Brieven

Brieven 8/5/2018

Dodenherdenking

Herdenk alle leed

Velen kiezen tijdens de dodenherdenking het leed van de Nazi-bezetting als centraal thema van hun reflectie, terwijl anderen stilstaan bij de onafhankelijkheidsoorlog in Algerije. Zelf denk ik aan de Amerikaanse jongens van de 101st Airborne die in 1944 kapot vroren nadat ze in de bossen rond Bastogne omsingeld raakten bij het Duitse Ardennenoffensief. Ik denk aan de eenzame opstand in de getto’s van Warschau, aan de dappere Belgen van 1914, aan de Nederlandse conscripten die in 1812 gedwongen werden te marcheren met de Grande Armée van Napoleon. Aan de slachthuizen van de Nazi’s, de Britse studenten die hun leven gaven in kisten boven de Noordzee, de schlemielen in Syrië en Irak maar ook in Noord-Koreaanse strafkampen, aan de Amerikaanse moordpartij bij My Lai en onze eigen ziekmakende politionele acties. Zelfs denk ik aan de gedesillusioneerde Nederlandse tieners die zich aansloten bij de Germaanse SS en gebroken zijn begraven in geulen ergens in Oekraïne. Het heldendom en de misdaden waar het verleden tjokvol mee zit, passeren de revue. De dodenherdenking blijft altijd buiten schot van mijn gewoon geëtaleerde scepsis op nationale tradities. Op 4 mei reiken wij elkaar de spreekwoordelijke hand; opdat we niet vergeten. Stiekem sta ik ook stil bij mijn vader en jij misschien bij je oma. Dat doet er niet toe. We herdenken samen het verleden omdat we begrijpen dat wie vergeten is echt is gegaan. Laat ieder op 4 mei herdenken wat hij of zij zelf wezenlijk acht. Losgekoppeld van geografie of politiek. Die kracht, het kunnen zeggen ‘ik herinner’ en ‘houd daarbij in leven’, is wat geschiedenis een hartverscheurend mooi vak maakt en 4 mei een fraaie traditie.

Jodenvervolging

Geen toeval

In De Jodenvervolging in Nederland ontraadseld (4/5, C5) werd „het toevallige feit [...] dat in ons land geen militaire bezettingsmacht werd geïnstalleerd maar een verbeten, door rassenhaat gedreven burgerlijk bestuur” als een van de verklaringen geponeerd voor de ‘Nederlandse paradox’ dat een land zonder rabiaat antisemitisme het hoogste percentage vermoorde Joden heeft van alle Noordwest-Europese landen. De installatie van het rijkscommissariaat was echter het directe gevolg van de vlucht van regering en staatshoofd, en dat terwijl Wilhelmina nog kort tevoren had verklaard dat een Oranje nooit het land zou verlaten. Zo werd het land ‘onthoofd’ uitgeleverd aan de bezetter, die net als in België en Denemarken had willen volstaan met een militaire bezetting. In die landen bleef het staatshoofd op zijn post. In Denemarken bleef de regering zelfs tot 1943 het binnenlandse bestuur uitoefenen. Koning Christian X reed dagelijks te paard door zijn hoofdstad om de burgers een hart onder de riem te steken. Door dit alles werd een cruciaal uitstel van de Jodenvervolging bereikt, zodat 98% van de Joodse Denen overleefde. Het gaat natuurlijk niet aan om Wilhelmina de schuld te geven van het ‘succes’ van de Nederlandse Shoah, maar het schrikbewind van Seyss-Inquart was bepaald geen toeval.

Dansen met collega’s

Doe gewoon je werk

Dans, leer je collega’s vertrouwen (2/5) laat weten dat Rotterdamse gemeenteambtenaren op danscursus gaan. Toen ik voor een grote multinational werkte, heb ik in het kader van communicatietraining, teamvorming of hoe het verder geduid werd door ingehuurde managementfantasten, onder meer mogen jongleren (‘de kunst van het loslaten’), schermen, en knutselen met wc-rolletjes, heb ik lego-hijskranen gebouwd en gekleurde ‘denkhoeden’ opgezet. Dat dit alles, afgezien van veel plaatsvervangende schaamte, ooit ergens toe leidde, heb ik nooit ervaren. Sinds ik zzp’er ben, blijft al die gebakken lucht me bespaard en concentreer ik me op mijn kernactiviteiten. Hopelijk komen die ambtenaren in Rotterdam ook snel met twee voeten op de grond.

Correcties/aanvullingen

Illustratie

Bij de brief Verschillende typen antisemitisme (5/5, p. 10-11) stond een oude illustratie van Cyprian Koscielniak. De goede illustratie staat op https://nrch.nl/6hgd