Wielrennen als wapen in de Eerste Wereldoorlog

Koersen in de Groote Oorlog In België speelden de fiets en de wielersport een belangrijke rol in de Eerste Wereldoorlog. Meerdere renners fungeerden destijds als koerier of spion.

De Belgische winnaar van de Ronde van Vlaanderen van 1913, Paul de Man (boven). Onder een onbekende Belgische soldaat op de fiets tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een speciale Belgische eenheid op de fiets speelde een belangrijke rol bij de Slag der Zilveren Helmen, bij het stadje Halen. Het Duitse leger noemde hen de ‘Zwarte Duivels’. Foto’s Centrum Ronde van Vlaanderen, Wielermuseum Roesselaere

Bommen ontploffen her en der om je heen, Duitse soldaten zitten je achterna. Op je fiets door de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog, geheime tekeningen van de vijandelijke stellingen verstopt in het frame. Je moet blijven trappen, langs de beruchte ‘dodendraad’ met 2.000 Volt, op weg naar het neutrale Nederland, de grens over bij het Zeeuwse Philippine. Je bent acht minuten lang de Belgische wielrenner Paul Deman, in 1913 winnaar van de allereerste Ronde van Vlaanderen en nu, tijdens de oorlog, spion voor de geallieerden. Virtual reality in Centrum Ronde van Vlaanderen. Honderd jaar terug in de tijd.

Afgelopen vrijdag opende het Centrum in Oudenaarde de tentoonstelling ‘Koersen in de Groote Oorlog’, opgehangen aan de verhalen van twaalf wielrenners in de oorlog van 1914-1918. De beeldsimulatie rond spion Deman is er een van.

Daarnaast schreef Patrick Cornillie een begeleidend boek met 121 verhalen over de betekenis van fiets en wielersport in oorlogstijd. Van drie Tourwinnaars die sneuvelden tot koersen in interneringskampen. „We willen aangeven dat er nog een andere blik is op de Eerste Wereldoorlog dan de traditionele blik”, zegt Geert Joris, directeur van het Centrum. „Er is in België al een overaanbod over de Eerste Wereldoorlog. Altijd weer zandzakjes en loopgraven. Ons gaat het om de beleving van de oorlog.”

Aan het neutrale Nederland ging de Eerste Wereldoorlog grotendeels voorbij, in België lieten de gevechten diepe sporen na. „In de buurt van Ieper staat verspreid over gigantisch veel hectaren een kunstwerk met 600.000 beeldjes van keramiek”, vertelt schrijver Cornillie. Eentje voor elk slachtoffer dat viel in de zwaar getroffen Westhoek van Vlaanderen. „Die oorlog zit in onze cultuur gebakken, iedereen heeft wel familie die rechtstreeks met de oorlog te maken heeft gehad. Mijn grootvader, achttien jaar jong, heeft gevochten in de loopgraven bij Diksmuide. De beruchte Boyau de la Mort. Ik woon zelf op tien kilometer van de slagvelden. Als ik op mijn koersfiets spring, is het één lange route langs relicten, monumenten en kerkhoven.”

De link van een gruwelijke oorlog met fiets en wielrennen? „De fiets was een belangrijk instrument in de Eerste Wereldoorlog”, stelt Joris. „Paarden maakten lawaai, vielen dood neer, moesten eten krijgen. De fiets was een volwaardig alternatief. En de wielersport was al voor de oorlog een verbindend element.”

In Nederland was koersen verboden

Een groot verschil met Nederland, vult Cornillie aan. „Bij jullie was koersen op de openbare weg lange tijd verboden. Boven de rivieren mocht je op zondag niet sporten. Nederland had pas in 1936 zijn eerste Tourploeg, met vier semi-Vlamingen nog wel. België had toen al tien keer de Tour gewonnen.”

Toch haalt een Nederlandse renner de twaalf uitverkorenen op de tentoonstelling. Piet van Kempen was in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw een beroemd baanrenner.

Zijn link met de Eerste Wereldoorlog? „In 1914 zijn na de val van Antwerpen een miljoen Belgen gevlucht naar Nederland”, vertelt Cornillie. Onder hen ook soldaten, die volgens de internationale regels moesten worden vastgezet in interneringskampen. „Vluchtelingen en militairen namen daar hun hobby’s van thuis op. Dus ook de koers.”

Onder meer in het kamp van Harderwijk werd een wielerbaan aangelegd. „Jonge Nederlandse talenten als Piet van Kempen en de latere wereldkampioen Piet Moeskops zijn daar beginnen koersen tegen de Vlamingen. Dat heeft de Nederlandse wielersport een enorme boost gegeven.”

Wielrenner en spion

Het verhaal van renner-spion Deman raakt eveneens aan Nederland. Vanuit zijn woonplaats Outrijve bracht hij per fiets geheime stukken naar de geallieerde inlichtingendiensten in het Zeeuwse Middelburg. „Meerdere renners zijn koerier of spion geworden tijdens de oorlog”, zegt Cornillie. „Ze hadden geen moeite met de lange afstanden en konden heel rap fietsen. Als ze werden achtervolgd moesten ze de Duitsers zien te lossen.”

Toch wordt Deman op het einde van de oorlog gepakt. „Hij is ter dood veroordeeld, zat in de gevangenis in Leuven op water en brood, in afwachting van het vonnis. Toen werd het 11 november 1918.” Het einde van de oorlog. „Saved by the bell.”

In het Centrum Ronde van Vlaanderen kan de bezoeker van de tentoonstelling rijden op de echte fiets van Deman, althans een neo-retro versie van fietsenbouwer Achielle. „We willen de mensen in beweging krijgen door te gaan fietsen”, zegt directeur Joris. Inspiratie voor de virtual reality deed de voormalige directeur van de Nederlandse Taalunie op in het Historium in Brugge. „Ik heb de bouwers daarvan gevraagd of ze iets konden maken met het script van Deman.”

Een onbekende Belgische soldaat op de fiets tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een speciale Belgische eenheid op de fiets speelde een belangrijke bij de Slag der Zilveren Helmen, bij het stadje Halen. Het Duitse leger noemde hen de ‘Zwarte Duivels’. Foto Centrum Ronde van Vlaanderen

Hoe de gruwelijke realiteit van de oorlog een eeuw later precies weer te geven? „We moeten geen historische nauwkeurigheid nastreven voor het geheel van de tentoonstelling. Maar de individuele verhalen worden zo historisch mogelijk verteld.”

Tentoonstelling en boek gaan van drie gesneuvelde Tourwinnaars – Francois Faber, Octave Lapize en Lucien Petit-Breton – tot verhalen met een positief einde. De Belgische Hélène Dutrieu, stuntvrouw, rallyrijder, piloot en topwielrenner. De Waalse renner Henri Georges, die tegen zijn meerderen loog dat hij niet kon fietsen in de hoop dat hij mocht autorijden. „Hij had pech”, vertelt Cornillie lachend. „Een officier zei: ‘ik ga u leren fietsen’. Na de oorlog werd Georges in Antwerpen olympisch kampioen op de baan. ‘Wat een geluk dat ik u heb leren fietsen’, sprak die officier toen.” Die officier was trouwens Julien Lahaut, vult Joris aan. „Werd vermoord toen hij ‘Vive la republique’ had geroepen bij de eedaflegging van koning Boudewijn.”

Omloop van de Slagvelden

Fiets en oorlog zijn ook verbonden door het speciale ‘cycling corps’ van Nieuw-Zeelanders, van wie tien procent van de bevolking – zo’n 100.000 soldaten – naar de Eerste Wereldoorlog kwam om te vechten. „De Slag bij Mesen”, vertelt Joris. „Laatst is daar nog een aparte hulde gehouden.”

Er zijn meer herdenkingen. Volgend jaar wordt honderd jaar na dato opnieuw de ‘Omloop van de Slagvelden’ verreden voor wielertoeristen. Het was in mei 1919 een van de eerste wedstrijden na de oorlog, zes etappes dwars door de desolate frontstreek. En het Centrum Ronde van Vlaanderen organiseert een rit van Outrijve naar Middelburg, de historische route van spion Deman. „Zo’n 125 kilometer.”

Nee, de Franstalige Deman is in België niet algemeen bekend als oorlogsheld. Zoals dat wel het geval is met de Italiaanse campionissimo Gino Bartali, die in de Tweede Wereldoorlog voor het Italiaanse verzet gevaarlijke koeriersdiensten deed op de fiets. „Toch is Deman een symbool”, zegt Cornillie. „Hij is na de oorlog weer gaan fietsen en heeft nog Parijs-Roubaix en Parijs-Tours gewonnen. In de oorlog zijn heel veel mensen gesneuveld, de Westhoek lag plat. Maar degenen die de oorlog hebben overleefd, hebben de draad weer opgepakt. Zoals coureurs dat doen: ze vallen en staan meteen weer op.”

Tentoonstelling ‘Koersen in de Groote Oorlog’ in Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde. Online reserveren: www.crvv.be.

Patrick Cornillie: Koersen in de Groote Oorlog. Uitgeverij Lannoo. 208 pagina’s, 24,99 euro

    • Maarten Scholten