is een centrale, moreel rechtschapen figuur, zoals Gary Cooper was in High Noon. Dat centrale personage is hier de plaatselijke notabele István (Péter Rudolf): geen slechte kerel per se, maar een opgeblazen kikker die door en door corrupt is.

Technisch is Homecoming (1945) knap werk, maar de vele filmhistorische verwijzingen en ook de ultra-gestileerde beelden plaatsen de toeschouwer wel op afstand. De brute historische gebeurtenissen waar Török zijn licht op wil laten schijnen, verdienen een rauwere film.