Voorwoord

Over dit boek móeten we een verhaal hebben, riep mijn collega Joyce Roodnat tijdens de brainstorm voor dit nummer over fotografie. Ze vertelde over het fotoboek Mommie, dat gaat over een oma, een moeder en een zus in afgetrapte appartementen in Amerika en over de indrukwekkende necrologie die ze over maker Arlene Gottfried las in de New York Times. De anderen aan tafel keken bedenkelijk. Maar toen ze de volgende dag het boek onder mijn neus duwde, was ik om. Het verhaal dat Joyce uiteindelijk schreef over Arlene en haar familie die ze veertig jaar lang fotografeerde, las ik met tranen in mijn ogen. Zo bijzonder kan het alledaagse leven van vier vrouwen dus zijn. De foto’s zijn technisch niet per se bijzonder, ze houden de kijker wel vast. „Niks is exotisch, zelfs hun armoede is niet rustiek”, schrijft Joyce. „Het ontvouwt het geluk van vrouwen voor wie het leven niet lief was, maar zij waren dat wel voor elkaar.”

We fotograferen ons met z’n allen suf, maar het alledaagse leggen we amper vast. De kleur en smaak van ons leven zit hem niet in selfies en vakanties. Het zit hem in de dagelijkse race tegen de klok om na de wekker op tijd bij de trein naar het werk te komen. Het zit hem in het glas koude witte wijn dat je voor jezelf inschenkt tijdens het koken. Het zit hem in het wakker liggen in de nacht. Wat zou het bijzonder zijn als we de lens van onze telefoons voortaan daarop zouden richten.

    • Laura Wismans