Het stille succes van de Partij voor de Dieren

Profiel PvdD Na een ruime verdubbeling van zetels bij de Tweede Kamerverkiezingen, boekte de Partij voor de Dieren ook in de gemeenteraden grote winst. „Mensen zien heus wel dat er heel wat veranderd is sinds de PvdD in de Kamer zit.” Drie manieren waarop de partij succes denkt te boeken.

PvdD-leider Marianne Thieme (R) met medestanders tijdens een actie tegen het vergassen van ganzen en voor het plaatsen van zonneakkers rond Schiphol. Foto Bas Czerwinski/ANP

Op initiatief van de Partij voor de Dieren is cameratoezicht in slachthuizen ingevoerd. Palingen mogen niet meer onverdoofd worden gedood in zoutbaden. Deze maand nam de Tweede Kamer een motie aan om het gebruik van wegwerpbekers terug te dringen, vooral op stations.

Ook lokaal kreeg de partij zichtbare dingen voor elkaar: Amsterdam gaat paardenkoetsen op de Dam weren, Den Haag ontmoedigt roofvogelshows, in Utrecht krijgen minima korting bij de dierenarts.

Maar van de ruim 2.500 moties die de Partij voor de Dieren (mede) indiende sinds ze in 2006 in de Tweede Kamer kwam, werden verreweg de meeste verworpen. In het eerste jaar na de verkiezingen van maart 2017, waarbij de partij groeide van 2 naar 5 zetels, redden slechts 17 van de 210 PvdD-moties het, zo’n 8 procent. En van alle initiatieven en geboden die de afgelopen jaren wel een Kamermeerderheid kregen, blijken de meeste nooit door de opeenvolgende kabinetten uitgevoerd.

In 2012 verscheurde de senaat het magnum opus van partijleider Marianne Thieme, de initiatiefwet tegen de onverdoofde rituele slacht. In alle gemeenten waar het in maart zetels won, staat ze buitenspel bij de formatieonderhandelingen. Zo bezien lijken de prestaties van de partij beperkt en symbolisch. Toch is er veel veranderd sinds Nederland twaalf jaar geleden, als eerste land ter wereld, een ‘dierenpartij’ in het parlement kreeg.

Het ministerie van Landbouw moest extra medewerkers inzetten om de lawine aan Kamervragen van de partij te beantwoorden. Alle fracties gingen meer aandacht besteden aan het welzijn van zowel gezelschaps- als productiedieren, duurzaamheid en voedselveiligheid.

Andere linkse partijen wisten nertsenfokken uit te bannen. Rutte I kwam met een dierenpolitie. Rutte II verbood wilde dieren in het circus. Rutte III wil megavarkensstallen terugdringen.

Groeiend bewustzijn en subtiele invloed is wat de PvdD zelf als prestatie ziet. „Politiek wordt gezien als succesvol wanneer er wetgeving is doorgevoerd, moties zijn aangenomen en coalities gesmeed. Maar maatschappelijke invloed werkt veel subtieler en is vaak pas later zichtbaar”, zegt Marianne Thieme. „Wij krijgen dat voor elkaar door steeds op hetzelfde aambeeld te hameren en vast te houden aan onze idealen.” Ze vergelijkt haar strijd voor dierenrechten met niets minder dan die voor de afschaffing van de slavernij.

De totale bevrijding van alle dieren ter wereld is nog niet nabij, maar hoe, waar en waarom is de PvdD succesvol gebleken?

Luister ook naar deze aflevering van onze podcast Haagse Zaken, over waarom de Partij voor de Dieren geen lachertje meer is.
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.
  1. Groeiend electoraal succes

    Graphic NRC

    Op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen, 21 maart 2018, constateerden verbaasde politieke duiders in de NOS-studio dat de PvdD alweer gewonnen had. Vorig jaar stemden landelijk al ruim 335.000 mensen op de partij – meer dan op 50Plus, SGP, Denk en Forum voor Democratie. Nu verdrievoudigde het aantal raadszetels bijna, naar 33, vooral in grote steden. Rob Trip: „Ze doen het goed in steden waar het minst dieren zijn, eigenlijk.” Dominique van der Heyde: „Nou, Artis, in Amsterdam.” Ron Fresen: „Wij hebben in Den Haag heel veel katten.”

    Daarmee was de „stille opmars” van de partij afgehandeld en kon verder worden gepraat over partijen die er in het Haagse machtsspel wel toe doen. Het is makkelijk om de PvdD-stemmers weg te zetten als fanatieke veganisten of kluizenaarachtige kattenvrouwtjes. Bij de PvdD wordt schouderophalend op dergelijk dedain gereageerd. De partij is opgericht door dierenrechtenactivisten die gewend zijn te werken met minimale middelen en „niet afhankelijk zijn van traditionele persaandacht”, aldus Thieme.

    Wie zijn die stemmers die zij desondanks weet te bereiken? Volgens Thieme zelf „mensen die heel sterk vanuit een gevoel stemmen. Die hun stem veilig geparkeerd zien bij ons omdat wij een integere partij zijn die beloftes houdt, die staat voor haar idealen”. Volgens Niko Koffeman, senator en bedenker van de partij, zijn het mensen uit alle hoeken van het politieke spectrum die vaak tot hun eigen verbazing bij de PvdD uitkomen als ze een stemwijzer invullen. „We trekken ook veel mensen die niet eerder gestemd hebben, omdat ze te jong waren of omdat ze politici onbetrouwbaar vinden.”

    Een analyse van onderzoeksbureau Ipsos laat zien dat PvdD-kiezers inderdaad wantrouwend maar ook vaker dan gemiddeld jong, vrouw, hoogopgeleid en stedelijk zijn.

    De partij profiteerde van twee specifieke factoren bij de recente verkiezingen: het gebrek aan een tweestrijd om het premierschap en de implosie van de PvdA. Misschien nog opvallender: de partij deed het opmerkelijk goed terwijl die andere duurzaamheidspartij, GroenLinks, ook een historisch goed resultaat behaalde.

    Politicoloog André Krouwel, die op basis van het Nationaal Kiezersonderzoek en zijn eigen Kieskompas de kiezers van de PvdD analyseerde, weerspreekt een sterke gelijkenis met die van GroenLinks. „De GroenLinks-stemmer staat op het marktplein met een bord dat het helemaal anders moet. Die zijn buren vertelt dat ze duurzamer moeten leven. Die gelooft in de politiek als middel om de samenleving te verbeteren.” De PvdD-stemmer „zit driehoog achter met een hond of kat op schoot te mopperen dat de politiek en de EU niet te vertrouwen zijn. Het is iemand zonder geloof in maakbaarheid, zonder politiek engagement”. Het zijn niet alleen laagopgeleiden, maar het is juist ook „de elite die het zich kan veroorloven”.

    Taart op de fractiekamer van de Partij voor de Dieren, na de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen. Foto Bart Maat/ANP

    Het is een getuigenispartij, bevestigt Koffeman. Net als bijvoorbeeld de SGP, waar de levenshouding van kiezers belangrijker lijkt te zijn dan de afwegingen op actuele politieke thema’s, zoals identiteit, woningnood of betaalbare zorg.

    Krouwel noemt de PvdD een „anti-systeempartij”, net als de PVV, maar dan eentje die weinig weerstand oproept. „Je kunt er als minder geïnteresseerde en minder geïnformeerde kiezer veilig op stemmen, zonder dat je omgeving je veroordeelt. Wie is er nu tegen een partij die zegt dat we lief moeten zijn voor elkaar en voor diertjes?”

    Hoewel de recent gewonnen zetels kwetsbaar lijken – bijvoorbeeld als er wel weer een tweestrijd om het premierschap ontstaat – ziet Krouwel groeipotentieel. „Een derde van de kiezers staat zeer wantrouwig tegenover de politiek.”

  2. Indirect parlementair succes

    De motie is hét parlementaire wapen van een oppositiepartij, ook als die niet wordt aangenomen, zo blijkt uit de werkwijze van de Partij voor de Dieren. Medio april gaf senator Christine Teunissen het kabinet per motie de opdracht om in Brussel te bepleiten dat de EU niet langer het fokken van vechtstieren subsidieert. De Tweede Kamer deed dat vijf jaar geleden ook al, maar dat maakte internationaal geen indruk.

    Als Teunissen een hoofdelijke stemming had aangevraagd, had haar motie waarschijnlijk een meerderheid gekregen. Ze liet dat na en de coalitiepartijen stemden en bloc tegen. Teunissen wist dat steun binnen handbereik was, zo gaf ze achteraf toe. Maar als de motie zou zijn aangenomen, zou de EU er toch niks mee doen. Nu hij verworpen is, kan ze bij elk volgend debat haar pleidooi herhalen en zo de aandacht voor het onderwerp vasthouden.

    Ook een andere methode, samenwerken door gezamenlijk op te treden, benut de PvdD weinig. Moties dient ze liefst alleen in. De partij heeft niet haar best gedaan mee te schrijven aan de klimaatwet van PvdA en GroenLinks; die gaat de PvdD niet ver genoeg. Aan het ‘linkse pact’ van GroenLinks, SP en PvdA tegen het kabinet doet ze niet mee, want dan moeten er compromissen gesloten worden.

    Bij een tweede poging een initiatiefwet ingevoerd te krijgen om de halal en koosjere slacht, waarbij dieren zonder verdoving doodbloeden, te verbieden, is Thieme niet van plan „te wheelen en dealen”. De partij, zo benadrukt ze, is echt niet tegen compromissen, maar „tegen compromisme: het compromis als doel op zich”.

    Johnas van Lammeren, de fractievoorzitter in Amsterdam, zei eerder in NRC: „Ik sluit nooit deals. Ik kom wel met oplossingen. En als iemand dat geen goed idee vindt, wil ik het best nog een keer uitleggen.” Teunissen is naast senator ook fractievoorzitter in de Haagse raad en zegt dat deelname aan een coalitie er „in deze, activistische fase van de partij”, dan ook niet in zit. Noch in gemeenten, noch aan het Binnenhof.

    De partij kwantificeert succes niet in aangenomen moties of deals met een PvdD-sticker erop, maar in de mate waarin ze slaagt in agenderen, activeren en aanwakkeren. Politicoloog Simon Otjes, werkzaam bij het wetenschappelijk bureau van GroenLinks, promoveerde op de invloed van partijen als de PvdD. Hij ziet de partij „indirecte politiek bedrijven”. Andere ‘one-issuepartijen’ zoals 50Plus en Denk „sprongen in op een thema waar politiek al veel aandacht voor was, de PvdD dwong andere partijen actief te worden op een terrein waar ze nauwelijks aandacht voor hadden”.

    Thieme is trots als andere partijen ideeën overnemen en er credits voor krijgen. „Geweldig! Wij zijn erg van concurrentiebevordering, dat is onze missie. Mensen zien heus wel dat er heel wat veranderd is sinds de PvdD in de Kamer zit.”

    De vraag is echter of er in de laatste twaalf jaar meer aandacht voor dierenleed en duurzaamheid is omdat de PvdD in de Kamer zit, of dat de partij in de Kamer zit, omdat er in de maatschappij meer aandacht voor die onderwerpen is.

  3. Verhuizing van de PvdD-fractie na de Tweede Kamerverkiezingen vorig jaar.
    Foto Jerry Lampen/ANP
    Verhuizing van de PvdD-fractie na de Tweede Kamerverkiezingen vorig jaar.
    Foto Jerry Lampen/ANP
    Verhuizing van de PvdD-fractie na de Tweede Kamerverkiezingen vorig jaar.
    Foto’s Jerry Lampen/ANP
  4. Gehoopt internationaal succes

    Bij de oprichting in 2002, met de toen 30-jarige Bont voor Dieren-medewerker Marianne Thieme als boegbeeld, was de PvdD niet de eerste politieke dierenpartij ter wereld. Wel kwam ze in 2006 als eerste in een nationaal parlement. Daarmee is ze het paradepaardje van de inmiddels achttien van zulke partijen die er wereldwijd zijn. Thieme spreekt geregeld internationale congressen toe en heeft het voortouw bij een gemeenschappelijk Europees initiatief.

    Nu de PvdD landelijk en lokaal gevestigd is, wil ze in Brussel meer dan twee zetels (één van de PvdD en één van de Duitse Tierschutzpartei): ze streeft naar een pan-Europese fractie. Op dat niveau wordt immers besloten over de grote landbouwsubsidies, eisen aan dierenwelzijn en het in stand houden van – door het verdrag van Lissabon beschermde – tradities. „Een typisch Europees uitgangspunt waardoor dieronvriendelijke dingen als stierenvechten en de productie van foie gras, veelal gesubsidieerd, blijven bestaan”, zegt Thieme. Ook biedt het een nieuw podium voor de euroscepsis van de partij.

    In onder meer Duitsland, Spanje en Cyprus lukt het zusterpartijen niet om landelijk de kiesdrempel te halen, maar voor het Europees Parlement ligt die lat lager. De vraag is wel of de partijen in Italië, Finland, Zweden en België op tijd klaar zijn voor de verkiezingen van mei 2019. Voor een pan-Europese groep, en bijbehorende spreektijd en subsidie, zijn partijen uit minstens zeven lidstaten nodig die in eigen land landelijk, regionaal of provinciaal vertegenwoordigd zijn. Maar als het volgend jaar niet lukt, ploeteren de partijen gewoon voort tot de verkiezingen van 2024. Thieme: „Wij zijn er niet voor de korte termijn.”


Correctie (14 mei 2018): In een eerdere versie van dit artikel stond dat de dierenpartij in Portugal de nationale kiesdrempel niet haalde. Dit was in 2011 het geval, maar in 2015 behaalde de PAN wel een zetel in de Assembleia da República.