Dorrestein exploreerde laconiek het menselijke mijnenveld

Renate Dorrestein (1954-2018) Stelligheid en relativeringsvermogen tekenden schrijfster Renate Dorrestein, die op de barricade klom én genuanceerd en met kwinkslagen schreef. Lezers in vele landen hielden van haar, prijzen kreeg ze nauwelijks – als vrouw.

Renate Dorrestein in februari, thuis in Aerdenhout. Foto Merlijn Doomernik

Schrijfster Renate Dorrestein, die vrijdagavond op 64-jarige leeftijd overleden is aan slokdarmkanker, was iemand met uitgesproken meningen. Bij verschillende gelegenheden liet ze zich in stellige bewoordingen uit over wat haar niet beviel. Als ze boos was over de achterstelling van vrouwen, over meisjes met eetstoornissen en zelfmoordneigingen. Over miskende zieken en ziektes, mishandelde kinderen, of andere maatschappelijke wantoestanden, beklom ze het spreekgestoelte, of ging ze achter haar pc zitten om harde noten te kraken. Maar ze was zeker niet alleen ontstemd over wat er allemaal niet deugde. Soms was ze ook gewoon blij met wat er was en met haar bestaan. Dan wees ze haar lezers erop, op lichtjes zalvende toon, dat het leven een kostbaar geschenk was en dat men er goed aan deed er dagelijks het beste van te maken.

Maar toen zij zelf de dood kreeg aangezegd en haar leven om zo te zeggen teruggevorderd werd, eind 2016, was zij er snel bij om daar de betrekkelijkheid van in te zien. Zij was, zo verklaarde ze in interviews, ‘niet in de wieg gesmoord’, dus zeker niet te jong om te sterven. Haar leven was goed geweest en welbesteed. En haar lezers, hoe trouw en talrijk ook, zouden haar heus niet missen.

Lees ook: Het laatste interview met Renate Dorrestein: ‘Lezers kunnen heel goed zonder mij’

Vierendertig boeken

Deze combinatie van stelligheid en relativeringsvermogen is typerend voor Dorresteins schrijverschap, dat vierendertig boeken heeft opgeleverd, in ongeveer evenzovele jaren. In haar beschouwend proza tref je vooral de ferme, ongezouten uitspraken aan, terwijl in haar romans veel meer ruimte is voor nuance, grilligheid en vooral ook voor flink wat kwinkslagen. Want hoe belerend, boodschapperig of stichtend Dorrestein soms ook kon zijn, ze wilde haar lezers toch in de eerste plaats vermaken en verrassen met haar geestige formuleringen, onverwachte wendingen en spannende intriges. Met succes: haar romans werden veelal bestsellers en in vijftien landen vertaald.

In haar romans ging het er trouwens opvallend vaak ruw en hardhandig aan toe. Heel wat mensen worden in haar oeuvre om zeep geholpen. Als het verhaal daarom vroeg, dan werd de lezer niet gespaard. Neem de befaamde scène met de depressieve moeder in Een hart van steen (1998), haar grootste succes, die haar pasgeboren baby met een appelboor te lijf gaat. Of de episode in Buitenstaanders (1983) met de twee jongetjes die een meisje met het syndroom van Down dwingen om modder te eten, vermengd met torren. Of de uitvoerig beschreven verkrachtingsscène in Ontaarde moeders (1992), waar hoofdstukken lang zorgvuldig naartoe wordt gewerkt.

Ouder-kindrelatie

In Het geheim van de schrijver (2000) merkt Dorrestein op dat ze opgetogen aan haar uitgeefster meldde hoe goed ze vlotte met een van haar romans, ‘terwijl onder mijn handen een heel gezin ontplofte, met vijf doden en twee kleine kinderen die verweesd en voor het leven beschadigd achterbleven’. Het is opmerkelijk dat een bewust kinderloze vrouw als Dorrestein altijd zo’n voorkeur heeft gehad voor ‘het mijnenveld dat de ouder-kind-relatie is’, zoals ze dat zelf uitdrukte. Daarom kon ze dat mijnenveld naar haar idee ook zo grondig en ‘met droge ogen’ exploreren.

Opmerkelijk is ook dat Dorresteins boeken wel een paar keer werden genomineerd voor prijzen, maar dat zij niet vaker dan twee keer daadwerkelijk een prijs ontving; één keer een Jonge Gouden Uil, een jongerenprijs, voor Verborgen gebreken (1996) en één keer de Annie Romeinprijs voor haar hele oeuvre, in 1993 al, toen ruim tweederde van dat oeuvre nog moest volgen. Zelf stelde ze, in 1985, samen met drie andere vrouwen, de Anna Bijnsprijs in, een tweejaarlijkse literaire prijs voor de vrouwelijke stem in de Nederlandse literatuur, uit onvrede over de bestaande prijzen die volgens haar te vaak naar mannen gingen. De prijs werd een paar jaar geleden voor het laatst uitgereikt.

Gewelddadige verwikkelingen

Zelf kon ze de Anna Bijnsprijs natuurlijk niet ontvangen, maar het mag duidelijk zijn dat Dorrestein daarvoor de gedroomde kandidaat was, met onder andere Weerwater (2015), een pseudo-autobiografische avonturenroman die zich afspeelt in Almere. Maar vooral had zij die prijs moeten krijgen voor Ontaarde moeders (1992), een veelomvattende en rijkgeschakeerde geschiedenis over een afwezige moeder, een verstrooide vader en een 11-jarig meisje, dat haar vege lijf zelf maar moet zien te redden. Bij herlezing blijft deze roman moeiteloos overeind. Hierin zit alles wat Dorrestein tot een bijzondere schrijfster maakte: een laconiek verhaal over een zwaar onderwerp, gewelddadige verwikkelingen die geestig belicht worden, een verrassende maar ook hartverscheurende ontknoping. Ontaarde moeders laat van begin tot eind zien waar Dorrestein goed in was: in spannende jongensboeken over stoere meisjes.

    • Janet Luis