opinie

    • Bas Heijne

Saamhorigheid

Nederlanders vinden herdenken steeds belangrijker, meldde Trouw vrijdag op de voorpagina – opvallend, vond de krant, aangezien steeds minder mensen de oorlog hebben meegemaakt. Dus wat is de reden? Er volgde een rondje duiding. „We zijn bang. We willen het idee van ‘dat nooit weer’ met elkaar bevestigen, juist in deze tijd”, aldus oud-politicus Job Cohen, voorzitter van het Amsterdamse 4 en 5 mei comité. Volgens hem heeft het te maken met het oplopen van de internationale spanningen. Zoals de verkiezing van Trump, „die zorgen oproept of zijn land met hem nog wel in goede handen is”. En dan is er Poetin, zegt hij, die de Krim annexeerde.

Zou het?

Cohen: „Er zit misschien ook iets nationalistisch in, zo van: wij Nederlanders herdenken met elkaar.”

Goed dat hij dat laatste er nog even aan toevoegt – want ik zag de afgelopen week nauwelijks bezorgdheid over de dreiging van de grote, boze wereld. Ik zag vooral hoe de aanhoudende Hollandse cultuurstrijd zich nu ook al meester maakte van het herdenken van de doden. Trump, Poetin? Polen, Hongarije, Turkije? Het ging vooral op z’n Hollands over wie er herdacht mocht worden en wie juist niet, of nieuwe Nederlanders wel een avondje mochten discussiëren over hoe er in tijden van migratie herdacht zou kunnen worden. En intussen vonden De Telegraaf en een verbeten provocateur elkaar dagenlang in breed uitgevente publicitaire verontwaardiging.

„STORM VOOR DE STILTE” – daar had je de chocoladeletters al.

Ik kreeg er een naargeestig gevoel van. Ging het in voorgaande jaren nog over de vloek van het dreigend relativisme – geen Duitse ambassadeur op de Dam, niet langs graven van gesneuvelde Duitsers lopen! – afgelopen week ging het vooral over van wie de herdenking eigenlijk was – er zijn geen Marokkaanse soldaten gesneuveld voor Nederland!

Overal in de wereld is woede en verontwaardiging, maar nergens lijkt men er zo van te genieten als in Nederland. Er is behoefte aan saamhorigheid, zegt Cohen. Misschien, maar als die saamhorigheid zich uit in een benepen obsessie met wat de juiste manier van herdenken is, elkaar eindeloos langs de morele maatlat leggen, over wie ruim zeventig jaar na het einde van de oorlog alsnog goed en fout is – dan sla ik graag een jaartje saamhorigheid over.

„We zoeken op dit moment naar onze eigen identiteit”, verklaarde Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau in Trouw. „In onze onderzoeken naar wat Nederlanders belangrijk vinden komt de Dodenherdenking altijd naar voren, samen met Koningsdag.”

Daar zit ’m de kneep, denk ik. Wanneer identiteit iets wordt dat voortdurend als bedreigd wordt gezien en dus beschermd moet worden, bestaat het gevaar dat het een gesloten circuit wordt, een vluchtheuvel voor de grote boze wereld.

In de documentaire-reeks Onbehagen zit een fragment van een opvallend interview met Pim Fortuyn door VPRO-journalist IJsbrand van Veelen (voor het eerst uitgezonden in 2012). Daarin stelt hij nationaal gevoel voor als een noodzakelijke bedding in tijden van globalisering, houvast in een complexe wereld. Dat betekende niet dat je die grote wereld kon ontkennen, integendeel, je kon die wereld met open vizier tegemoet treden, juist omdat je „vaste grond onder de voeten” had.

Hoe open is dat vizier? Kim Putters noemt de 5 mei-viering niet als een nationaal ijkpunt. Niet gek, het is altijd een met veel vrolijke clichés opgetuigde feestdag geweest, over hoe wat vanzelf spreekt dat helemaal niet is, je weet pas wat vrijheid is als je niet langer vrij bent, enzovoort. Maar juist de vrije, open samenleving staat steeds meer onder druk, ook in Europa. In de Volkskrant verscheen deze week nog een stuk over hoe de scherp opiniërende Poolse radiozender Trójka door de regering de mond wordt gesnoerd. Dat soort berichten zijn tegenwoordig legio.

Juist de nadruk op identiteit overal, niet als stevig houvast in een complexe wereld, maar als uitdrukking van onvervreemdbare eigenheid, maakt het vrijwel onmogelijk om tegenstemmen te accepteren, de ander nog als een gelijke te zien. Bovendien is men voortdurend bang dat men zijn eigenheid verliest, dat de ander je iets afpakt. Omdat het een aanslag is op je gevoel van eigenwaarde, op je essentie.

‘Vrijheid’ is allang geen vrijblijvend, feestelijk cliché meer, een excuus voor relaxed een dagje meezingen en zuipen. Maak van 5 mei een dag van saamhorigheid – in het besef hoe verdomde moeilijk dat is geworden.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plaats.
    • Bas Heijne