Brieven

Brieven

Het boek van Roelof Broekman Partycrash, hoe het feestje van een 15-jarige gymnasiaste volledig uit de hand liep, (besproken in NRC, 2/5) laat goed zien hoe het met de opvoeding in sommige kringen is gesteld. Waar jonge kinderen nog met alle mogelijke zorgen omringd worden, trekken veel ouders de handen van hen af zo gauw zij de eerste tekenen van puberaal en dus ‘lastig’ gedrag vertonen, en moedigen zij, veelal zwijgend maar onmiskenbaar, zelfbestuur en zelfbeschikking aan. Op die leeftijd moet je toch zelfstandig leren zijn? Kinderen ter verantwoording roepen voor handelingen die niet door de beugel kunnen, vraagt naast moed ook tijd en een vermogen tot reflectie. Het gebrek daaraan betaalt zich later uit in een volwassenheid waar het adagium is: ‘Mijn eigen ikje eerst’. Het volwassen geweten dat met zo’n opvoeding tot ontwikkeling komt stelt niet de vraag: ‘Heb ik misschien iemand benadeeld of leed berokkend?’, maar: ‘Heb ik mezelf tekort gedaan, heb ik kansen laten liggen, heb ik mijzelf misschien plezier ontzegd?’ Het geweten is verworden van een vermogen dat het samenleven met anderen begunstigt tot een bekwaamheid die de mate waarin het eigenbelang wordt behartigd, toetst. De eigen emotionele en materiële voorspoed staat voorop.


wijsgeer en pedagoog.