Canadese veteraan (93) bezoekt Nederland voor zijn gevallen kameraden

Bevrijdingsdag

Drie jaar geleden waren ze nog met achttien oorlogsveteranen op bezoek, nu nog met zes. De Canadees Jim Parks (93) genoot vandaag van Nationale Bevrijdingsdag in Leeuwarden.

Candese WOII-veteraan Jim Parks op het 'Bevrijdingsontbijt' in Leeuwarden. Foto Laurens Aaij

De 93-jarige oorlogsveteraan Jim Parks schuift zaterdagmorgen aan tafel voor een gezamenlijk ontbijt met zo’n 350 75-plussers uit Leeuwarden. Er staan tulpen en Canadese vlaggetjes op tafel in de ruime kantine van het Friesland College. Er wordt quiche, yoghurt en brood geserveerd. „Ik kom hier voor een gratis maal”, grapt hij bij binnenkomst.

Parks is met vijf andere veteranen een week in Friesland. Voor de derde keer. „Drie jaar geleden waren we nog met achttien man. Nu met zes.” Ze zijn er op uitnodiging van de Stichting Canadian Liberators, die contacten met de veteranen en hun familieleden onderhoudt.

Het bezoek betekent veel voor Parks. Hij doet het voor zijn gevallen kameraden, zegt hij. De zes oud-geallieerde strijders legden afgelopen week een krans bij de Canadese Oorlogsbegraafplaats in Holten en bij een oorlogsmonument voor een neergestorte Lancaster in 1943 in Workum. Zes bemanningsleden, onder wie twee Canadezen, kwamen daarbij om. Vrijdagavond waren ze bij de jaarlijkse dodenherdenking in de Prinsentuin in Leeuwarden. „Very emotional”, vond Parks. Na afloop werden ze in golfkarretjes lang een enthousiaste haag van applaudisserende mensen gereden. Hij schudde talloze handjes: “Dat doe ik zoveel ik kan, ook voor de mensen die er niet meer zijn.”

Parks ging op vele foto’s, plantte een esdoorn in Aldtsjerk, deelde chocola uit in Dokkum, kreeg high fives tijdens de rondrit in legerjeeps zaterdagmiddag in Leeuwarden, kreeg cadeautjes en gaf schoolkinderen speldjes met de Canadese vlag. De veteraan draagt een groen jasje, met dito baret, het uniform van zijn eenheid, de Royal Winnipeg Rifles. Zijn regiment droeg de naam „Little Black Devils”. „De Duitsers waren bang voor jullie,” grapt zijn zoon David, een van de twee die mee zijn. Parks was nog maar vijftien toen hij dienst nam. Als vrijwilliger. Waarom? „Mijn vader en oudere broers dienden in het leger. Ik was kadet en wilde verder.”

“Mijn vader en oudere broers dienden in het leger. Ik was kadet en wilde verder.”

veteraan Jim Parks (93)

Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP
Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Avontuur

Natuurlijk trok het avontuur ook, geeft hij toe. Als 19-jarige landde hij op 6 juni 1944, D-day, op het strand van Normandië. „Juno Beach was nasty”, vertelt hij donderdag, op het terras van buitenplaats De Klinze in Aldtsjerk, waar de veteranen en hun familieleden logeren. „Het weer was slecht en er was enorm veel lawaai. De boot zonk gedeeltelijk. Ik ging kopje onder en kreeg zeewater binnen. Uiteindelijk ben ik op het strand beland.” Om hem heen sneuvelden al de eerste soldaten. Zelf was hij ook bang. „Je bent altijd bang. Altijd. Je vecht met angst. Maar je vecht voor je vrienden.”

Bekijk ook onze In Beeld-serie: Nederland viert Bevrijdingsdag

Tine Bakker (83) en Jantsje Bosch (83) uit Leeuwarden ontbijten mee en schudden Parker de hand. „Bedankt dat u ons heeft bevrijd,” zeggen ze. „Daarom leven wij nu in vrijheid. Anders waren de Duitsers nog de baas.” Parks glimlacht. Ook de 11-jarige Marwa Adbulkadir van de weekendschool bedankt hem. „Mooi dat wij in vrijheid leven. Dat is dankzij u.” Rieke Siccama (83) zat de laatste maanden van de bezetting als hongerevacuée in IJsselmuiden. Haar ouders, broer en zus bleven in Amsterdam. „Ik was zó ontzettend blij dat de Canadezen kwamen,” vertelt ze. „Het betekende dat ik mijn ouders weer zou zien. Al duurde dat nog een maand. Dat wilde ik Jim Parks vertellen.” Ze geeft hem een hand. „Wat ziet u er nog kwiek uit”, zegt ze.

Foto Laurens Aaij
Foto Laurens Aaij

Witte zakdoeken

Dan wordt het We’ll meet again, ingezet en schoolkinderen in blauwe T-shirts zwaaien met witte zakdoeken. Mensen zingen mee, enkele gaan staan en klappen in hun handen. Parks klapt mee en tikt met zijn vingers op tafel. Hij steekt zijn duim op. „Very nice.” Hij geniet. „Dat kun je nu je ouder wordt.” Herinneringen vervagen, stelt hij, maar toch denkt hij de laatste tijd vaker aan de oorlogsjaren dan voorheen. Hij omhelst twee jonge kinderen. Een jongen geeft hem een schouderklopje.

Na het ontbijt gaat het in een touringcar naar de Blokhuispoort, het oude Huis van Bewaring, voor een lunch. De bus moet lang wachten. Hij wijst op de bewakers. „Die jongens zien er nogal tough uit”, grapt hij. Als hij langs ze loopt geeft hij ze een hand. „Hallo, how are you?”. Na de lunch rijden de veteranen in legerjeeps naar het snikhete Oldehoofsterkerkhof. Daar steekt premier Rutte het bevrijdingsvuur aan. Parks zit op een bescheiden podium. Hij pakt een foto uit zijn binnenzak die hij kort daarvoor van een jonge vrouw en haar zoontje kreeg. Ze schoot het plaatje in 2015, toen Parks ook in Leeuwarden was. In handgeschreven letters staat er achterop: Thank you for liberating us.

Zondagmorgen is er nog een kerkdienst te velde op het landgoed De Klinze. Daarna stapt Parks weer op het vliegtuig. Terug naar Mount Albert, Ontario. „Maar als ik kan, kom ik in 2020 weer.”

Correctie (05-05-2018): In een eerdere versie van dit stuk stond als datum van D-Day 6 juni 1994. Dat klopt niet: D-Day vond plaats op 6 juni 1944. Hierboven is dat aangepast.