Na een blowtje gooide hij leip een ruit in

Wie: Ludwig (53)

Kwestie: diefstal, vernieling

Waar: rechtbank Den Haag

Ludwig (53), mager en tandeloos, werd vorig jaar oktober om kwart voor vier in de middag gearresteerd achter een kinderdagverblijf. Daar probeerde hij met een tegel de ruit in te gooien en het venster te forceren met een schroevendraaier. Binnen was paniek.

De politie vond in zijn zakken een paar blikken bier. Ludwig kan zich van het incident niets herinneren. Hij is later teruggegaan om met „die dame van het kinderdagverblijf te praten”. Maar alleen al dat hek, „daar had ik nooit overheen kunnen komen”. Ludwig denkt dat de politie hem erin heeft geluisd.

„Sorry als ik een beetje druk ben”, zegt hij tegen de voorzitter die hem steeds geduldig bij het onderwerp probeert te houden. Eerder, in augustus, was hij gearresteerd bij Albert Heijn: twee winkelende agenten zagen in zijn mandje blikken bier en een pak shoarmavlees. En dat hij met een leeg mandje de kassa passeerde.

Ze kennen Ludwig, mogelijk kennen alle Haagse agenten Ludwig. Zijn strafblad omvat 51 bladzijden. Hij heeft al tweemaal de maximale termijn in de Inrichting voor Stelselmatige Daders gehad. „Ik heb gekke dingen gedaan, ik was een crimineel”, herhaalt hij verschillende keren. Maar dat ligt achter hem. Hij is ook niet meer aan de alcohol. „Nou ja, af en toe een biertje, als het tegenzit.” De GGD houdt hem met methadon en oxazepam van de (illegale) drugs.

Ook zou Ludwig bij Kruidvat zomaar een halsketting hebben stuk getrokken. Er zijn bewakingsbeelden: een tengere man in een winterjas, wankel en onzeker. Ludwig weet zeker dat hij het niet is.

Het gesprek met de rechtbank gaat in schilderachtig Haags. Ludwig is gis, emotioneel, boos, strijdlustig, ad rem en overtuigd. De diefstal erkent hij. Hij had „ongelooflijke honger”. De kwestie met het kinderdagverblijf komt hem vreemd voor. Wat zou hij daar hebben gemoeten? Ja, hij was naar de winkel geweest. En op de terugweg neemt hij wel eens een „blowtje”, met de kans „dat ik daar leip van word”. En hij weet nog dat hij onwel is geworden in die buurt.

De psycholoog en psychiater rapporteren een ‘ongespecificeerde schizofrenie stoornis’, met een ‘psychotisch toestandbeeld’, mogelijk veroorzaakt door hersenbeschadiging na drugsgebruik. Ludwig is achterdochtig, vergeetachtig en denkt in complotten. Advies: klinische behandeling.

Zelf noemt Ludwig zijn toestand „perfect”, behalve dan dat hij last heeft van „de zenuwen”. Hij durft vaak niet naar buiten, bang dat hij wéér wordt opgepakt. Hij voelt zich nagekeken en nageroepen. Op straat, door kinderen: ‘Hé viespeuk!’ Riepen ze u bij het kinderdagverblijf ook na, vraagt de rechter. Ja, „een week eerder”. In de gevangenis werd hij gepest en mishandeld. Hij bleef liever zoveel mogelijk op cel.

Wat de rechter beslist, laat hem onverschillig. Alleen, je door een psychiater „laten uithoren, daar geloof ik niet in”. Wat voor hulp zou hij accepteren, vraagt een rechter. Een eigen huisje, zegt Ludwig. Hulp met de post, want „ik kan slecht schrijven en lezen”. Zijn schulden laten regelen. „Dan kan ik aan het werk en dan komt alles goed.” Ludwig vertelt dat hij een woonwagen gewend is. Zijn familie had een autosloperij. Dat zou hij weer willen.

De officier staat voor de vraag of Ludwig toerekeningsvatbaar is. Moet hij een jaar in een kliniek worden opgenomen. Of is een straf gepast? Eigenlijk vindt ze alleen dat hij bij Kruidvat niet aanspreekbaar was. Ze concludeert dat zijn stoornis „niet zo concreet is dat hij een gevaar voor zichzelf of voor anderen vormt”.

Dat levert een celstraf op van 41 dagen. Vrijwel even lang als zijn voorarrest. Dan staat er nog een voorwaardelijke straf open, voor eerder wangedrag. Netto is haar eis 9 dagen.

De advocaat praat zijn tijd vol. Zijn cliënten willen namelijk dat hij ten minste even lang spreekt als de officier, vertelt hij, „en liefst langer”. Hij bedankt de rechters voor de ruimte voor Ludwig om z’n hart te luchten. Over de eis: „Ik vind het wel prachtig wat de officier voorstelt.”

De rechtbank vindt dat de vernielingen bij het kinderdagverblijf en Kruidvat wijzen op psychische problemen. De verklaringen van Ludwig op de zitting waren „onsamenhangend en bizar”. Maar zeker is de rechtbank niet. Het kan ook verband houden met alcoholmisbruik. Alle drie incidenten worden hem toegerekend. De rechtbank veroordeelt Ludwig tot de geëiste 41 dagen. Ook moet hij de 9 dagen uitzitten van de eerdere veroordeling.