Leesplezier in het kleinste kamertje

lezen

De bijna honderd leesbeeldjes die in het privaat van staan, figureren nu ook in een boek.
Leesbeeldjes uit de verzameling van Ewoud Sanders Foto’s Lou Wolfs

Hoe het is begonnen, kan ik me niet precies herinneren. Ik kom graag in kringloopwinkels. Lang liep ik daar rechtstreeks naar de boekenafdeling, zonder op of om te kijken. Maar een paar jaar geleden zag ik in een van die winkels een beeldje van een lezende figuur staan.

Of dit eerste leesbeeldje meteen mijn hart heeft gestolen, weet ik niet meer. Sommige beeldjes zijn echt ongelooflijk lelijk of tuttig. Maar iets kan mooi van lelijkheid zijn. Bovendien: naarmate mijn verzameling groeide, begon ik de culturele waarde van die beeldjes in te zien – ik kom daar op terug.

Mijn eerste leesbeeldjes stonden een tijd in de keuken, maar dat bleek niet erg praktisch. Vervolgens verhuisden ze naar een van mijn boekenkasten en uiteindelijk verplaatste ik ze naar de eregalerij: het kleinste kamertje in mijn huis, de bestekamer.

Tegen die tijd was ik echt van die beeldjes gaan houden, dus om ze te eren heb ik een bordje op de deur geschroefd: Privaat Leesmuseum. Ook de verlichting moest worden aangepast, want een museumcollectie vraagt om andere belichting dan een privaat.

Leesbeeldjes hebben niet allemaal dezelfde functie. De meeste dienen ter decoratie. Sommige hebben daarnaast nog een praktisch nut; beeldjes met een sleuf in hun rug fungeren als spaarpot en de grotere, zware beelden met een rechte rug of achterwand zijn als boekensteun bedoeld. Vooral in de laatste categorie zijn prachtige beelden gemaakt, van aardewerk, hout of gips. Sommige leesbeeldjes zijn als promotiemateriaal gebruikt, met name bij acties voor goede doelen.

Pas na verloop van tijd drong tot mij door dat alle leesbeeldjes bij elkaar een cultuurhistorische functie hebben: je kunt ze zien als vertegenwoordigers van een leescultuur die in hoog tempo aan het veranderen is.

Lees ook: ‘Je verstand verlezen’ van Ewoud Sanders

Waarschijnlijk lezen er nu meer mensen dan ooit tevoren, zeker in openbare ruimtes. Stap in een bus, tram of trein en je ziet overal mensen die lezen: op hun mobiele telefoon – smartphonelezen is een pandemie.

De leesbeeldjes vertegenwoordigen een vroegere fase in het leesgedrag van de mens: de tijd waarin wij ons nog verdiepten in kranten, tijdschriften en boeken van papier. Daarom vormen ze ook de perfecte illustraties in de catalogus Topstukken uit de collectie van het Privaat Leesmuseum. Daarin staan vijftig bijdragen van journalisten, schrijvers, dichters, boekhandelaren, bibliothecarissen, museumdirecteuren en cabaretiers – onder wie Maarten ’t Hart, Marita Mathijsen en Frits Abrahams – over hun liefde voor lezen.

Tussen grofweg 1910 en 1980 zijn er internationaal honderden leesbeeldjes gemaakt. Ze geven vaak een geromantiseerde voorstelling van zaken. Tot de topstukken van het Privaat Leesmuseum behoort bijvoorbeeld een beeldje van een man met hoed, pijp en witte baard die op een begroeid buitenmuurtje de krant zit te lezen. Bij zijn rechterhand, op de hoek van de krant, zit een vogel en bij zijn voeten scharrelt een kip. Dit alles leidt de man niet af: hij leest in perfecte harmonie met de natuur, de pijp losjes in zijn mond.

De opbrengst van Topstukken uit de collectie van het Privaat Leesmuseum (Antiquariaat Digitalis, 16 euro) gaat naar stichting Biblionef die als doel heeft ‘Leesplezier voor kinderen wereldwijd’. Vanaf morgen is bij de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam een kleine tentoonstelling met ruim honderd leesbeeldjes te zien.
    • Ewoud Sanders