Zelden was de trainer zo kwetsbaar als in het afgelopen seizoen

Eredivisie 2017-2018 Liefst elf clubs beginnen komende zomer met een andere coach. „Je ziet zoveel emotiemanagement.”

Vanaf links: Gertjan Verbeek (ontslagen bij FC Twente), Marcel Keizer (ontslagen bij Ajax), Jurgen Streppel (vertrekt bij sc Heerenveen), John Stegeman (vertrekt bij Heracles), Henk Fraser (ontslagen bij Vitesse), Ernest Faber (vertrekt bij FC Groningen), Alex Pastoor (ontslagen bij Sparta), en Erwin van de Looi (ontslagen bij Willem II). Foto’s ANP, bewerking NRC

En dan zitten zijn vier seizoenen erop. „Johnny bedankt”, zingt de meegereisde aanhang van Heracles Almelo. En nog eens. „Johnny, Johnny, Johnny bedankt.”

De man die de vierde official soms wel kon opvreten, boos als de arbitrage hem kan maken, weet zich deze middag maar moeilijk een houding te geven. Hoe neemt een trainer afscheid? Hij steekt een duimpje op, klapt met opgestoken armen richting de fans en loopt dan quasi-koeltjes terug richting dug-out. Daar oogt hij vertwijfeld. En besluit hij om toch nog één keer richting de supporters te lopen. Veegt hij nou tranen weg? Nee, zegt hij later, zweet.

Toch is zijn 1382ste werkdag als hoofdtrainer bij Heracles Almelo wel degelijk een emotionele dag voor John Stegeman. Het is zijn laatste keer langs de lijn, voordat hij eerdaags zijn kantoor leeg ruimt en proost op vier vruchtbare jaren in de middenmoot van de eredivisie. „Ik ben de club dankbaar dat ik een kans heb gekregen. Nooit heb ik het gevoel gehad dat mijn laatste werkdag was aangebroken. Het heeft heus wel geknetterd, maar ik voelde altijd ruggensteun. In goede én in mindere tijden. Dat krijg je echt niet overal.”

De wijze waarop de 41-jarige trainer uit Epe vertrekt, is lang niet al zijn collega’s dit eredivisieseizoen gegeven. De jaargang 2017-2018 was er een van het kwetsbare individu langs de lijn. Een knetterend seizoen, waarin de gedachte dat de coach te allen tijde verantwoordelijk is voor sportieve tegenslag weer eens nadrukkelijk naar boven kwam.

Zelfs bij PEC Zwolle, doorgaans een kalme club, kon voorzitter Adriaan Visser zondag het hoofd niet koel houden. Vijf minuten nadat de ploeg van John van ’t Schip met 6-0 bij AZ had verloren, zette Visser dit op Twitter: „Hoe hebben we in vredesnaam zover kunnen wegzakken! Ondanks de vooraf gehoopte plek negen, vraagt dit om een serieuze analyse van onze ervaren technische staf.”

De coach als zondebok van het verloren jaar: zo’n seizoen was het.

Bespot om rookverbod

De eerste die er dit seizoen aan moest geloven was René Hake, die in oktober na zes duels en acht punten als een schijnbaar lichtgewicht aan de kant werd gezet door FC Twente. Zijn opvolger Gertjan Verbeek deed het met een half punt per duel nog slechter dan hij, met gemiddeld 0,75 punt. Marcel Keizer twee maanden later bij Ajax: ook afgeserveerd, terwijl hij het met 2,5 punt per wedstrijd beter deed dan zijn opvolger Erik ten Hag (2,05), om nog maar te zwijgen over de pijn door het wegvallen van Abdelhak Nouri die zijn werk bemoeilijkte.

Sparta ontdeed zich voor de Kerst van Alex Pastoor, na de 7-0 thuisnederlaag tegen Feyenoord. Toen hij met zijn gezin aan tafel zat in het spelershome, werd hem gevraagd om even mee te lopen. Hij volgde als een gevangene die de strop in de verte al zag hangen. Hoort bij het vak, zeggen trainers doorgaans nonchalant. Dikwijls onthaald als tovenaars, even vaak verketterd als heksen.

Gertjan Verbeek en Henk Fraser? Zij gingen bij FC Twente en Vitesse de deur uit als dwarse denkers die spelers niet meer konden motiveren.

Naast deze tussentijds ontslagen coaches zijn er ook nog zeven trainers die de komende weken afscheid nemen. Uit eigen beweging, zoals Mitchell van der Gaag bij Excelsior. Maar vaker omdat de club dat wil, zoals bij Ernest Faber en Jurgen Streppel, die zondag afscheid namen bij Groningen en Heerenveen.

Eén trainer vertrok tussentijds uit zichzelf, hoewel je je kunt afvragen of Erwin van de Looi nou zo veel keuze had toen supporters van Willem II het persoonlijk op hem gemunt hadden. Zijn vertrek was er het bewijs van dat sociale media een katalysator van ongenoegen in de onderbuik kunnen zijn. Als online oproer maar lang genoeg duurt, raken club en trainer vanzelf uit evenwicht.

Arsène Wenger

Wie de werkdagen van de twaalf vertrekkende coaches optelt komt uit op 7.559 dagen. Ruim een jaar minder dan de 7.942 dagen die scheidend trainer Arsène Wenger momenteel in dienst is bij Arsenal. Uit gegevens van de website Transfermarkt blijkt dat komende zomer voor het eerst in tien jaar elf clubs een andere trainer hebben vergeleken met de vorige seizoenstart.

„Er is steeds minder respijt voor trainers”, verzucht Gerard Marsman. „Ik zou het op prijs stellen als alle mensen binnen een club eens achter elkaar gaan staan en niet meteen naar de trainer wijzen.” Als voorzitter van de belangenvereniging Coaches Betaald Voetbal ziet Marsman dat trainers onder moeilijkere omstandigheden moeten werken. „Er wordt verwacht dat ze iets opbouwen, maar tot september hebben ze te maken met de grillen van de transfermarkt. Dan heb je nog de journalistiek en de sociale media. Verlies een paar keer en je hoort: ‘Er moet iets gebeuren’. Dat iets is: trainer weg.”

En dat brengt Marsman op een andere tendens: steeds kortere contracten. Vroeger omspanden die drie tot vijf jaar, nu gaat het soms om één jaar. „Als het dan even minder gaat, is de drempel om een contract niet te verlengen veel lager. Geen afkoopsom, geen gedoe. Kijk naar Groningen en Heerenveen. Laten we ook kijken naar het beleid dat clubs erop nahouden. Er scheelt vaak een hoop aan.”

Heracles-trainer John Stegeman: „Bij veel clubs zie ik onvermogen in de leiding. Ze verwachten van coaches dat ze knowhow hebben, maar hebben bestuurders dat zelf wel? Je ziet zoveel emotiemanagement, maar buitenstaanders die wat roepen hebben vaak totaal geen benul van wat zich allemaal in een spelersgroep afspeelt. Clubs moeten naar het proces kijken, niet direct naar de resultaten. Daarom heb ik respect voor Roda.”

Reële nederlagen

Vanachter zijn bureau in Kerkrade keek Harm van Veldhoven dit voorjaar in de spiegel. Ja, ook hij had het benauwd door de degradatiedreiging voor Roda. Maar was het reëel om betere resultaten te verwachten? Had de nieuwe trainer Robert Molenaar een selectie voorzien die succes aannemelijk maakte? „Nee. Dus moet je ook eerlijk naar elkaar zijn”, zegt Roda’s technisch directeur. „Een goed team smeden kost minimaal twee jaar.”

Van Veldhoven wekte verbazing door het jaarcontract van Molenaar begin maart met één jaar te verlengen. Het gaf vertrouwen en leidde tot iets betere resultaten, al moet Roda zich de komende weken nog zien te handhaven in de nacompetitie. „Na zijn contractverlenging verloren we twee keer op rij, en was ik net zo ontgoocheld als iedereen. Maar lag dat aan de coach? Als ik naar onze tweede seizoenshelft kijk, denk ik dat we gelijk hebben gekregen door in Robert te geloven. Zeker vergeleken met clubs die wél hun trainer hebben ontslagen.”