opinie

    • Emma Bruns

Robots zijn de nieuwe ridders

Het is vijf voor halfnegen. Op de achtergrond klinkt het monotone geluid van de hartslagmonitor. De lampen staan goed. Alles is netjes afgeplakt. Het kleine stuk huid is alles wat er nog zichtbaar is van meneer X. Vorige week kwam hij op de polikliniek met een zwelling in zijn lies. Vanuit het ziekenhuisbed had hij me vanochtend nerveus de hand geschud. Zijn blik kon niet verbergen dat hij eigenlijk een echte chirurg had verwacht.

Nu waren zijn ogen dicht. Zijn huid nog lichtroze van het ontsmettingsmiddel. Mijn opleider reikt mij het mes aan. Met twee vingers spant hij de huid zodat de streep van viltstift nog makkelijker te volgen is. Een kind kan de was doen. Toch heb ik het warm en klopt mijn hart in mijn keel. De lies is een deel van het lichaam dat zich kan voordoen als een tekening van Escher. Je kan erin verdwalen en verdwijnen en in het ergste geval eindigt je dwaalspoor bij een kloppend bloedvat.

Maar dat is niet het enige. Al vergt deze ingreep mijn uiterste concentratie, toch dwalen mijn gedachten soms af. Ik steek nu een mes in de buik van een man omdat ik meen dat hij daar beter van wordt. Dat is wat ik beloofd heb in de eed van Hippocrates. ‘Primum non nocere, in de eerste plaats zal ik geen schade berokkenen.’ Met een schaar openen we de breukzak. Duim en ringvinger door de ogen, wijsvinger op de schaar voor de richting. Tijdens een chirurgische ingreep kent elke handeling ingebouwde veiligheid door middel van controle.

Is controle eigenlijk een manier om met een gebrek aan kennis om te gaan? Mijn linkerarm stoot tegen een lamp aan de zijkant. De operatie-assistent schuift een schone mouw over mijn pak heen. Hoeveel wetenschappelijke onderbouwing is daar eigenlijk voor? Mijn vak is voortschrijdende patroonherkenning gebaseerd op onderwijs en ervaring. „Je kan ’m het beste een beetje in de vorm van een walvis knippen”, zegt mijn opleider. Ik knip het dunne gaas van het matje in de vorm die hij beschrijft.

Mijn handen trillen af en toe. Een robot die nooit twijfelt en nooit trilt zou dit misschien wel veel beter kunnen. We vinden het moeilijk, die computers. Als arts is het prettig om nodig te zijn. Om een verschil te maken in het leven van een ander. We geloven samen, artsen en patiënten, in een sprookje, waarbij ridders prinsessen redden van boze monsters. Maar de tijd van ridders is voorbij. De strijd die we voeren is niet voorbehouden aan het menselijk individu. Ik sta in schril contrast met de computer die alle kennis tot zich kan nemen en er ook nog zinvol advies mee kan verstrekken.

De monsters van deze tijd: kanker, resistente bacteriën, obesitas, kunnen niet verslagen worden door één dappere dokter. Het zijn geen draken of bandieten. Het zijn plagen. En een plaag vereist overstijgend inzicht. Ik kan de anatomie van de lies bestuderen en vaardigheden leren, om vervolgens een operatie te kunnen uitvoeren. Een computer kan de beelden van duizenden liesbreukoperaties bekijken en op basis daarvan de perfecte robot programmeren. Meer nog, hij kan de gegevens van miljoenen mensen die een liesbreuk hadden analyseren en mogelijk voorspellen wat de oorzaak is van een slappe buikwand.

We zijn bijna klaar. Zorgvuldig hecht ik de huid. Met elke steek verdwijnt de wondere wereld van de anatomie verder uit mijn zicht. Mijn opleider heeft de operatietafel al verlaten. Vloekend staat hij achter de computer. „Waarom is deze registratiecode nooit te vinden?” De operatie-assistent plakt een pleister over de wond. Meneer de Vries opent even later slaperig zijn ogen. Verward kijkt hij me aan. Ik leg een hand op zijn schouder. „Alles is goed gegaan.” Ik zie zijn hartslag tot rust komen. Wellicht is dat nog iets dat we aan de robot kunnen leren.

Emma Bruns is arts-onderzoeker en chirurg in opleiding. Rosanne Hertzberger wordt tijdens haar zwangerschapsverlof per toerbeurt vervangen door Kiza Magendane, Stine Jensen, Emma Bruns, Bastiaan Rijpkema en Haroon Sheikh.
    • Emma Bruns