Commentaar

Een plan B voor KLM kan noodzakelijk worden

Wat te doen met Air France-KLM? De gecombineerde Frans-Nederlandse luchtvaartmaatschappij, die in 2004 tot stand kwam, verkeert in zwaar weer. De crisis waarin Air France-KLM zich nu bevindt, uitte zich maandag in een forse koersval op de beurs. Wie had gehoopt dat in de veertien jaar die het gezamenlijke bedrijf nu bestaat er een concern zou zijn ontstaan met een gemeenschappelijke bedrijfscultuur, is bedrogen uitgekomen.

Luchtvaartmaatschappijen zijn van oudsher een zaak van nationaal belang. Infrastructuur en de kwaliteit en hoeveelheid van verbindingen met het buitenland zijn nu eenmaal cruciaal voor een economie. De steeds vrijere luchtvaartmarkt en de opkomst van nieuwe concurrenten hebben de nationale kampioenen al langer onder druk gezet. Luchtvaart bleef in veel landen toch een zaak van politiek.

In Frankrijk is die traditie veel sterker dan in Nederland. Dat was een zorg toen Air France en KLM samen gingen, en die ongerustheid is niet weg. Het tweede grote verschil zit in de arbeidsverhoudingen. Hier botsen het Franse conflictmodel en het Nederlandse harmoniemodel. Het is waar dat personeel dezer jaren meer zou mogen profiteren van de verbetering van economie en bedrijfsresultaten. Maar de resultaten van Air France zijn, in tegenstelling tot KLM, nog steeds beroerd. Het personeel van KLM heeft, overigens ook niet zonder slag of stoot, een milde verbetering binnengesleept.

Dat van Air France zet zeer hoog in. Een poging van topman Jean-Marc Janaillac om buiten de vakbonden om met het Franse personeel tot een akkoord te komen is in diens gezicht ontploft. Hij verlaat het bedrijf nu. Zo leiden de verschillen tot steeds grotere animositeit tussen de twee bedrijfsonderdelen. Het is niet onbegrijpelijk dat werknemers en betrokkenen bij KLM vinden dat hun bedrijf wordt uitgehold door Air France. Dat de arbeidsvoorwaarden daar met een chantagemodel worden verbeterd ten koste van het gezamenlijke lot. De achterdocht groeit dat er politieke machinaties plaatsvinden waar, indien KLM daar al van op de hoogte is, weinig tegen te beginnen valt.

Lees ook de reacties van Nederlandse betrokkenen bij Air France-KLM: ‘Topman Air France-KLM bewees concern geen dienst’

Dat draagt nu bij tot een aanzwellende oproep om fusie te ontmantelen en KLM te laten doorgaan als zelfstandig bedrijf. Maar hoe begrijpelijk deze emoties ook zijn, een ontmanteling is juridisch en bedrijfseconomisch uitermate lastig en de gevolgen daarvan mogen niet worden onderschat. Bovendien mag niet worden vergeten waarom KLM zich, na een lange zoektocht, destijds bij Air France aansloot. Het Nederlandse concern was toen al te klein om zich zelfstandig in de snel veranderende luchtvaartsector te kunnen handhaven. Die sector heeft ook de afgelopen vijftien jaar niet stilgestaan. Prijsvechters zijn er al lang niet meer alleen meer op de korte, maar ook op de lange afstanden.

Veel komt nu neer op de vraag of luchtvaart een nationaal belang behelst dat beschermd moet worden, dan wel een vrije markt is waar de beste bedrijven moeten prevaleren. Op de vraag of een land een nationale luchtvaartmaatschappij moet hebben, of niet. Het antwoord uit Parijs of uit Den Haag zal van oudsher verschillen. Het hangt er nu van af of Frankrijk onder president Macron opschuift richting de vrije markt, of Nederland onder het kabinet-Rutte terugkrabbelt naar het nationaal belang. De voorkeur gaat hier uit naar het eerste. Maar als het personeel van Air France bereid blijkt het concern kapot te staken, dan is voor KLM de vrijheid om te handelen beknot. Een plan B voor de Nederlandse tak is dan op zijn plaats.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.
Correctie (7 mei 2018): De opgestapte Air France-topman heet niet Jean Claude, maar Jean-Marc Janaillac. Dat is hierboven aangepast.