opinie

    • Frits Abrahams

Tandarts voor dag en nacht

Enige vatbaarheid voor hypochondrie is bijna onvermijdelijk bij het ouder worden. Je voelt een pijntje in een obscuur deel van het lichaam, je wilt er liever net als vroeger achteloos aan voorbijgaan, maar na enkele dagen treedt onherroepelijk de bezorgdheid in. Toch maar even „voor de zekerheid” naar de dokter?

In mijn omgeving is de laatste tijd te veel gebeurd om bepaalde signalen te negeren. Vrienden kregen plotseling ernstige ziektes en stierven. Bovendien las ik nogal wat biografieën, een genre waarvan nu eenmaal het gemeenschappelijke kenmerk is dat het bij de geboorte begint en met de dood eindigt.

Dus toen ik onlangs pijn aan een kaak kreeg, moest ik onwillekeurig aan Sigmund Freud denken. Hij stierf – dit wordt geen gezellige column – aan kaakkanker. Hij leed vreselijke pijnen die hij manmoedig onderging. Daarbij bleef hij, tegen het advies van zijn lijfarts Max Schur in, dood(!)gemoedereerd zijn sigaren roken.

Hij had Schur al bij hun eerste ontmoeting laten beloven dat de artsen hem niet onnodig zouden kwellen. Twee dagen voor zijn dood herinnerde hij Schur aan dit ‘contract’ en hij vroeg hem er met Anna, Freuds dochter, over te praten. „En als zij het goed vindt, maak er dan een eind aan.” Dat gebeurde via drie door Schur toegediende injecties met morfine, waarna Freud in coma raakte en op 23 september 1939 overleed.

Als je zoiets eenmaal gelezen hebt, wordt het lastig om Freud uit je geheugen te verdringen wanneer je eigen kaak rare kuren begint te vertonen. Ik voelde nog geen scherpe pijn, maar wel een toenemende druk in mijn linker onderkaak. Via Google – hét toevluchtsoord van hypochonders – leerde ik dat dit allerlei onaangenaams kon betekenen: van stress tot, toe maar, de ziekte van Parkinson.

Ik hing al aan de telefoon bij mijn tandarts, maar die bleek net met vakantie. Zijn assistente wees me op een mij nog onbekende zegening van het leven in Amsterdam (en ook in Rotterdam en Den Haag): een ‘spoedtandarts’ (‘walk-in dentist’), zeven dagen per week van 8.00 tot 23.00 aanwezig, daarna is er altijd een tandarts oproepbaar. Ik belde deze kliniek, Dental365 geheten, en kon er nog dezelfde avond terecht. Wel geld meenemen, want boter bij de kies.

Ik moest helemaal naar de Piet Heinkade in het Oostelijk Havengebied, nog ver voorbij de Jan Schaeferbrug, daar waar Amsterdam steeds winderiger en leger wordt. Kunnen ze er niet wat toeristen heen sturen?

In een kleine kliniek werd ik hartelijk verwelkomd door een gehoofddoekte receptioniste. Ze liet me allerlei formulieren invullen. De tandarts was een jonge man uit een vermoedelijk Aziatisch buitenland, die me in gebroken, maar goed verstaanbaar Nederlands efficiënt hielp.

Hij maakte een foto van het pijnlijke deel van mijn kaak en liet me het resultaat zien. „Nog niet ernstig”, diagnosticeerde hij, „er is een zenuw die dood lijkt te gaan, maar zich ook nog kan herstellen. Afwachten dus”.

Mocht het tegenvallen, rondde hij af, dan wachtte me bij mijn eigen tandarts een wortelkanaalbehandeling. Bijna juichte ik: „Heerlijk, een wortelkanaalbehandeling!” Ik heb het altijd een vreeswekkend woord gevonden, maar vergeleken met het lot van Freud leek het me opeens een uitstapje naar het paradijs.

    • Frits Abrahams