Column

Vrijheidsfakkeltje

In Den Haag dromde de vrije mens zaterdag samen op en rond het Malieveld. Ik was nog nooit op een bevrijdingsfeest geweest. Bij binnenkomst kreeg je ‘een bevrijdingsfakkeltje’, een sticker die je bijvoorbeeld op je T-shirt kon plakken.

Bij het uitdelen werd gezegd: „Daarmee kun je laten zien dat je herdenken en vieren belangrijk vindt.”

In Den Haag kozen nogal wat mensen ervoor om het tussen de ogen te plakken, zo belangrijk is vrijheid voor ze.

Ik was er om voor te lezen in een touringcar, voor een stuk of zestig liefhebbers van het gesproken woord. Over de busrit die we samen maakten alleen dit: ik was de enige spreker zonder teksten in het Haags, of teksten over Den Haag en ik was ook de enige aanwezige die niet trots is op Den Haag. Mensen uit Den Haag kunnen het bijna niet bevatten als je hun stad en hun taal niet het allermooiste vindt, ze vinden het al vreemd als je niet uit Den Haag komt, daarover in discussie gaan heeft geen zin.

Voor de rest was het een groot succes.

Toen het klaar was, en we uit de bus waren gekieperd, was ik op een bevrijdingsfestival. Ik had nooit last gehad van de gedachte dat een feest pas een feest is als je het massaal viert, maar nu ik er toch was kon ik me er net zo goed maar wel aan overgeven.

Ik had altijd begrepen dat de artiesten op Bevrijdingsdag met helikopters werden aangevoerd, maar dat was hier niet het geval. De meeste hoofdacts kwamen namelijk uit Den Haag. Een jongen met een groen-gele ooievaartatoeage zei: „Hoezo zouden die komen vliegen dan?”

Ik zette koers richting het hoofdpodium. Op een van de podia stond een puber te dichten dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Ik vroeg aan de mensen om me heen wie of hij was. Ze hadden geen idee.

Eentje zei: „Ik hoop dat hij snel zijn bek houdt.”

De dichter zei: ‘Sta stil voor de vrijheid’, maar het was toch echt de bedoeling zo snel mogelijk door te lopen. Op het hoofdpodium was Tim Akkerman inmiddels begonnen aan een potpourri van Bruce Springsteen. Ik dacht: ik draai toch maar om, een move die de mensen achter me verraste.

„Wat denk jij dan, leip?” zei een jongen met een vrijheidsfakkeltje tussen de ogen.

„Ik denk niks”, zei ik.

Dat is ook vrijheid van meningsuiting, daar zijn ook soldaten voor gesneuveld.

Toen ik uit het grootste gedrang was plakte ik mijn vrijheidsfakkeltje ook tussen mijn ogen. Ik kreeg daar pas thuis een opmerking over.