Opeens is Argentinië toch weer een risicoland

Financiële markten De munten van opkomende landen staan sterk onder druk. De sterke Amerikaanse dollar en de torenhoge inflatie in landen als Turkije en Argentinië maken beleggers nerveus.

Een geldwisselkantoor in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Deze munt verloor vorige week meer dan 10 procent van zijn waarde ten opzichte van de dollar, voordat de Argentijnse centrale bank vrijdag ingreep met een drastische renteverhoging. Foto Pedro Lazaro Fernandez/AP

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank waarschuwen er al jaren voor. Als in de Verenigde Staten de rente écht gaat oplopen, dreigen ongelukken in opkomende economieën. Nu lijkt het plotseling zo ver. Van Buenos Aires tot Istanbul en van Jakarta tot Warschau zijn de valuta van opkomende landen weggezakt.

Zo bont als de Argentijnse peso maken weinig valuta het. Deze munt verloor vorige week meer dan 10 procent van zijn waarde ten opzichte van de dollar, voordat de Argentijnse centrale bank vrijdag ingreep met een drastische renteverhoging. De rente ging van 33,25 naar 40 procent – de derde verhoging in korte tijd. De Turkse lira daalde vorige week meer dan 5 procent ten opzichte van de dollar, de Poolse zloty zo’n 3 procent. Maandag stond met name de Turkse lira verder onder druk.

Onrust

Kapitaal vloeit altijd naar waar het het meeste rendeert. De voorbije jaren lonkten voor veel beleggers de groeimarkten buiten de westerse wereld, omdat het rentepeil in zowel de Verenigde Staten als in Europa zo laag was. Maar nu in de VS – nog niet in Europa – de rente oploopt, begint het kapitaal weer de omgekeerde beweging te maken. In een maand tijd is in de VS de rente op tienjarige staatsleningen gestegen van ruim 2,7 naar krap 3 procent nu. Economische groei en hogere inflatieverwachtingen in de VS stuwen op de financiële markten de overtuiging dat de Amerikaanse centrale bank, de Fed, de rente sneller kan gaan ophogen.

Dit scenario zorgt nu voor onrust. De voorbije jaren leenden beleggers vaak tegen een lage rente in Amerikaanse dollars, om dit geleende geld vervolgens uit te zetten in lucratiever oorden (carry trade). Eén zo’n oord was Argentinië. Kijk bijvoorbeeld naar hoe Argentijnse aandelen vorig jaar presteerden. De MSCI Argentina index, met daarin de belangrijkste Argentijnse aandelen, steeg in 2017 met een indrukwekkende 73 procent. Dát is nog eens rendement, vergeleken met een stijging van 24 procent van de MSCI van industrielanden en opkomende landen samen.

Je zag het ook aan de interesse onder beleggers, in juni vorig jaar, voor een Argentijnse staatslening met een looptijd van maar liefst honderd jaar. De emissie van 2,75 miljard dollar (2,3 miljard euro) werd meer dan driemaal overtekend, ondanks de geschiedenis van staatsfaillissementen van het Latijns-Amerikaanse land.

Dubbele boodschap

Nu opeens lijkt de honger onder beleggers omgeslagen in angst. Dat komt niet alleen door de hogere Amerikaanse rente en de sterkere Amerikaanse dollar die daarvan een weerspiegeling is. Ook lijkt er – typisch voor deze tijden van overmoed – wel erg veel blind vertrouwen te zijn geweest in de soliditeit van landen als Argentinië en Turkije.

Beide landen krijgen de inflatie niet onder controle. De Argentijnse centrale bank publiceerde onlangs een prognose voor de inflatie dit jaar: 22 procent, in plaats van 20,3 procent in een eerdere raming. Dat is ver boven het doel van de centrale bank: 15 procent. Dat doel had de bank eind vorig jaar al opgehoogd, van tussen de 8 en 12 procent. Voor de geloofwaardigheid van de centrale bank, die bovendien niet volledig onafhankelijk is van de regering, is dat dodelijk. De Turkse inflatie, zo’n 10 procent, is het dubbele van wat de Turkse centrale bank beoogt.

IMF en Wereldbank hadden de voorbije jaren een dubbele boodschap. De Fed kreeg met zoveel woorden het verzoek de rente niet te snel te verhogen, want dat zou de opkomende landen schaden. En de opkomende landen kregen de waarschuwing zich goed voor te bereiden op een sterkere Amerikaanse dollar. Die dubbele boodschap echoot na, terwijl de realiteit een andere is.