Het kunstwerk is een doodzieke patiënt

Grunberg in het Stedelijk #7

De hele maand mei ‘woont’ en werkt Arnon Grunberg in het Stedelijk Museum Amsterdam, met een groep kunstenaars. Hij schrijft daar dagelijks over.

Beeldbewerking Studio NRC

‘In het verleden is het weleens gebeurd dat een video-installatie niet werkte.” Aan het woord is conservator Martijn, een vriendelijke, ietwat ernstige man van in de veertig. Hij is deze ochtend ‘conservator van dienst’, een instituut dat mede door hem in het leven is geroepen. De conservator van dienst loopt door het museum en controleert of alles er nog bijstaat zoals het erbij hoort te staan.

„Een papiertje oprapen, dat doet de conservator van dienst ook,” zegt Martijn met een bijna blijmoedig enthousiasme. Hij wekt de indruk ook veel papiertjes op te rapen als hij géén conservator van dienst is.

„De tentoonstelling van Studio Drift is ingewikkeld,” vertelt Martijn, „met dat zwevende object. Luchtdruk, vochtigheidsgraad, dat speelt allemaal een rol. De conservator van dienst mag weg, maar hij moet ervoor zorgen dat hij binnen een halfuur weer in het museum kan zijn.”

Het kunstwerk is de doodzieke patiënt, het museum de intensive care, de conservator de dienstdoende arts.

In een zaal wordt een tentoonstelling van de schilder Günther Förg opgebouwd. Restaurateur Laura is met een zaklantaarn het schilderij aan het bekijken. „Ik moet een rapport opstellen over de staat van het kunstwerk bij binnenkomst. Als het weggaat komt er weer een rapport, dan kunnen we zien wanneer het kunstwerk is beschadigd.”

Het is duidelijk: ook hier bestaat geen hoop op genezing.

„Förg is dood,” zegt Martijn. „Levende kunstenaars zijn meer fun om mee te werken. We werken aan lichtpaspoorten voor de kunstwerken. Licht is schadelijk, het is voor ieder kunstwerk anders, maar na drie maanden heeft het kunstwerk meestal genoeg licht gehad, dan moet het worden opgeborgen.”

Martijn ziet op een vitrine vette vingerafdrukken. Hij maakt er een foto van. „Hier moet iets aan gebeuren,” zegt hij.

Buiten bekijken we het beeldhouwwerk van Richard Serra. Aan de binnenkant zit graffiti. „Dit krijgen we niet meer weg,” zegt Martijn gelaten.

In de bedrijfskantine drinken we nog wat koffie. „Directeuren komen en gaan,” vertelt Martijn, „maar de conservatoren blijven, zij zijn de constante factor.”

„Bent u weleens in de verleiding geweest om zélf kunstenaar te worden?” vraagt Betul, die vandaag met ons meeloopt.

„Ik maak foto’s van de kunstenaar en zijn werk.” Martijn voegt er met een knipoog aan toe: „Ik zit op Instagram.”

Als ik later door het museum wandel, denk ik: arme, doodzieke schilderijen, jullie zien jullie laatste daglicht, voordat jullie weer worden opgesloten in een donker depot.

(Wordt vervolgd.)

    • Arnon Grunberg