Akkoord over nieuwe cao thuiszorg en verpleeghuizen

Zorgsector

Een loonsverhoging van 4 procent en maatregelen om nieuwe mensen aan te trekken moeten het personeelstekort bestrijden.

Foto ROOS KOOLE / ANP

Een loonsverhoging van 4 procent per 1 oktober, een stijging van de leerlingsalarissen met 10 procent en van stagevergoedingen met ruim 16 procent. En bovendien maatregelen om meer nieuwe medewerkers en zij-instromers aan te nemen. Dat zijn de afspraken die bonden en werkgeversorganisaties hebben gemaakt in de nieuwe cao voor de verpleeg- en verzorgingshuizen en de thuiszorg om de personeelstekorten te bestrijden.

Maandag bereikten de werkgeversorganisaties Actiz en BTN een akkoord met de bonden FNV Zorg & Welzijn, CNV Zorg & Welzijn, Nu’91 en FBZ. De cao, die geldt voor circa 450.000 medewerkers, heeft een looptijd van vijftien maanden. Volgens de werkgeversorganisaties en de bonden is het akkoord „een goede prikkel om voldoende gekwalificeerde medewerkers aan te trekken in een tijd van grote tekorten”.

Dat FNV heeft ingestemd met het akkoord is opmerkelijk. Twee jaar geleden weigerde deze vakbond het cao-akkoord te tekenen en begon het direct met acties in de thuiszorg en verpleeg- en verzorgingshuizen. De bond vond dat akkoord in 2016 een ‘flutdeal’, omdat de arbeidsvoorwaarden zouden verslechteren en het werken in de zorg alleen maar meer zou flexibiliseren.

„Na een jarenlange strijd met de werkgevers zijn we er nu samen uitgekomen en hebben we echt een goede cao”, zegt FNV-onderhandelaar John van Mullem in een verklaring. Het akkoord moet de komende weken nog goedgekeurd worden door de leden van de bonden en werkgeversorganisaties.

Verder zijn de sociale partners afhankelijk van gemeenten, zorgverzekeraars en het ministerie van VWS of zij de kosten van deze nieuwe cao willen dragen.

In de gezamenlijke verklaring stellen bonden en werkgevers dat „gemeenten nu op grote schaal te lage tarieven voor thuishulp betalen”, „dat zorgverzekeraars te vaak forse kortingen toepassen” op de vastgestelde maximumtarieven en dat „loon-prijsindexering onvoldoende wordt toegepast”. Zij noemen dat „sociaal onaanvaardbaar”.

Lees ook: Strijd tegen onderbetalende gemeenten in de thuiszorg
    • Daan van Lent