‘Is dit een performance?’

Grunberg in het Stedelijk #6 De hele maand mei ‘woont’ en werkt Arnon Grunberg in het Stedelijk Museum Amsterdam, met een groep kunstenaars. Hij schrijft daar dagelijks over.

Beeldbewerking NRC

Saèd, afkomstig uit Aleppo, heeft grijs haar en een staartje. Tijdens zijn vlucht uit Syrië heeft hij zichzelf uitgevonden als schilder.

Tijdens de eerste bijeenkomst met de kunstenaars met wie ik een maand in het Stedelijk zit, viel hij me op. Misschien omdat hij ouder was, of omdat hij sprak met relativeringsvermogen.

Aan een kant van de Audi-zaal is de vloer afgedekt met een soort van wit zeil waardoor de schilders geen vlekken kunnen maken op de grond. Saèd was de eerste die aan het werk ging. Hij had van thuis een schilderij meegenomen dat bijna af leek, zette het op een schildersezel en ging aan het werk. Het zou deel uitmaken van een zesluik over identiteit, migratie en Nederland.

Het werk van Saèd bestond er vooral uit dat hij bezoekers aansprak of zich liet aanspreken, hij heeft de charme van de ware mensenverleider. Af en toe gaf hij zijn kwast aan een kind en die mocht dan aan het schilderij van Saèd werken. Ook ik mocht dat.

Toch merkte ik dat het schilderij na een paar dagen nauwelijks was veranderd, waardoor ik over Saèd meer begon na te denken als een performer dan een schilder. En ik heb de performancekunst lief, al ben ik het met een vriendin van me die performancekunst in Londen studeert eens dat het wat gedateerd is als performers met een nietpistool nietjes in hun tepels schieten. In het algemeen geloof ik dat het beter is als mensen het nietpistool niet op eigen of andermans lichamen uitproberen, hoewel een beetje menselijk naaktheid het museum goed doet.

Op een middag kwam Saèd in gesprek met een mevrouw die rondleidingen verzorgde. Ze had eerst aan me verteld dat ze vijftig euro bruto per uur verdiende en of ik wist dat het museum draaide op vrijwilligers die niets verdienden.

Toen kwam Saèd bij ons staan. Hij zei dat hij op Koningsdag 2016 in Alkmaar voor 55 euro een schilderij had verkocht. Nu verkocht hij werk aan een bedrijf in Parijs dat Salon Painting heette en een Duits bedrijf, hij wist niet wat dat voor bedrijf was.

Daarna mocht een kind weer mee schilderen.

Ik ging achter mijn bureau zitten. Een paar uur later vroeg een man aan mij: ‘Is dit een performance?’

Ik knikte.

‘Tot wanneer duurt die performance?’ vroeg hij.

‘Tot 1 juni,’ zei ik. Maar ik had moeten zeggen: ‘De rest van ons leven.’

(Wordt vervolgd.)